Het besluit om Rusland en Belarus de toegang tot de Paralympics te weigeren, werd genomen onder druk van paralympische comité’s van andere landen. Landen dreigden hun sporters niet te laten uitkomen als Russische atleten aan de start zouden staan.
“We geloven sterk dat sport en politiek gescheiden van elkaar moet blijven”, zei IPC-voorzitter Andrew Parsons in een persconferentie. “Toch heeft de oorlog ook deze Spelen bereikt en achter de schermen hebben verschillende regeringen een invloed op ons toernooi.”
“De situatie werd voor ons onhoudbaar vanwege spanningen in het paralympisch dorp. De veiligheid van onze atleten staat voor ons altijd voorop”, aldus Parsons.

Internationale druk

Niet alleen de veiligheid van de atleten, maar ook internationale druk speelde een grote rol voor het Internationaal Paralympisch Comité. “In de laatste twaalf uur hebben bijzonder veel landen zich bij ons gemeld. Ze zeiden dat het verstrekkende gevolgen zou hebben als we onze beslissing niet zouden herzien.”
Eerder al riep zusterorganisatie IOC op om Russische en Belarussische sporters te weren bij toernooien. De initiële beslissing om wel Russen en Wit-Russen toe te laten kwam daarom onverwacht. De voorzitter van het Duitse paralympische comité, Julius Beucher, noemde het besluit een ‘zwarte dag voor de paralympische beweging’. De Britse minister van sport Nadine Dorries had ook kritiek op deelname van Russen en Belarussen in Peking en noemde het een 'verkeerde beslissing'. Het IPC heeft naar deze kritiek geluisterd.

Slachtoffer van overheid

Parsons richtte zich op de persconferentie ook nog op de 83 atleten uit Rusland en Belarus die niet mogen starten. “Het spijt ons dat jullie last hebben van het besluit van jullie overheden om de olympische vrede niet te handhaven. Jullie zijn ook slachtoffer van de acties van jullie overheid.”