Oldham

Het is 11 januari 1982 en hartje winter in het Engelse plaatsje Oldham, gelegen in Noord-West Engeland net boven Manchester. Het is er koud, kil en er gebeurt, net als in zoveel andere Britse gehuchten, vaak niet zoveel. Toch zijn er uit Oldham ook goede dingen voortgekomen, al zijn daar de meningen vast ook over verdeeld. Carl Cox, een bekende DJ, is er geboren, net zoals Mark Owen, één van de zangers van de Britse boyband Take That.

1982 Lada Classic

Snooker
The Masters | Robertson neemt lichte voorsprong na nerveuze eerste sessie
2 UUR GELEDEN
In het Civic Centre in Oldham wordt begin dat jaar ‘The 1982 Lada Classic’ gehouden, een snookertoernooi waar alleen de beste acht spelers van de wereld aan mee konden doen. Op dat moment is snooker booming in het Verenigd Koninkrijk en de Lada Classic is aan het begin van het seizoen toegevoegd aan de kalender om de gigantische honger van het Engelse publiek naar snookertoernooien te stillen. De huidige wereldkampioen op dat moment, de Engelsman Steve Davis, is van de partij, evenals het Noord-Ierse enfant terrible Alex Higgins, de Engelsman Dennis Taylor en de trage Welshman Terry Griffiths.
Het toernooi was een dag oud toen de regerend wereldkampioen in Oldham zijn entree maakte. Steve Davis was een rossige, ietwat timide Engelsman die de sport sinds de aanvang van het decennium domineerde. Hij nam het in de eerste ronde op tegen John Spencer. Spencer was een oudgediende, en zijn piek kwam eigenlijk tien jaar te vroeg, toen het grote publiek nog weinig oog had voor de snookersport. Davis zou Spencer wel even verslaan, en dat was dan dat. Op voorhand zou niemand die er toen bij was geloven dat snookerliefhebbers over de wereld veertig jaar later het nog over deze dag zouden hebben.

John Spencer

Tot 11 januari was er nog nooit een 147 geweest die live te zien was op de Engelse tv, al is dat niet helemaal waar. Davis’ tegenstander John Spencer had er ooit één gemaakt in 1979 tijdens een televisietoernooi, ware het niet dat de cameramensen zich op dat moment volpropten met vette hamburgers bij de McDonalds om de hoek. Spencer zelf zat er niet echt mee dat zijn gloriemoment niet was geregistreerd door de Britse tv. Het was typerend voor hoe snooker eind jaren 70 beleefd werd door het publiek, de tv en de spelers zelf
Hoe anders was dat drie jaar later. Het Civic Centre is tot de nok toe gevuld als de wedstrijd tussen Davis en Spencer begint. Beide spelers zijn aan elkaar gewaagd en delen de eerste vier frames. Geheel tegen de verwachting in houdt Spencer Davis redelijk in toom. De stand is 2-2 als Spencer mag afstoten. De op dat moment 46-jarige Spencer maakt een potje van zijn break-off, en presenteert meteen een goede kans aan Davis. Vijftien rode en vijftien zwarte zijn na zo’n tien minuten verdwenen. Je kunt een speld horen vallen in de arena, zo stil is het er. Alle toeschouwers, inclusief commentatoren John Pulman en David Taylor, zitten op het puntje van hun stoel.
Aan Davis zelf valt echter niks af te lezen. Een nerveus loopje of trillende arm is niet te zien. Hij is gemaakt voor dit soort situaties. Geel en groen worden eenvoudig gepot, maar bij het potten van de bruine lijkt de Engelsman een kick te krijgen, een klein moment van statistische elektriciteit tussen de cue ball en object ball. Zijn positie op blauw is simpelweg slecht, bovendien heeft hij een veel te grote hoek om via één band naar roze te gaan.
Het lukt Davis om de blauwe te potten in de linker middelpocket, maar hij landt verticaal op roze. "Now we’re going to have to see a super shot here", klinkt het uit de keel van commentator John Pulman. Davis pakt meteen de ‘rest’ (hulpstuk) tevoorschijn en lijkt zijn plan al te hebben gemaakt. Hij gaat de roze in de rechter benedenhoek proberen te potten en de witte met rechtsondereffect proberen onder zwart door te laten komen. Alles loopt precies volgens plan. Davis pot roze in het midden van de pocket en ligt perfect op zwart. ‘The Nugget’ is nog één relatief simpele bal verwijderd van snookerhistorie.
"He can see the pocket closing up, and closing up and closing up", aldus Pulman. Zijn iets enthousiastere co-commentator David Taylor moedigt Davis nog een laatste keer aan: "Come on Steve." De wereld staat even stil in Oldham als Davis aanlegt voor de tot dan toe belangrijkste bal uit zijn leven.
Davis faalt niet, want dat is simpelweg niet wat de beste man doet. Hij stoot de bal met autoriteit, blakend van het zelfvertrouwen. Hij is gemaakt om te winnen. De zaal explodeert als de zwarte het leer van de pocket raakt. Davis zelf kan het niet geloven, en de eerste die er is om hem te feliciteren is John Spencer, de man die drie jaar daarvoor zelf in de schijnwerpers had moeten staan. Het is een prachtig moment. Davis, op de tafel zittend terwijl het publiek hem een minutenlang durend applaus geeft. Als dank voor zijn unieke prestatie wint Davis een Lada en 2500 pond, want zo gingen die dingen nou eenmaal in die tijd.

172 maximums

Inmiddels staat de teller op 172 maximums. Niet heel veel als je bedenkt daar er door de jaren heen duizenden frames zijn gespeeld, maar aan glorie heeft het in den jaren weinig tot niets verloren. Een 147 is perfectie op een snookertafel, net zoals een 9-darter dat is op het dartbord en een hole-in-one dat is op de golfbaan. De perfecte slag, de perfecte finish, de perfecte break. Een moment om te vertellen aan je kids als je ouder bent.

Van stoffig tot modern en hip

Zonder Steve Davis was de snookersport nu niet wat het nu is, met toernooien gespeeld in bomvolle arena’s met muziek en prachtige lichtshows. De kwaliteit van de snookersport is er in de loop der jaren enorm op vooruit gegaan en Davis is de eerste die dat zal toegeven, maar zijn tien minuten van pure perfectie op die maandagavond in Oldham zal voor altijd herinnerd worden, want dat is het respect dat perfectie verdient.
Snooker
The Masters | Robertson produceert century in finale
2 UUR GELEDEN
The Masters
The Masters | Historie! Bekijk het fantastische laatste frame tussen Robertson en Williams
8 UUR GELEDEN