Wielrennen

Kroonieken | Fausto Coppi’s koninklijke rit van Cuneo naar Pinerolo

Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Coppi

Foto: Eurosport

DoorFelix Lowe
06/05/2020 om 11:05 | Bijgewerkt 06/05/2020 om 11:37

De vorige keer klommen we naar de Basilica San Luca met Fiorenzo Magni die zijn tanden in een binnenband had gezet om hem af te leiden van de pijn aan een gebroken sleutelbeen. Deze Magni mocht dan 3 maal de Giro gewonnen hebben, hij zou altijd leven in de schaduw van zijn landgenoten Fausto Coppi en Gino Bartali.

Deze keer gaan we de weg op met Coppi zelf en zijn mythische lange aanval van Cuneo naar Pinerolo die hem zou helpen aan de zege in de Giro van 1949.

In Kroonieken lees je legendarische verhalen uit de geschiedenis van het profpeloton: Van de enorme gok van Eddy Merckx op de Galibier in 1972 – via de ontvoeringen en controverse achter de eerste Zuid-Amerikaanse winst in een grote ronde – tot het WK waar de Amerikaanse ploeggenoten Greg LeMond en Jock Boyer bittere rivalen werden. Een hoop moois dus om op terug te blikken – en veel om naar uit te zien.

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

29/05/2020 OM 07:51

'Fausto Coppi’s koninklijke rit van Cuneo naar Pinerolo' luisteren als podcast? Dat kan, via Spotify, Apple of jouw favoriete podcast app!

Coppi’s verhaal begint in het spoorwegstadje Novi Ligure in Piemonte – de vroegere hoofdstad van het Italiaanse wielrennen dankzij haar banden met Coppi en een andere campionissimo Costante Girardengo.

Coppi verhuisde naar Novi Ligure in Piemonte van het nabijgelegen dorpje Castellania om bezorger te worden. De legende wil dat de woning van tweevoudig Girowinnaar Girardengo aan zijn route lag.

Hij was 13 en hij was beland in een stad die wielrennen in- en uitademde. Op een enorme slagersfiets bracht hij hammen, salami’s en andere delicatessen rond en op die manier ontlook Coppi’s liefde voor de wielrennerij.Welke Nederlandse wielrenner is er ook al weer uitgegroeid tot een vaderlandse topper dankzij een start als bezorger met een slagersfiets in Amstelveen? Was dat niet Peter Post? Maar dit terzijde.

Zoals John Foot, in zijn boek Pedalare! Pedalare! het samenvat: “Novi Ligure was de ideale omgeving voor een wielrenner in de dop om in op te groeien.” Coppi combineerde trainen en werk en als Italië’s beroemdste renner aan jouw wekelijkse route woont, wat doe je dan? Je belt aan en rust niet vóór je hem te spreken krijgt. Ook raakte hij bekend met de kundigste en meest ervaren trainer/masseur van Italie, Biagio Cavanna, die zag met zijn handen. Hun kennismaking verlegde de koers van de wielergeschiedenis voorgoed.

En de wielergeschiedenis is nooit iets dat een Grote Ronde-organisatie negeert.

Een route uit het verleden

Neem de Giro d’Italia van 2019. Het parcours brengt de bepalende momenten terug in de carrière van een aantal voormalige kampioenen, niet alleen Moser’s tijdrit in 1984, maar ook Andy Hampsten’s met sneeuw overladen rit over de Gavia in 1988, Marco Pantani’s record beklimming van de Mortirolo in 2004 en Ivan Basso’s twee beklimmingen van dezelfde berg op weg naar zijn Giro-zeges in 2006 en 2010.

Maar wat er mogelijk het meest uitspringt was het parkoers van etappe 12. De dag na de finish in Novi Ligure was het 70 jaar geleden dat Coppi tekende voor zijn legendarische lange aanval van Cuneo naar Pinerolo in Piemonte.

John Foot omschrijft Coppi’s unieke move als ‘de meest legendarische eenzame ontsnapping in de Italiaanse wielerhistorie’. De etappe begon koud, winderig en nat in Cuneo en eindigde meer dan 9 uur later in Pinerolo. Coppi reed 192 km alleen door de Alpen en greep de Maglia Rosa en verzekerde zich daarmee in 1949 van zijn derde Girolauweren. Coppi vloog als een reiger, over 5 enorme cols, zijn rivaal Bartali in een vruchteloze achtervolging. Het verschil tussen de twee zou uiteindelijk bijna 12’ bedragen.

In zijn boek Giro d’Italia schrijft Colin O’Brien:

Zoals zijn vriend Raphael Geminiani altijd zei, je had echt geen stopwatch nodig om Coppi’s voorsprong te timen in die dagen. De kerkklok was voldoende.

Herbie Sykes, auteur van Giro 100, Maglia Rosa en Coppi:Inside the Legend of the Campionissimo verklaart de betekenis van Coppi’s weergaloze rit van Cuneo naar Pinarolo:

De rit is zo fameus, omdat hij niet alleen alle populariteitsrecords breekt, maar ook in sportief opzicht een unicum is. Bedenk dat er nog nooit iets vergelijkbaars geprobeerd was. Dus alleen al qua fysieke eisen was dit volstrekt ongeëvenaard.

Maar de rit had meer en verderstrekkende gevolgen voor het Italiaanse wielrennen.

Coppi versus Bartali

Pas als we de achtergronden kennen van deze ruim 9 uur lange etappe, in het bijzonder de rivaliteit tussen de devoot-gelovige Bartali en de gescheiden Coppi begrijpen we ten volle de grootsheid ervan. Op wielrengebied waren de tifosi verdeeld tussen coppiani en bartaliani. De onbezorgde gezondheidsfreak Coppi, die in het Italiaanse leger had gediend in de Tweede Wereldoorlog sprak het industriële noorden aan, terwijl de gelovige, conservatieve kettingroker Bartali, vijf jaar ouder en een uitgesproken antifascist vóór de oorlog in het agrarische zuiden niet stuk kon.

De 34-jarige Bartali verenigde een verdeeld Italië door de Tour van 1948 te winnen, 10 jaar na zijn eerste Tourtriomf en werd zodoende een echte nationale held. In datzelfde 1948 op de WK in Valkenburg zetten de twee renners de fiets liever aan de kant dan elkaar te helpen.

Volgens Sykes had dit moment grote gevolge voor de Italiaanse sportgeschiedenis.

In wezen was de rivaliteit zo bitter geworden dat elk van beide liever verloor dan dat de ander won. Het kwam Bartali goed uit omdat hij na zijn Tourprestatie best wat potten kon breken. Mocht Coppi de Regenboogtrui winnen, dan zou Bartali een boel van dat prestige kwijt zijn, en dat zou aanzienlijke gevolgen hebben voor zijn marktwaarde.

Van zijn kant, nog steeds volgens Sykes, “kon Coppi zich winst voor Bartali niet veroorloven, want een regenboog bovenop het geel zou zijn aanzien en zijn legende helemaal onverwoestbaar maken.“

Fausto Coppi en Gino Bartali

Foto: Eurosport

Als gevolg van hun conflict werden Bartali en Coppi beiden 3 maanden geschorst door de Italiaanse bond. Maar dit heeft niet verhinderd dat Bartali zijn zakken kon blijven vullen.

Na het seizoen van 1948, buitte Bartali zijn positie financieel uit zoals later David Beckham, Michael Jordan en Valentino Rossi dat zouden doen.

De vroom-katholieke Bartali werd de hemel in geprezen, zijn faam groeide en het merk Bartali verscheen overal: op Chianti, scheermesjes, op kleding, fietsen en zelfs op scooters. Het is 1949. Coppi hield zijn rivaal onder de duim met een zege in Milaan -San Remo, vervolgens scheidden zich de wegen. Coppi domineerde in de Giro di Romagna en Bartali in de Ronde van Romandië. De tifosi wisten het: de Giro d’Italia wordt het toneel voor de allesbeslissende krachtmeting.

En toen kwam etappe 17, en Coppi’s rit naar eeuwige roem

Wat hij die dag presteerde was volstrekt zonder weerga. Het verstevigde zijn status van campionissimo, een nieuwe periode in de wielergeschiedenis brak aan en de dirigeerstok ging definitief van Bartali naar Coppi.

Bij de start van de 254 km lange etappe stond Coppi tweede in het klassement, op 43’ na Adolfo Leoni. Bartali was derde. Leoni kunnen we zien als Valerio Conti met figuren als Primoz Roglic en Simon Yates op zijn hielen met vóór hen de koninginnenrit in de bergen; hij wist zeker dat hij het roze ging verliezen in Pinerolo. Maar aan wie?

“Hier ging het om de vraag: doen Coppi en Bartali, bewust of onbewust, hun plicht jegens het culturele en sportieve erfgoed van hun land”, zegt Sykes in een artikel in het blad Mondiale.

In erbarmelijke omstandigheden deed Coppi zijn eerste zet vroeg op la Maddalena- de eerste van een gruwzame serie van vijf cols. De openingsklim was als enige geasfalteerd en met het oog op 4 onverharde beklimmingen – de Vars, Izoard, Mongenévre en Sestriére, liet Coppi zijn mekanieker een 46x24 monteren.

In weerwil van zware regen was Primo Volpi alleen op pad gegaan. Coppi’s gregario Vittorio Seghezzi had hem volgens Sykes omschreven als een Toscaanse rotzooi-trapper en Coppi kon het bloed van deze Volpi wel drinken.

Hij greep hem in de klim. Bartali zat hem op de hielen en toen Coppi van de fiets moest met een kettingprobleem, gingen Volpi, en iets later Bartali hem voorbij. Coppi stapte weer op, haalde ze bij en liet ze achter vóór de top met nog 192 km te gaan.

Solo reed hij over de Vars en de Izoard. Bartali was genoodzaakt tot een “furieuze maar vruchteloze achtervolging” - volgens de schrijver Daniel Friebe in Mountain High. Coppi nam 7 minuten op de Mongenévre; 8 minuten op de Sestriere en een verbluffende 11’52” aan de meet in Pinerolo.

Un uomo solo è al comando

Wat deze rit zo mythisch maakt is deels dat hij zich afspeelde in de pre-TV periode. We hebben slechts het gesproken en geschreven woord om duidelijk te maken hoe vernietigend en briljant deze krachttoer was.

Korrelige beelden van Coppi’s soleren naar eeuwige roem hadden zijn queeste niet beter onsterfelijk kunnen maken dan de woorden van Mario Ferretti, radio-commentator van de RAI, die de uitzending begon met de legendarische zin:

Un uomo solo é al comando, la sua maglia é bianco-celeste, il suo nome é Fausto Coppi!

Eén enkele man voert het commando, zijn trui is wit-blauw, zijn naam is Fausto Coppi!

Coppi’s rit was zo indrukwekkend dat, haal zijn aandeel in de dag eruit, en Bartali’s prestatie zou op zich al meer dan verbluffend geweest zijn.

De nummer twee van de etappe was bijna 8 minuten eerder binnen in Pinerolo dan de nummer drie Alfredo Martini. Bartali keek na de race tegen een achterstand in het AK aan van 23 minuten op zijn aartsrivaal Coppi, nu in het roze.

In één van zijn beroemdste stukken vindt de Italiaanse romanschrijver Dino Buzatti een metafoor in de Ilias van Homerus, namelijk de eindstrijd tussen Achilles (Coppi) en Hector (Bartali), waarin de sterkere Achilles, gesteund door Zeus, Hector in koelen bloede doodt.

Buzatti beschrijft Bartali’s gedoemde achtervolging als volgt:

Vastgekoekt in modder, met besmeurd gelaat en verkrampt van inspanning, stampte hij voort, voort, alsof de Satan hem op de hielen zat en hij wist dat, eenmaal gegrepen, alle hoop verloren zou zijn. De tijd, alleen de onherstelbare tijd joeg hem na. Welk een schouwspel, die eenzame man in die woeste kloof, verwikkeld in een wanhopig gevecht met de jaren ...

Als spin-off van Coppi’s victorie – en vooral van die woorden van commentator Ferretti- zijn toneelstukken, tentoonstellingen, concerten, films, foto’s, monumenten, plaquettes, straatnaamborden, musea, archieven en boeken gecreëerd.

Hoe ging het verder?

Coppi zou de derde van zijn 5 Girozeges winnen met een voorsprong van 23’47”op Bartali. In Juli waren ze ploegmaten in het Italiaanse team in de Ronde van Frankrijk. Een zelfverzekerde Coppi bood naar verluidt Bartali etappe 16 én de gele trui als een cadeautje voor zijn 35ste verjaardag. De volgende dag won hij zelf en sprong over zijn ploegmaat heen in het klassement.

Vandaar behield Coppi het geel tot Parijs, waar hij de eerste werd in de geschiedenis die de Giro-Tour dubbel binnenhaalde, een prestatie die hij drie jaar later zou herhalen.

Coppi zou uit de Giro van 1950 crashen. Hier werd Bartali tweede na de Zwitserse charmeur Hugo Koblet. Bartali zou nooit meer een grote ronde winnen terwijl Coppi nóg twee Giro’s won en een Tour, en ook nog een Parijs-Roubaix, een vijfde Ronde van Lombardije en een Regenboogtrui in 1953.

Toen Coppi’s jongere broer Serse, winnaar van Parijs-Roubaix in 1949, omkwam bij een fietsongeluk in 1951, ontdooide zijn rivaliteit met Bartali. Diens jongere broer Giulio was jaren eerder in een soortgelijk ongeluk gestorven. Er is een foto van Coppi en Bartali tijdens de Tour van 1952 waarop ze een bidon delen op de Izoard, hoewel ze het nooit eens zijn geworden wie de bidon gaf aan wie.

“Stilzwijgend ging men er vanuit dat de rit Cuneo-Pinerolo de tweestrijd definitief uit de wereld zou helpen”, aldus Sykes.

Dat gebeurde natuurlijk niet, en gezien het leeftijdsverschil van 5 jaar had dat ook niet gekund. Blijft het feit, dat Coppi die dag iets bovenmenselijks had neergezet, en dat latere gebeurtenissen de grootsheid ervan alleen maar onderstreepten.

Nog nooit was er een sportprestatie geleverd die ook maar in de buurt kwam.

Froome, een hedendaagse Coppi?

Italie blijft wachten op een erfgenaam van Coppi- en dat gaat ook nog wel even duren.

Vincenzo Nibali komt misschien het dichtst in de buurt met zeges in alle Grote Rondes en twee verschillende klassiekers. Zijn solo overwinning in etappe 20 in de Tour de France was indrukwekkend, maar niemand ziet hem ooit zoiets episch presteren als die krachttoer van Coppi tussen Cuneo en Pinerolo.

Nee, wat daar mogelijk het dichtst in de buurt komt is de nu al legendarische rit van Chris Froome in 2018. Zijn solo aanval op de Finestre van 84 km hield hij vol over de klim naar Sestriere en verder op de slotklim naar het bergdorp Bardonnecchia, waar hem de etappe en het roze ten deel vielen.

Zo ziet Sykes het ook.

Ik geloof dat die Froome-etappe, puur sportief gezien, een eigentijdse versie is. Qua uitvoering was die er niet ver af, hoewel de elektriciteit die 1949 genereerde natuurlijk alles overtrof.

Natuurlijk waren er verschillen. Coppi’s gregari hebben Leoni niet weggevaagd zoals Team Sky dat deed met Simon Yates, maar Froome’s aanval goot die etappe en de hele Giro in een nieuwe vorm, een strijd tussen hem en Tom Dumoulin, net zoals Coppi’s aanval een tweestrijd opleverde tussen hem en Bartali.

Wat mij betreft was hij daar vergelijkbaar met Coppi, en ook met Merckx. Lance Armstrong heeft nooit zo iets groots gepresteerd. Hinault, Lemond of Indurain al evenmin.

Maar, voegt Sykes daar onmiddellijk aan toe, de tweestrijd tussen Froome en Dumoulin is niet te vergelijken met die tussen de twee Italiaanse grootheden.

Wat Froome die dag presteerde leverde hem weliswaar een grand slam op van zeges in de drie Grote Ronden, maar markeerde niet een tijdperk, een sport of een natie, zoals Coppi deed. Etappes van Cuneo naar Pinerolo die de schim van Coppi oproept zijn er meer geweest. Franco Bitossi won er een in 1964, en Giuseppe Saronni in 1982.

Op de 60ste verjaardag van Coppi’s solo ontsnapping, kwam de Giro met een ‘lite’ versie ( met de cols van Moncenisio, Sestriere en Pra Martino) die werd gewonnen door de omstreden Danilo di Luca. Voorafgaand aan de etappe werd er een plaquette onthuld precies op de plek waar Coppi op de Maddalena zijn aanval begon. De plechtigheid werd bijgewoond door twee van zijn kinderen, Marina en Faustino, en Claudio Ferretti, de zoon van radioreporter Mario Ferretti, wiens naam ook en voor altijd verbonden zal blijven aan die mijlpaal.

“Die dag terughalen proberen ze steeds,” zegt Sykes. ‘Maar wie wint doet er niet zoveel toe. Het enige dat telt is 1949.”

Was het parcours van 2019 – met die ene klim – niet een ontgoocheling, als je die vergelijkt met dat van 70 jaar geleden?

Men heeft zich er volgens mij niet met een jantje-van-leiden van afgemaakt. Bovendien, wat ze ook verzinnen die rit van 1949 kopiëren lukt nooit. Uiteindelijk draait het in de Giro om poen. Al het andere is daaraan ondergeschikt.

Geld! Sykes zucht.

De echte reden dat de Giro naar Pinerolo ging in 2019 had niet zozeer te maken met het gedenken van Coppi, redeneert Sykes, maar met een bod van Elvio Chiatellino, een rijke wielerfan uit Pinerolo die een boel verpleeghuizen bezit en zijn naam verbonden wilde zien met een etappe aankomst.

Dat neemt niet weg dat Coppi overal centraal stond. Alleen al in 2019 verschenen er in Italië minstens 15 boeken over Il Campionissimo. Het is een industrie, die immuun is voor recessie en, vaak, voor goede smaak.

In het voorwoord van zijn eigen boek over Coppi, merkt Sykes het volgende op over de gestage stroom Coppi boeken:

“Als je woont in Coppi-land Piemonte en interesse hebt in fietsen, nemen die boeken vaak de status aan van de plaatselijke slobberwijn. Niemand schijnt die te kopen, en toch gedijt die als kool.”

Maar Sykes zegt ook dat pas sinds hij wóónt in Italië hij zich realiseert wat Coppi zo anders maakt als andere wielerhelden zoals Merckx, Hinault en Anquetil.

“Nu begrijp ik dat Coppi de ziel is van alles wat sport is in Italië. Niemand, helemaal niemand belichaamt de Italiaanse eeuw beter.”

Dit was de vierde aflevering van Kroonieken, door Eurosport – geschreven door Felix Lowe en verteld door Toon Kroon, de podcast wordt ingesproken door Karsten Kroon. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.

Dit was de vierde aflevering van een nieuwe serie – dus als je hebt genoten van deze etappe uit de wielergeschiedenis, abonneer je dan, vertel het door, en beoordeel ons bij jouw podcastaanbieder.

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

29/05/2020 OM 07:32
Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

28/05/2020 OM 12:14
Gerelateerde onderwerpen
Wielrennen
Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Laatste nieuws

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

29/05/2020 OM 07:32

Nieuwste video's

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

01:16:34

Meest populair

MotoGP

The In Lap - S01E10 | Ducati in de MotoGP: smaakmaker met succes

31/05/2020 OM 12:21