We gaan terug naar een van de mooiste edities van de Rit naar de Zon van 1966, toen Jacques Anquetil op de allerlaatste dag zijn vijfde en laatste eindzege pakte ten koste van landgenoot Raymond Poulidor.
Luister Kroonieken ook als podcast:
Spotify: https://spoti.fi/3bkQHXz | Apple https://apple.co/38bjZps
Wielrennen
Kroonieken | Als ploeggenoten rivalen worden - het verhaal van Greg LeMond en Jock Boyer
08/07/2020 OM 11:22

Verdeling

Zo verscheurd als Italië was tussen Coppi en Bartali, zo verdeeld was Frankrijk over de prestaties van Jacques Anquetil en Raymond Poulidor.
Hun duel werd uitgevochten op en naast de fiets, en doordrong de hele Franse maatschappij. Gezinnen bespraken de twee aan het diner – de ene helft demonstratief reikend naar de boerse paté van Poulidor,en de andere naar de romige Camembert van Anquetil, om vervolgens op de vuist te gaan over de baguette.
Hun rivaliteit spleet Frankrijk in tweeën – en niet alleen aan tafel. De Poulidoriens stonden tegenover de Anquetilistes in wat de wielervariant was van de tweede ronde in een presidentsverkiezing.
Collega’s werden vijanden, vriendschappen liepen kapot, stellen gingen uit elkaar en de hartstochten ontketend door deze twee heren dreven het land zo ongeveer richting burgeroorlog.
Naast het sportieve vlak, was hun conflict een botsing van twee temperamenten, twee stijlen, twee filosofieën en twee sociale klassen. Aan de ene kant de arrogante, stadse aristocraat Anquetil, aan de andere de poten-in-de-klei boerenknecht Poulidor. Het was de elite tegenover de gele hes, een ongelijke strijd tussen een metronomische supermens en een kampioen van het volk die veel eigenschappen had waarin de gewone fransman zich kon herkennen.
Schrijver Jacques Augendre, de eerste journalist die 50 Rondes van Frankrijk had gevolgd, auteur van Anquetil en Poulidor: een Franse splijtzwam, vergeleek de vijfvoudig Tourwinnaar Maître Jacques Anquetil met de uitgekookte cynische scrupule-loze Machiavelli; en eeuwige rivaal Poupou met de onnozele, goedhartige maar hopeloos naïeve optimist Candide van Voltaire.
De Tour de France mag dan zijn Tuin der Lusten geweest zijn, Anquetil had ook van Parijs-Nice een comfortabel park gemaakt en zijn eigen Arcadië gevestigd aan de Riviera, in Nice, in het prille voorjaar.
Hij had de Koers naar de Zon al gewonnen in 1957, 1961, 1963 en 1965. Hij stond aan de start in 1966 vast van plan een vijfde parel op deze kroon te zetten. En Poulidor? Hij liep tegen de 30 en had nog nooit het podium bereikt.
Het idee verslagen te worden door Poulidor, was voor Anquetil dermate misselijkmakend dat als hij een bepaalde wedstrijd niet kon winnen hij het uiterste zou doen ervoor te zorgen dat zijn rivaal dat ook niet kon. Zijn fameuze nederlaag tegen Poulidor toen ze schouder aan schouder de Puy de Dôme opgingen in de Tour van 1964 had een zwakke plek bij hem blootgelegd. Deze meedogenloze winnaar was niet onverslaanbaar.
Maar Anquetil was het opgeklopte gedoe rond hun rivaliteit zat. Het zat hem steeds meer dwars dat zijn overwinningen alleen de pers haalden als Poulidor meedeed. Zijn biograaf Paul Fournel, schrijver van Anquetil Tout Seul zegt: ”De rivaliteit gaat verder dan deze twee. Pers en publiek hebben zich er meester van gemaakt. Tot razernij van Anquetil, heeft niemand het over hem zonder Poulidor erbij te halen.” Dit alles komt tot een kookpunt begin maart 1966, toen de ‘dood-of-de-gladiolen mentaliteit’ van Anquetil en zijn niet-aflatende obsessie met het verslaan van Poulidor resulteerde in één van de grootste koersen die Parijs-Nice – en misschien wel het wielrennen – ooit heeft gezien.
De rivaliteit gaat verder dan deze twee. Pers en publiek hebben zich er meester van gemaakt. Tot razernij van Anquetil, heeft niemand het over hem zonder Poulidor erbij te halen
De Puy-de-Dôme van 1964 mocht dan het voorlopige hoogtepunt zijn in hun tweestrijd, deze Parijs-Nice lag nog een streepje hoger.

Parijs-Nice

Voordat de klassementstrijd in de editie 1966 losbarstte, hadden figuren als Vittorio Adorni, Rik van Looy en Rudi Altig de sprints gewonnen in de vlakke etappes van deze Rit naar de Zon, een editie die dat jaar zijn bijnaam alle eer aandeed. Vijftig jaar voor de Tour dat deed in 2013, voerde Parijs-Nice naar het eiland Corsica. Alle aandacht in etappe 6A - een rit in lijn over 67 km van en naar Bastia -ging naar Roger Pingeon. Hij was in de aanval gegaan, maar na twee lekke banden ontplofte hij in razernij, gaf op en kondigde in één adem zijn afscheid aan uit de sport. Hij was toen 25. Afscheid? Een week later nam hij deel aan Milaan-San Remo, en het jaar erna, in 1967, won hij de Tour en in 1969 de Vuelta.
Diezelfde dag ’s middags in Corsica kregen de renners etappe 6B voor de kiezen: eindelijk de eerste klassementstest, een tijdrit over 36 km tussen Casta en L’ile Rousse. Het golvende parcours voerde over smalle kronkelweggetjes en werd beschreven, ietwat overdreven, als ‘de mooiste rit tegen de klok in het wielrennen aller tijden’. De route bevatte maar liefst 300 bochten en geen recht stuk langer dan 200 meter, met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen tegen het turquoise van de Mediterrané.
Voor een rouleur als Anquetil – een tijdritspecialist, maar niet op dit soort parcours - bleek het onmogelijk zijn bekende grote molen te draaien. En voor het eerst in zijn carrière eindigde een gesloopte Monsieur Chrono na winnaar Poulidor. Hij had één seconde per kilometer moeten toegeven. Poulidor nam het geel die dag en had 36 seconden voorsprong op Anquetil in het Algemeen Klassement met nog maar twee dagen te gaan. Zelfs op het Franse vasteland was de schok voelbaar. Fournel schrijft:
Anquetil is razend over deze nederlaag in zijn specialiteit, razend over de ontvangst van Poupou door zijn fans, razend over het verlies van wat zijn Parijs-Nice had moeten worden. Hij was furieus, en zelfs zijn vrouw Janine meed hem maar liever even.
Wraak kun je maar het beste nemen na rijp beraad. Maar Anquetil kwam daarvoor tijd te kort. Hij besefte terdege dat etappe 7, de laatste op Corsica – een rit van 155 km naar Ajaccio zonder serieuze beklimmingen – hem geen kansen bood op een verrassingsaanval.
En dus ging hij in conclaaf met ploegleider Raphaël Geminiani. Het moest gebeuren in de laatste etappe van Antibes naar Nice. In de woorden van Fournel:
Hij peinst, graaft in zijn geheugen, raadpleegt oude krantenartikelen. Hij ontdekt dat Poulidor, na een zware krachtsinspanning, 48 uur later de prijs betaalt. Hij vertelt Geminiani dat hij alles zet op de laatste etappe, overmorgen. Gem, haal alles uit de kast, troepen en hulptroepen. Het wordt oorlog!
Met troepen bedoelde hij zijn ploegmaten van Ford: Jean Stablinski, Jean-Claude Annaert, Paul Lemetayer, Pierre Everaert, Jean-Claude Wuillemin en Arie den Hartog. Met ‘hulptroepen’ bedoelde hij, als we de geruchten mogen geloven, de twee deelnemende Italiaanse ploegen.
Anquetil overleefde een speldeprik in etappe 7 – hij werd even gelost op een steil klimmetje, maar pakte Poulidor terug in de afdaling – en begon aan de slotetappe – 167 km langs de Côte d’Azur met “wraak in zijn ziel”. Poupou, daarentegen, had, zo goed als zeker, zijn doodsvijand al verslagen.
Maar er was nog iemand geïnteresseerd in de zege: Vittorio Adorni hield zich schuil op de derde plek. Toen hij ontsnapte op een smalle klim in het achterland van de Riviera zagen de twee Franse teams van Ford en Mercier zich genoodzaakt tot een gelegenheidsalliantie en zetten de achtervolging in. Anquetil was wel zo slim om Poulidor het meeste werk te laten opknappen. Al vóór en zeker na deze actie van Adorni viel Ford de Mercierploeg van Poulidor genadeloos aan. Naar verluidt moest Poulidor minstens 38 aanvallen neutraliseren. Fournel:
Het wordt snel duidelijk. De Italiaanse ploegen Salvarini en Molteni rijden voor Anquetil. Het is net zo duidelijk dat Peugeot Poulidor steunt. Eén van hen, André Zimmermann duwt Poulidor omhoog, en Anquetil wordt, naar men zegt, door een motard de klim bij Tourette opgezogen. Een aantal renners beweert dat ze de goot in zijn gedrukt. Protesten alom van gevaarlijk rijden en intimidatie.
Dat Anquetil zijn kruit droog hield voor de slotklim, kon iedereen zien. In het besef dat hij het moest hebben van zijn tijdritcapaciteiten, reed hij het heuvelachtige parcours op een tijdritfiets met extra-lange cranks van 180mm.
Na een paar inleidende beschietingen op de laatste klim, slaagde Anquetil er eindelijk in los te komen van Poulidor, die echt op de pijnbank was gelegd. Anquetil kwam boven met en klein gaatje. Na de afdaling wachtte een lang vlak stuk over een kustweg. Hij moest 36 seconden uitlopen om een schier onmogelijke zege te behalen.
GPS was nog niet uitgevonden, maar vriend en vijand waren van oordeel dat Anquetil de snelste 33 kilometer ooit op een fiets reed met een versnelling die je alleen maar ziet op de baan achter de derny.
Druipnat van het zweet, haalde hij de streep op de Promenade des Anglais en liet zich vallen in de armen van zijn ploegleider Geminiani, die door het dolle heen was. Het jagende peloton kwam binnen op 1’24”. Monsieur Jacques had in extremis Poulidor het geel van de schouders gerukt, en zijn vijfde Parijs-Nice binnen gehaald met 48 secondjes.
Deze strijd was gestreden, maar de oorlog ging door. Vol weerzin tegen het gedrag van de Fordploeg en hun banden met de Italiaanse teams, zei Poulidor: “Nu weet ik dat Anquetil de ‘patron’ is. Zijn ploegmaats hebben zich misdragen onderweg naar Nice, en, als hij eerlijk is, moet hij dat erkennen”.
Anquetil, niet echt een toonbeeld van sympathie, antwoordde later: “Poulidor moet ophouden met huiliehuilie. Dat interview waarin hij de beschuldigingen door zijn ploeg herhaalde, dat mijn overwinning incorrect en unfair zou zijn, dat interview is een kampioen onwaardig. Ik zal het hem niet makkelijk vergeven.”
De Franse Wielerfederatie startte een onderzoek op verzoek van Antonin Magne, ploegbaas van Mercier Hij beschuldigde de Fordploeg ervan zijn renners van de weg te hebben gedrukt. Met name dat Jean-Claude Wuillemin de Brit Barry Hoban in een sloot had geknikkerd zodat hij moest opgeven. Wuillemin zou de beschuldiging later toegeven.
Mercier, de ploeg van Poulidor, was de fietssponsor, ook van Ford, het team van Anquetil en Geminiani. De beschuldigingen zetten deze sponsordeal natuurlijk op de tocht, en Geminiani dreigde met een tegenklacht aan het adres van Magne vanwege ‘sportief, moreel en commercieel vooroordeel’ Na grondig onderzoek werd beslist dat de uitslag bleef staan. Maar Frankrijk was verdeeld over deze hete aardappel.
Fournel zegt tegen Eurosport dat, ondanks al dit gekissebis, Anquetil en zijn ploeg alle eer verdienen voor wat ze die dag hebben laten zien: terugkeren vanuit een verloren positie dankzij een foutloos uitgevoerd plan.
De ploeg was zo sterk. Die dag viel alles perfect op zijn plaats. Elke ploegmaat betaalde een zware prijs: ze waren volkomen uitgewoond. En, inderdaad, Wuillemin moest toegeven dat hij Hoban van de weg had gedrukt. Waren de Italiaanse ploegen betrokken? Dat zullen we nooit zeker weten. In het algemeen was het zeker geen ‘zuivere’ wedstrijd, maar we moeten erkennen dat Anquetil iets buitengewoons heeft neergezet in het laatste deel van de etappe.

Nasleep

Nadat het stof was gaan liggen over dit jongste succes in zijn niet te stuiten vete met Poulidor, mijmerde Anquetil hardop over wat er ook had kunnen gebeuren:“Wat als de rollen waren omgedraaid: Poulidor eerste, Anquetil tweede? Ik zou onmiddellijk afgeschreven zijn. Eén enkele nederlaag zou net zo zwaar tellen als 15 of 20 overwinningen. Hoe eerlijk is dat? Ik zie de krokodillentranen om mijn vermeende achteruitgang al biggelen.”
Deze achteruitgang was al ingezet, maar er was echt nog wel tijd voor nog een paar pieken. Twee maanden later won hij Luik-Bastenaken-Luik, het enige monument in zijn loopbaan, een paar weken later nog gevolgd door een podiumplek in de Giro.
Zodra een zesde Touroverwinning onmogelijk bleek, trok hij zich een paar dagen vóór Parijs terug, maar niet zonder de overwinning veilig te stellen voor zijn ploegmaat Lucien Aimar. Weer greep Poulidor naast het geel.
Hun doorsudderende tweestrijd werd weer tot een kookpunt gebracht tijdens de WK van 1966 op de Nürburgring toen Anquetil en Poulidor elkaar uitschakelden, zodat de Duitser Rudi Altig er met de Regenboogtrui vandoor ging.
Anquetil werd tweede – dichter bij een wereldtitel was hij nog niet geweest – en Poulidor derde. Een aantal Franse journalisten -vermoedelijk de “Poulidoriens’- beweerden dat Anquetil ervoor had gekozen ten gunste van zijn Saint Raphael ploegmaat Altig te rijden en daarmee te voorkomen dat Poulidor het goud greep.
Deze beschuldiging werd gevoed door het feit dat Anquetil en zijn vrouw de nacht vóór de wedstrijd gelogeerd hadden bij de Altigs. Anquetil en Poulidor lagen samen voorop. Eén van hen moest winnen, maar ze hadden het dusdanig met elkaar aan de stok vóór het jagende peloton, dat Altig in de laatste ronde bij hen kon komen en ze er gemakkelijk oplegde in de sprint.
Fournel zegt tegen Eurosport: “Dat WK-verhaal is een schande. Dit was de bespottelijke kant van hun onderlinge strijd. Daarna moest het ophouden. Het had niet alleen te maken met dat Parijs-Nice verhaal, het was het resultaat van duizenden artikelen en verklaringen, honderden wedstrijden en iets teveel klappen onder de gordel”.
Terwijl Poupou nog 11 jaar in de benen had – hij zou overigens nooit de Tour winnen - , zei Anquetil het wielrennen in 1969 vaarwel. Na zijn roemruchte laatste Parijs-Nice zou hij nog maar een paar kleine overwinningen op zijn enorme palmares bijschrijven. Terwijl zijn Keizerrijk ten einde liep, stond een nieuwe nog roemrijkere periode op het punt van beginnen.
De vierde plek in die fameuze Parijs-Nice, na Anquetil, Poulidor en Adorni, was voor een jonge Belg van 20 die luisterde naar de naam Eddy Merckx. Deze knaap werd derde in de openingsetappe. Hij bezorgde zijn ploeg Peugeot een beste beurt door die week alle keren bij de eerste tien te finishen. Dat zo’n prille jongeling bovendien zo’n allrounder kon zijn was nooit eerder vertoond.
Hier rees een ster voor de toekomst. En die toekomst liet niet lang op zich wachten. Diezelfde maand maart won Merckx Milaan-San Remo, zijn eerste van zeven. Het duo Anquetil-Poulidor, jarenlang Frankrijks nationale splijtzwam, verdween naar de achtergrond. Franse wielerfans hadden niets meer te kiften. Anquetil mocht heel veel kunnen, Merckx was van de buitencategorie.

Eddy Merckx

Foto: Eurosport

Anquetils meedogenloze greep op Poulidor is een nooit opgelost wielermysterie. Ondanks al zijn woede op zijn rivaal, is het net alsof – we ontlenen ook dit aan Fournel – alsof Poulidors bewondering voor Anquetil zo groot was dat die uiteindelijk fataal bleek.
54 jaar na hun epische duel, belicht Fournel voor Eurosport de monumentale aard van de Pyrrusoverwinning van Anquetil op Poulidor in Nice, één van zijn laatste wapenfeiten behaald op een rivaal die hem, eindelijk, bijna een koekje van eigen deeg had toegediend.
Het is het hoogtepunt in hun tweestrijd, en het is een bijzondere overwinning, in de zin dat hij niet tot stand kwam in de gebruikelijke Anquetil-stijl. Dit keer reed hij als de ‘baroudeur’, de traditionele vechtjas, die hij helemaal niet was. Hij had dit keer geen ruimte om te rekenen, te speculeren of op reserve te rijden.
Fournel kan echter niet zeggen of de zege in Nice meer symboliek had dan Poulidors beroemdste scalp, die van twee jaar eerder op de Puy-de-Dôme in de Tour.
Dat is appels met peren vergelijken. De Puy-de-Dôme was duidelijk een man-tegen-man gevecht. Strategie had hier geen zin. Het ging puur om kracht. Parijs-Nice was een staaltje teamwork, perfekt afgemaakt door Jacques.
Op de vraag of Anquetil liever wilde voorkomen dat Poulidor zijn eerste Parijs-Nice zou winnen dan dat hij zelf zijn eigen vijfde titel zou grijpen, stelt Fournel:
Kiezen tussen deze twee opties zou een rationele afweging zijn. Maar ratio speelde geen rol in deze. Het was zuiver een zaak van rivaliteit. Het enige plan was de ander te kloppen. En in dat spel was Anquetil de betere.
Gezien hun rivaliteit op de fiets en hun uithalen naar elkaar in de pers, lijkt het redelijk te concluderen dat de twee populairste Franse renners van hun generatie elkaar niet konden luchten of zien. Maar dat was niet zo. In wezen waren ze heel close. Zeker toen Anquetil in 1969 met pensioen ging bloeide hun vriendschap op.
Het verhaal wil dat Anquetil, hardop peinzend over zijn relatie met Poulidor, klaagde, voor hij stierf in 1987: “we hebben 15 jaar vriendschap verloren”.
Ondanks het grote verschil in palmares, zegt het toch wel iets dat – had er ooit een presidentsverkiezing tussen de beide heren plaatsgevonden - de meerderheid de eenvoudige man van het volk Poulidor aan het Elysée zou hebben geholpen, en niet de calculerende Anquetil.
Zelfs Anquetils dochter Sophie, geboren in 1970, liet zich meevoeren op de golven van wat in Frankrijk ‘poupoularité’ genoemd wordt. Wat zei de man die vijf keer de Tour en vijf keer Parijs-Nice won?
Sophie kon eerder ‘Poupou’ zeggen dan ‘papa’. Niet alleen toen we nog fietsten, Raymon, zat je me dwars, maar ook daarna ging je daar mee door. Ik leef in de wetenschap dat mijn dochter de grond onder je voeten kust.
Wielrennen
Kroonieken | Hoe Jacques Anquetil in 1963 geschiedenis schreef met zijn Vueltazege
01/07/2020 OM 13:11
Wielrennen
Kroonieken | Kidnapping en controverse - de eerste Zuid-Amerikaanse winnaar van een Grote Ronde
24/06/2020 OM 11:54