Luister hier naar de podcast:
“Wat? Merckx gegrepen? Bestaat niet! Waar heb je het over, Georges! Afschuwelijk, onvoorstelbaar. Ik sta perplex. Amai, Dit is de ergste dag van mijn leven.” Luc Varenne kon het niet geloven. Nog geen uur geleden had de ervaren Belgische radioverslaggever de microfoon overhandigd aan collega Georges Malfait, nadat zijn troetelkind Eddy Merckx was weggereden van zijn rivalen op de Col d’Allos. Maar nu was hij terug in zijn hokje bij de finish van etappe 15, en de kansen waren volledig gekeerd ten nadele van zijn grote landgenoot.
Wielrennen
Kop over Kop Wielerawards | Wie boekte in 2022 de knapste zege en welke vlucht was het mooist?
EEN UUR GELEDEN

EINDE VAN EEN TIJDPERK

Bij het ingaan van de slotweek – we hebben het over de Tour de France van 1975 - had Merckx een voorsprong van 58’’ op Thévenet in het algemeen klassement ; de grootste ster van de wielersport lag op koers voor een ongeëvenaarde zesde Tourtriomf, maar op de laatste klim van de eerste Alpenetappe stortte hij in.
Varenne was een schaamteloze Merckxist die al zo lang meeliep dat zelfs Belgiës beroemdste coureur het ontstaan van zijn liefde voor de sport toeschrijft aan het commentaar van deze oudgediende. ‘Mon petit Eddy’ - zoals Varenne hem noemde - zo zien imploderen, was een dolk in zijn hart. Dit had hij nooit eerder gezien. Die zondag 13 juli 1975 kwam er een einde aan de lange heerschappij van zijn idool.
Thévenet had zich teruggevochten, had de etappe gewonnen en daarmee de Gele Trui van Merckx’ schouders gerukt. De vijfvoudige Tourwinnaar zou het geel nooit meer dragen. Hoewel de wedstrijd nog lang niet beslist was, had de Fransman in Pra Loup de grondslag gelegd voor een historische prestatie. Hier toonde hij wat hij later zou omschrijven als ‘het hoogtepunt van mijn carrière’.
Toen de Tour eindigde op de beroemde Champs-Elysées – dat jaar voor het eerst de laatste aankomstplaats– werd Thévenet de eerste die Merckx versloeg in een belangrijke etappekoers sinds de Belg zijn Giro-debuut maakte in 1967.
Dat voorjaar had Merckx de zege in Parijs-Nice aan Joop Zoetemelk moeten laten, maar Milaan-San Remo, de Amstel Gold, de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik had hij gewonnen. In Parijs-Roubaix moest hij slechts in Roger de Vlaeminck zijn meerdere erkennen.
Maar na twee etappezeges in de Ronde van Romandië werd hij getroffen door ziekte – een verkoudheid, keelontsteking –, die hem dwong de Giro over te slaan. Hij had het moeilijk in de Dauphiné, waar Thévenet de bergen op danste, maar werd wel weer tweede in de Ronde van Zwitserland na De Vlaeminck.
Hoewel hij er in La Doyenne was opgelegd door Merckx, was Thévenet vol zelfvertrouwen. “Het ging steeds beter”, zei de Fransman. “En hij leek wel wat minder. Maar niemand had hem ooit geklopt in een etappekoers, en hij was nog steeds buitengewoon strijdbaar.”

DE GROTE FAVORIETEN

Voor de Tour van 1975 waren Merckx en Thévenet de grote favorieten, Joop Zoetemelk het zwarte paard. De Nederlander had Parijs-Nice gewonnen, maar was nog steeds herstellende van een zware val en ziekte het vorig jaar. Voor Luis Ocaña gold ongeveer hetzelfde.
Met vijf aankomsten bergop en een slottijdrit eveneens in de bergen leek het parkoers dat jaar geknipt voor de Fransman. Zijn ploegbaas, Maurice de Muer, had er bij Peugeot een winnaarsmentaliteit ingeramd. Om de Tour te winnen moest kopman Thévenet vóór de Pyreneeën op minder dan 3 minuten van Merckx staan. Er waren dan nog 11 etappes te gaan.
Thevenet zou men kunnen beschrijven als sterk, wilskrachtig, maar niet bijzonder behendig op een fiets. Een uitstekende klimmer, maar een matig daler.
Hij was opgegroeid in het Bourgondische dorp Le Guidon – ‘het stuur’ in het Nederlands – en was kennelijk voorbestemd wielrenner te worden. Tijdens de Tour van 1961 realiseerde koorknaap Bernard Thévenet zich zijn ware roeping.
“De pastoor had de mis een uur naar voren gehaald, zodat de koorjongens de renners konden zien passeren”, weet hij nog. “Het waren de hedendaagse ridders. Ik had er altijd van gedroomd coureur te worden, en ze zo bezig te zien vond ik magisch. Later, eenmaal in het Tourpeloton, vond ik het niet altijd zo magisch.”

THEVENET

Thévenet werd prof in 1970. Al snel versloeg hij de 3 jaar oudere Merckx én Felice Gimondi én Roger Pingeon in de klim van Mont Faron in de Pyreneeën, waarmee zijn reputatie gevestigd was. Hij werd vierde in de Tour van 1971, tweede achter Ocaña in 1973, en ging van start in 1975 met al zes Touretappes op zijn naam – en huizenhoge verwachtingen.
Titelverdediger Merckx kreeg het geel na winst in etappe 6, een tijdrit van 16 km in Merlin- Plage aan de Atlantische kust bij Nantes. Hij behield zijn voorsprong van 31 seconden op Francesco Moser tot aan de tweede tijdrit, 39 km van Fleurance naar Auch. Merckx won ook deze, nu met 9 ‘’ op Thévenet. Daarmee vergrootte hij zijn voordeel op zijn Franse rivaal tot 2’20’’. Geen hond zal het toen voor mogelijk gehouden hebben dat dit Merckx’ laatste etappezege zou zijn in de Tour.
Het tij begon te keren in de Pyreneeën in etappe 11 naar Pla d’Adet, toen Thévenet en Zoetemelk wegreden op de slotklim. De Fransman reed 400 meter voor de streep lek . Dat kostte hem de zege maar toch was zijn achterstand op Merckx teruggebracht tot 49 tellen. Dat was een stuk minder dan de drie minuten die hij, volgens De Muer, nodig had voor de eindwinst.
Twee dagen later kwam de koers aan in het Massif Central. Hoe hij zich ook inspande, Merckx won niet meer dan 1 luttele seconde op Thévenet in Super-Lioran. Toen kwam het moment dat de hele koers zou beslissen.

ONTMERCKXING

In etappe 14 naar Puy de Dôme, werd Merckx zwaar onder druk gezet door Thévenet en de Belg Lucien van Impe. Hij gaf alles om het verschil op 100 meter te houden, toen vanuit het dol-chauvinistische publiek een toeschouwer de weg op stapte en de Gele Trui een stomp in de nierstreek verkocht.
Het incident werd nauwelijks opgemerkt. Merckx bleef op de fiets, hij gaf zelfs geen krimp, maar had het toch moeilijk. Na de streep viel hij tegen een wegafzetting, gaf over, maakte krampachtige bewegingen, en werd op de been gehouden door persmensen.
Hij had zijn Gele Trui gered, maar wel 34’’ verloren op Thévenet. In het algemeen klassement stond die nu op iets minder dan een minuut’ van de Belg. De volgende dag was een rustdag. Pas in het vliegtuig naar Nice kreeg Thévenet te horen wat Merckx was overkomen op de Puy de Dôme.
Op de weg terug naar beneden onder politie-escorte reed hij langs spandoeken die opriepen tot ‘ontmerckxing’ van de Tour. Daar spotte De Kannibaal de onverlaat die hem de stomp had gegeven.
De aanslagpleger was niet de typische dronken hooligan, maar een onopvallende 55-jarige lokale figuur, die Nello Breton heette. Hij beweerde dat hij naar voren was geduwd in de drukte en dat er geen doelbewust contact was geweest. Maar het kwaad was geschied. Merckx had een grote blauwe plek in de leverstreek, die lelijk opzwol op de rustdag. Men gaf hem de volgende morgen zelfs een bloedverdunner vóór de start van een loodzware Alpenrit met vier supersteile cols. De slotklim naar Pra Loup was minder lastig. Hier had Merckx zijn zinnen gezet op winst.
De Col Saint-Martin en de Col de la Couillole waren de opwarmertjes voor de 217,5 km lange etappe vanuit Nice. Dan volgde de Col des Champs, voor het eerst in de Tour. Merckx was duidelijk nerveus. Vóór de eerste klim van de dag had hij drie keer van fiets gewisseld.
Op de Col des Champs werd het peloton al flink uit elkaar getrokken. Merckx had pijn waar de stomp was aangekomen. De bloedverdunner die hem voor de start was toegediend raakte uitgewerkt. Snel na het begin van de klim van 12 km met een gemiddelde stijgingspercentage van 7%, stuurde hij een knecht naar de auto van de dokter om wat pijnstiller te halen. De ploeg van Thévenet verhoogde het tempo.

IN DE AFZINK

“Ik demarreerde 5 of 6 keer,” zei Thévenet later. “Maar ik raakte hem niet kwijt. Dat zat me dwars, ik had verwacht dat ik wel wat tijd kon pakken.” Ondanks al deze aanvallen kon hij geen licht krijgen tussen hem en de Gele Trui, die kromp bij elke versnelling ineen van de pijn. Desondanks rondde Merckx als eerste de top en ging volgas naar beneden.
Thévenet: “Hij wist dat ik niet zo’n superdaler was als hij. In 1971 had hij in een afdaling de Tour gewonnen, toen Luis Ocaña hem probeerde te volgen en viel.”
Thevenet reed lek op het slechtst denkbare moment. Hij moest een wiel ruilen met een ploeggenoot, waarna - met steun van ploegmaat Raymond Delisle -, een lange jacht volgde op de kopgroep met Merckx.
Nauwelijks was dat gelukt of de volgende col dook op. De Molteni-ploeg van Merckx zette zich op kop aan de voet van de Col d’Allos. De Kannibaal plaatste zijn, wat hij hoopte, beslissende demarrage 1 kilometer voor de top en begon aan de afdaling met een gaatje van 15 seconden, een afdaling die, volgens Thevenet, één van de gevaarlijkste was in Frankrijk.

Bernard Thevenet zit hier nog in het wiel bij de Kannibaal.

Foto: Imago

Het lef waarmee de Belg naar beneden raasde was weer ouderwets Merckx. Thévenet was een stuk behoedzamer en zag het gat alleen maar groter worden.

VARENNE

Commentator Luc Varenne raakte compleet in extase. Hij ging er vanuit dat Merckx onderweg was naar de etappewinst en een nog nooit vertoonde zesde Tourtitel. “Hier gaat een duivel, één van het goede soort natuurlijk. Ongelooflijk! Wat een heerser! Ik krijg de tranen in de ogen!”
Varenne had een lange eerbiedwaardige carrière achter de rug bij de Waalse Radio Omroep. Zijn debuut als Tourcommentator dateerde van 1948. Veel Waalse televisiekijkers waren zo verzot op zijn vlotte, gepassioneerde en nogal chauvinistische babbel, dat ze het geluid van de TV zacht zetten, en liever naar de radio luisterden.
Christian Prudhomme, de directeur van de Tour, heeft ooit toegegeven zelf een enorme fan te zijn geweest: “Als jochie luisterde ik in de regel naar de laatste 100 kilometer van een etappe. Ik luisterde het liefst naar de Belgische radio, naar ene Luc Varenne, een bijzonder mens.”
Varenne was alom tegenwoordig en buitengewoon populair. In 1956 trad hij zelfs op in de Vlaamse strip Nero in het verhaal ‘De Negen Peperbollen’. Anti-held Nero – hij weet van toeten noch blazen – fabriceert uit een bosje Afrikaanse peperbollen een stimulerend middel dat hem in staat stelt een bergetappe in de Tour de France te winnen met een voorsprong van 38’.
“Alles werd anders toen Eddy Merckx arriveerde. Hij was de zin van mijn leven,” zei Varenne, trotse vader van twee dochters, ooit. In Eddy vond hij de zoon die hij nooit had. Vanaf de eerste winst van Kleine Eddy in een grote klassieker tot zijn fameuze instorting onderweg naar Pra Loup, stond de tent van Varenne schaamteloos in het kamp van zijn favoriete coureur. Immers: ”een goede commentator moet chauvinistisch zijn”.
Toen Ocaña, in een tijdrit in de Tour van 1971, profiteerde van het zog van een konvooi motoren en daarmee rivaal Merckx benadeelde deed Varenne, live, een beroep op de Belgische marine om de Franse kust te bombarderen.
Ervan uitgaande dat zijn Eddy de etappe- noch de tourzege nog kon ontglippen na die demarrage op de Col d’Allos, gaf Varenne de microfoon aan zijn collega Georges Malfait, met de woorden: “ik ben te emotioneel.”
Hij vertrok vervolgens per auto naar de finishplaats Pra Loup terwijl zijn held het smeltende teer en de gaten in de verraderlijke afzink het hoofd bood. Ondanks de scherpe bochten, het losse grind en wat Thévenet later noemde “de geur van drama die boven de koers hing” scheurde Merckx als een bezetene.
Achter het peloton nam Giancarlo Ferretti, ploegbaas van Bianchi een bocht verkeerd en donderde 100 meter het ravijn in. Goddank werden hij en de mekanieker zonder erg uit hun voertuig geworpen.

PRA LOUP

Ondertussen verloor Thévenet tijd. Hij bleef liever overeind dan alles te riskeren. Toen Merckx het bord van de laatste tien kilometer passeerde, had hij 18 tellen voorsprong op Gimondi. Het trio Thévenet, Zoetemelk en Van Impe zat op 1’10’’. Was de koers gedaan? Was dat maar zo.
De slotklim van Barcelonette naar Pra Loup is maar 7 km lang en is nergens steiler dan 8 %, maar het was wel klim nummer vijf in een lastige, hete, meedogenloze dag in het zadel, en Thévenet was nog niet van plan de handdoek te werpen.
Anders dan zijn nog niet uitgebluste rivaal begon de Kannibaal een ware lijdensweg. Gimondi haalde hem als eerste bij. De sympathieke Italiaan wist niet wat hij hoorde, toen de man in het geel hem vroeg wat kalm aan te doen. Verder naar achteren loste een herboren Thévenet Joop Zoetemelk bij het begin van de klim. Even later ging Van Impe overboord. Vlak achter hem schreeuwde De Muer zich de longen uit het lijf om hem nog meer op te jutten.
Met het geluksnummer 51 op de rug – Merckx en Ocaña hadden datzelfde nummer gedragen toen ze de Tour wonnen - kwam Thévenet steeds nader. Hij was bezig met de meest ongelooflijke ommekeer in de Ronde van Frankrijk ooit. Hij straalde de vraatzucht uit van de renner die de laatste kilometers van een moordende etappe in een paar happen ging verslinden, terwijl de Belg vol angstige wanhoop leek te weten wat hem te wachten stond.
Thévenet zat zo in de flow dat hij aanvankelijk nauwelijks doorhad wat er aan de hand was. Hij zag de ploegauto van Molteni. Hoe kan dat nou, moet hij gedacht hebben. Vervolgens zag hij een figuur in het geel, moeizaam pedalerend, nauwelijks meters makend.
“Allez, Bernard”, schreeuwde De Muer. Hij rook bloed. “Hij kraakt! Hij is gezien!”
Later vertelde Thévenet aan Daniel Friebe, Britse auteur van The Cannibal: “Ik ga zo hard, dat ik niet eens normaal kan denken. Even later, zit ik bij de Molteni-auto. Toch ben ik nog steeds bang dat hij me ziet komen, demarreert en dat het afgelopen is. Ik kan hem pakken in een bocht op een strook gesmolten asfalt. Hij neemt de binnenbocht, langs de toeschouwers. Ik hou me voor dat hij dat smeltende asfalt niet zal durven oversteken, dus ik neem de buitenbocht. Ik ben bijna niet te zien tussen het publiek. Ik ga hem voorbij, erop en erover, zo snel mogelijk. Hij kan niet volgen, en, vreemd genoeg, dat verbaast me niets. Euforie verdringt elk ander gevoel…”

MERCKX GEBROKEN

In een interview in L’Equipe, zou Thévenet later toegeven dat, als hij had geweten dat Merckx echt aan het eind van zijn Latijn was geweest, hij wel iets langer van dat moment zou hebben genoten. “Stom, ik stond erbij en keek er naar, maar zag het niet. Als ik het had geweten, had ik hem in de ogen gekeken toen ik naast hem kwam. Ik wist niet dat ik geschiedenis aan het schrijven was, dat dit Merckx’ definitieve afscheid van de Gele Trui was. Ik zag alleen dat glimmende asfalt, en dat ik hem had gesloopt.”
Nadat hij Merckx had gegrepen, haalde Thévenet ook Gimondi bij nog vóór het rode vod. De Kannibaal werd ook nog opgepeuzeld door Zoetemelk en Van Impe. Meer dood dan levend wankelde Merckx over de streep op 2’, als vijfde. Volgens de winnaar was dit resultaat ‘een aardverschuiving in het wielrennen’.

Bernard Thévenet wint op 14 juli 1975 in Serre-Chevalier.

Foto: AFP

Het beeld van een krachteloos naar de streep zwoegende Merckx was overduidelijk. Alles suggereerde berusting in de nederlaag. Ondertussen had zijn grootste bewonderaar Luc Varenne vernomen hoe het was afgelopen. “Arme Eddy, arme wij. Op vleugels snelde hij naar victorie. Niemand die dit had voorzien. Hij was de held. Mon Dieu, wat een droom, wat een nachtmerrie.”
Afgezien van die stomp in zijn zij, was er geen verklaring voor het instorten van de kampioen. Hij hield vol dat het geen hongerklop was of zoiets. Zonder omhaal prees hij zijn rivaal die nu een voorsprong had van 58 seconden in het algemeen klassement, en nu voor het eerst het Geel mocht aantrekken.
“Bernard Thévenet is mij te sterk,” erkende Merckx. “Die waarheid moet ik onder ogen zien. Ooit moest het gebeuren, een nederlaag. Dit jaar ben ik tegen een superieure Thévenet aangelopen.”
Op het podium die middag feliciteerde Merckx zijn beul en gaf toe: “Ik heb alles geprobeerd en alles verloren. Ik denk niet dat ik deze Tour ga winnen.” Thévenet van zijn kant zou het moment waarop hij Merckx passeerde omschrijven als “zo fantastisch voor mij, zo afschuwelijk voor hem.”

STRIJDEND TEN ONDER

Drievoudig Tourwinnaar Louison Bobet ging die avond bij Thévenet op bezoek in diens hotel. “Hij zei dat hij mijn prestatie bewonderde en verklaarde dat iemand met uitzicht op een Tourzege hetzelfde moest doen als zijn voorgangers: als eerste en alleen de Izoard bedwingen en winnen in Briançon. Ik was vastbesloten dit advies de volgende dag op te volgen in de etappe van Barcelonnette naar Serre-Chevalier.”
Er was nog een week te gaan en alles was nog speelbaar. Hoewel hij nog steeds pijnstillers nodig had, was Merckx niet van plan de strijd te staken. Toen Thévenet op achterstand werd gereden op de Col de Vars in etappe 16, viel Merckx vroeger aan dan hij had gepland. Hij sloot aan in een groepje van drie met onder anderen Joop Zoetemelk, maar er was geen samenwerking en de Belg richtte zich op en wachtte op het peloton.
Met de woorden van Bobet in zijn oren geknoopt, demarreerde Thévenet op de Col d’Izoard, net toen Merckx vroeg om assistentie van de ploegauto. Op Quatorze Juillet soleerde Thévenet over de top van de mythische berg en behaalde een schitterende overwinning in Serre-Chevalier, zijn tweede op rij en zijn eerste in het Geel. Hij nam ruim twee minuten op Merckx, de nummer 2 in het algemeen klassement.
De Fransman zei later: “De Tour heb ik gewonnen in Serre-Chevalier. In Pra Loup was ik niet echt geweldig, maar over de Izoard had Merckx niet zo’n goede dag, en ik wel.”
De volgende dag in de neutrale zone van etappe 17 naar Avoriaz, aan de voet van de Col du Télégraph schoot Merckx uit zijn pedalen en ging plat op zijn snuit op het asfalt op een steenworp afstand van de plek waar Thévenet had opgegeven in de Tour van 1974.

Eddy Merckx met een 'gele' Bernard Thévenet tijdens de Tour de France van 1975.

Foto: Getty Images

Met het gezicht onder het bloed en de schaafwonden, vocht Merckx zich een weg over de Madeleine, de Aravis, de Colombière en omhoog naar Morzine. Hij zag eruit als Laurens ten Dam na diens valpartij in de 14de etappe van de Tour van 2011. Met een heroïsche derde plaats pakte hij zelfs een paar seconden terug op Thévenet, maar tegen een enorme prijs. Foto’s wezen uit dat hij een dubbele breuk in zijn jukbeen had opgelopen.
Later circuleerden er verslagen van een verdwaasde Merckx, die onduidelijk sprak en in het Vlaams begon tegen een Spanjaard, het waarschijnlijke gevolg van een hersenschudding. Artsen gaven aan dat hij moest stoppen, maar Merckx vocht door naar Parijs.

DEFINITIEF ONTTROOND

Hij weigerde de bebloede handdoek te werpen en nam 15 seconden in de laatste tijdrit en nog eens 16 seconden toen Thévenet in de voorlaatste etappe vlak voor de finish viel. Hoewel het gat nog steeds bijna 3 minuten bedroeg, had Thévenet geen moment het idee dat hij, zolang een getergde Merckx niet was afgestapt, de zege op zak had.
“Ik geloofde pas in de overwinning op de Champs-Élysées twee ronden voor het einde. Geen moment kon ik de aandacht laten verslappen. Nee, ik was er niet gerust op.”
En ja hoor, zelfs in de laatste etappe onderweg naar Parijs ging de uittredende Belgische Titaan nog één keer in de aanval. Tevergeefs!
De Vlaming Walter Godefroot won de eerste Touraankomst op de Champs-Élysées, de eerste in de Tourgeschiedenis. Pas toen was Thévenet zeker. Op 27jarige leeftijd, na vijf eerdere pogingen, had hij eindgeel op zak met 2’47’’ op Merckx. Aan diens tien Grote Ronde-zeges op rij was een eind gekomen. De thuisfans konden juichen voor de eerste Franse triomfator in 8 jaar.
Voor de eerste keer na zes Tourstarts, eindigde Merckx niet in het Gele tricot. Wel droeg hij de Regenboogtrui. De wereldkampioen werd alom geprezen voor wat hij had gepresteerd: niet opgeven ondanks een serieuze blessure en blijven aanvallen tot het bittere einde. Het gaf de triomf van Thévenet extra glans.
“Ik ken geen tweede sportman als Merckx,” zei Thévenet, zich welbewust van het feit dat zijn hoogste trede nog meer glans kreeg dankzij de aanwezigheid van de grote Belg naast hem op dat podium. Tijdens de huldiging sprak de Franse president Valéry Giscard d’Estaing: “Merckx heeft de Tour niet verloren, hij is als tweede geëindigd.”
Die buitenlander met vijf Tourzeges op rij was de Franse fans steeds meer een doorn in het oog, zodanig dat één van hen voor eigen rechter ging spelen en de jaarlijkse nationale kwelgeest die stomp verkocht. Nu deze verslagen was door een Fransman sloot men hem in de armen.

Bernard Thevenet en Eddy Merckx vochten een verbeten strijd uit in de Tour van 1975.

Foto: Imago

Merckx heeft de Tour nooit meer gewonnen; nooit meer een etappe gewonnen, nooit weer het Geel gedragen. In 1976 moest hij opgeven vanwege een blessure. In 1977, zijn laatste deelname, eindigde hij als zesde, ook toen overklast door Thévenet.
Thévenet slaagde er niet in zijn titel te verdedigen. Hij trok zich in ‘76 op ruime achterstand terug na etappe 18. De Belg Lucien van Impe kraaide dat jaar victorie. Een jaar later had de Fransman meer succes. Diens Tweede Tourzege in 1977 werd een paar maanden na een positieve dopingtest tijdens Parijs-Nice behaald.

TWEE FENOMENEN

Luc Varenne kreeg een koninklijke onderscheiding in 1998, het jaar van het beruchte Festina-schandaal. Die eer viel ook striptekenaar Marc Sleen te beurt, de schepper van Nero, de strip waarin Varenne was opgetreden.
De stem van Varenne werd pijnlijk gemist door het Waalse luisterpubliek, nadat hij de microfoon aan de wilgen hing. Bij zijn afscheid sprak zijn RTBF collega: “De Ronde van Frankrijk kent twee fenomenen. Eddy Merckx, kalm, sereen, ontspannen pedalerend, en Luc Varenne, een constant uitbarstende vulkaan.”
Er was niets kalms sereens of ontspannens aan de pedaaltred van Merckx onderweg naar Pra Loupe in 1975. Was de Belgische superster over zijn hoogtepunt heen, een slechte dag, of die stomp op de Puy die zijn neergang inluidde? Waren de pijnstillers uitgewerkt? We zullen het nooit weten. Het elastiek was in ieder geval geknapt.
In 1976 schreef de Kannibaal nog wel een zevende Milaan-San Remo op zijn palmares, maar later terugkomend op dat keerpunt in de Tour van ‘75 erkende hij dat hij dom was geweest en beter had kunnen afstappen na die val. Hoe dan ook, de overwinning van Thévenet markeerde voor hem het kantelpunt in zijn loopbaan.
“Waarom ben ik toch doorgegaan? De beslissing was krankzinnig. Ik was niet van nature suïcidaal, en ik had geen zin te sterven op de fiets.”
Merckx heeft altijd de schuld van de stomp gelegd bij de Franse pers. Die stookte het vuurtje op tegen hem en zijn overheersing. Gegeven de spuug, urine en gal die uitgestort zijn over mannen als Lance Armstrong en Chris Froome toen die domineerden, is het wel verleidelijk dit standpunt te delen.
De Kannibaal heeft zijn agressor aangeklaagd. Een paar maanden na het incident reisde hij naar Clermont-Ferrand voor de rechtszitting, die hij won. Hij kreeg een symbolische vergoeding van 1 frank toegekend. Het zal wel een bijzonder samenloop geweest zijn, maar de advocaat van de beklaagde heette Daniel Thévenet.
Geen familie van Bernard, maar toch, een opmerkelijk toeval!
Kroonieken is een podcast van Eurosport– geschreven door Felix Lowe en verteld door Karsten Kroon. Eindredactie is van Sander Grasman en productie door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie van Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je Karsten wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.
Wielrennen
Kop over kop Wielerawards | De kalender kent vele parels, maar wat waren in 2022 de allermooiste?
4 UUR GELEDEN
Wielrennen
Kop over Kop Wielerawards | Wie was de verrassing, wie braken er door en wie stelden teleur?
7 UUR GELEDEN