Wielrennen

Kroonieken | Hoe de eerste Britse touretappewinnaar in 1959 het hele peloton wegblies

Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Britain's first Tour de France stage winner, Brian Robinson, during the 1955 Tour - three years before his landmark win

Foto: Getty Images

DoorFelix Lowe
03/06/2020 om 08:43 | Bijgewerkt 03/06/2020 om 08:59

In de vorige aflevering gingen we terug naar de Tour van 1937, toen titelverdediger en Gele Trui-drager Sylvère Maes met zijn Belgische nationale ploeg uit de tour stapte nog maar een paar dagen vóór Parijs.

In deze aflevering nemen wij de pet af voor Brian Robinson, eerste Britse Touretappe-winnaar.

In Kroonieken lees je legendarische verhalen uit de geschiedenis van het profpeloton: Van de enorme gok van Eddy Merckx op de Galibier in 1972 – via de ontvoeringen en controverse achter de eerste Zuid-Amerikaanse winst in een grote ronde – tot het WK waar de Amerikaanse ploeggenoten Greg LeMond en Jock Boyer bittere rivalen werden. Een hoop moois dus om op terug te blikken – en veel om naar uit te zien.

Wielrennen

Kroonieken | Hoe Jacques Anquetil in 1963 geschiedenis schreef met zijn Vueltazege

01/07/2020 OM 13:09

Toen de Belgen uit de Tour stapten luisteren als podcast? Dat kan, via Spotify, Apple of jouw favoriete podcastaanbieder!

Lang voordat Britse renners de Tour de France domineerden, vóór Mark Cavendish 30 etappezeges vergaarde, vóór Robert Millar de bollentrui veroverde in Parijs en Barry Hoban het Britse bedje spreidde met 8 etappezeges, was daar de echte wegbereider Brian Robinson, een bescheiden Yorkshireman die met een merkwaardige solo overwinning in etappe 20 van de Tour van 1959 het eerste Britse succes neerzette.

Zijn carrière overlapte het tijdperk Fausto Coppi en Jacques Anquetil. Hij was de pionier, de eerste Britse prof die een paar armzalige centen overhield aan zijn beroep. Samen met Tony Hoar reed hij als eerste Brit ’s werelds grootste Ronde uit, maar hij was de eerste die een etappe won, en dat met een marge die na de oorlog nog slechts twee maal is overtroffen.

De eerste Britse nationale ploeg van zeven renners nam deel aan de Tour van 1955. Robinson, toen net 25, was één van de twee finishers: hij werd knap 27ste ; Tony Hoar was de rode lantaarn op plek 69. Een jaar later werd Robinson derde in de eerste etappe en sprokkelde nog 3 top-tien-plaatsen bijeen voor de nationale ploeg.

In 1957 crashte hij eruit in etappe 5. Eerder dat jaar was hij de eerste Brit op het podium van een klassieker: 3e in La Primavera, Milaan-San Remo. Maar hij brak pas echt door in 1958 toen hem etappe zeven werd toegewezen nadat zijn Italiaanse rivaal Arrigo Padovan gedeklasseerd werd vanwege een onregelmatige sprint.

Deze eerste Britse triomf mocht dan iets van een anticlimax hebben, dat gold zeker niet voor zijn tweede, een zege na een solo ontsnapping van meer dan 100 km en een voorsprong van meer dan 20 minuten.

De Tour van 1958

We gaan terug naar het jaar dat voorafgaat aan Robinson’s enorme marge, naar de Tour van 1958.

De openingsweek was er een van frustratie voor Robinson. Hij stond niet geklasseerd bij de eerste tien. Bij de start van etappe 7 van Saint-Brieuc naar Brest plande hij een andere tactiek en ging van de start in de aanval.

We waren in een sprint met drie”, vertelt Robinson. “Jean Dotto, Padovan en ik. Padovan was een sprinter, maar van Jean had ik niks te vrezen.”

Robinson en Dotto waren Saint-Raphaël ploegmaten het hele jaar door, behalve in Juli. De Tour werd immers verreden met nationale teams. Na hun mislukte debuut in 1955 was er geen nationaal Brits team, en Robinson was nu deel van een bont stel “internationals”.

Ik voelde me goed en ik dacht: deze is voor mij. Ik zat aan de ene kant van de weg, en Padovan aan de andere. Maar hij stak over naar mijn kant en reed me in de hekken, dus moest ik om hem heen. Dat haalde ik het net niet. Natuurlijk waren er toen geen camera’s, geen helikopter, dus Jock Wadley, een journalist in een volgauto, en nog wat figuren dienden een protest in en met succes. Ik hoefde niets te doen, het gebeurde gewoon.

En zo weinig spectaculair was de kroning van Britain’s eerste Touretappe-winnaar.

Moreel was ik natuurlijk de winnaar. Het was alleen doodzonde dat het op die manier moest. De glans was er af. Maar goed, een jaar later hebben we bevestigd. En toen was er geen twijfel mogelijk, toch?

Geen enkele, inderdaad. Hoewel, zonder een obscure ontsnappingsroute zou Robinson’s overtuigende zege nooit hebben plaatsgevonden.

Hoe dat zo? Hij had te kampen met ziekte en mogelijke diskwalificatie

Robinson was maar al te vertrouwd met ziekte. Zijn Tour van 1958 was al de mist in gegaan dankzij maagproblemen in etappe 20. Parijs lag om de hoek, wreed lonkend.

Het jaar erna, 1959, in etappe 14 van Aurillac naar Clermont Ferrand kreeg hij een off-day van jewelste voor de kiezen . Zijn Ierse ploegmaat Seamus Elliot omringde hem de hele dag met voorbeeldige zorg.

“Ik reed dat jaar best goed, maar die nacht kwam ik niet van de plee af. Ik was de volgende dag zo slap dat Shay – hij zat bij mij in de ploeg – bij me bleef wachten en we allebei zouden worden gediskwalificeerd vanwege te laat binnenkomen. Shay was zelf niet ziek, maar hij bleef bij me. Ik zei hem door te gaan, omdat ik niet meer kon, maar hij antwoordde: ‘als ik eerlijk ben, die Tour kan me wat. Ik ben er niet geschikt voor’. Dus, hij bleef.”

Die uitspraak van Elliot was iets te bescheiden. Hij won als eerste Ier een Touretappe, was de eerste in de Gele Trui, en de eerste Engels-talige die etappes won in alle drie de Grote Ronden. Op het WK van 1962 werd hij tweede na Jean Stablinski. Drie jaar eerder in 1959 werd hij ook de eerste niet-Belg die de Omloop Het Nieuwsblad won.

Hoe het ook zij, de twee Internationals kwamen 47 minuten te laat binnen in Clermont Ferrand en konden rekenen op diskwalificatie.

Maar een oude regel luidde dat renners in de top tien vrijgesteld waren. Robinson was 9e en hem werd dus amnestie verleend.

Dus ik bleef en Sean ging naar huis. Toen hij in de trein stapte, zei ik hem: ‘we gaan iets moois toveren uit deze Tour, een etappe winnen of zo’. En daar lieten we het bij. Die avond keek ik nog eens goed het Rondeboek door en kruiste een etappe aan waarin ik zeker hersteld zou zijn en een goeie kans had.

Etappe 20, Tour de France 1959

De dag van zijn keus was laat in de Ronde, etappe 20, 202 km van Annecy naar Chalon-sur- Saone. Het was de dag vóór de slottijdrit. Veel coureurs zouden dodelijk vermoeid zijn en hun krachten sparen voor die laatste opgave.

“Ik zei tegen de mekanieker: wil je mijn tijdritfiets een dag eerder in orde brengen?” Ze monteerden lichte tijdrit tubes op zijn lichtblauwe Geminiani fiets. Robinson was er klaar voor. Hij kende de wegen goed, omdat hij eerder in die streek een criterium gereden had en besloot zijn aanval te plaatsen in Bellegarde bij de Jura. Dotto, zijn ploegmaat van Geminiani kwam naast hem en zei: “Hé, ik sta tweede in het bergklassement. Als jij me nou bovenbrengt op de laatste klim, heb ik een goeie kans op de bergtrui. Oké?”

Oké , zei ik, ‘onder één voorwaarde. Als we boven zijn, krijg jij de punten, maar daarna is het voor mij.’ Dus dat was de afspraak, zo gebeurde het ook.

Het mocht dan de laatste klim geweest zijn, de etappe was nog niet op de helft. Dat schrikte Robinson niet af. Hij ging op de limiet in de linke afdaling om Dotto te lossen en solo te gaan.

“Ach ja, die Dotto. Hij kon goed klimmen, maar dalen ho maar, iets waar ik slecht tegen kan. We konden prima door één deur – dat kan ik met bijna iedereen – en hij gilde, ‘Wacht !‘ Maar uiteindelijk was ik weg en de rest van het peloton dacht, ‘laat die maar sterven’. Maar ik ging niet dood – hoewel er nog 130 km of zo te gaan was.”

“Na de afdaling had ik iets van een minuut. Maar de weg was ruwe gravel en ik dacht, ‘O God, één lekke band, en alles is voor niks!’ Maar goed, ik reed niet lek en ze hebben me niet meer gezien.”

“Zoals ik net zei, ik had een boel vrienden in het peloton en iedereen wilde graag een wandeletappe met het oog op die tijdrit van morgen. Dat zou de laatste etappe zijn. Ik was al eens bijna gediskwalificeerd en ik was geen bedreiging voor de klassementsrenners. Ik was uitgekookt, als dat het woord is.”

Het was ontegenzeglijk een lange dag. Moederziel alleen, met alleen zichzelf om tegen te praten.

“Er was geen publiek op die landweggetjes, alleen in dat enkele dorp waar je doorheen moest. Ik was, geloof ik, een beetje euforisch – dat had ik in ieder geval moeten zijn – en ik had steeds een of ander Frans liedje in mijn hoofd, met zoiets als ‘een-en-twintig, een-en-twintig … “

Met nog een uur te gaan had Robinson 19 minuten op het peloton en was hij zeker van de overwinning. De meet was langs de rivier-promenade in Chalon en hij zoog iets op van de lokale sfeer op een wijze die bij zijn officiële zege van het vorig jaar niet mogelijk was.

Het peloton kwam binnen op ruim 20 minuten. De sprint werd gewonnen door Padovan, dankzij wiens diskwalificatie een jaar geleden Robinson zijn eerste overwinning cadeau had gekregen.

“Ja, we hebben daar hartelijk om gelachen. Hij zal mij wel zien als zijn luis in de pels.”

En, hoe ging het verder?

De volgende dag was het afzien voor Robinson in een 69 km lange tijdrit. Hij kwam binnen op een kwartier na winnaar Roger Rivière. In het eindklassement eindigde hij als 19de op meer dan een uur van gele trui Federico Bahamontes.

Hij nam deel aan de volgende twee Tours, zijn laatste in 1961 als eerste Britse winnaar van de Dauphiné.

“Ik denk niet dat het iets voor mij is, zoals dat fietsen nu gaat, met Strava en zo, en al dat georkestreer vanuit de auto” , zegt Robinson.

Wij konden onze gang gaan in de koers. Er was geen bemoeienis. Je startte en je zocht het maar uit als ploeg. Als er een ploegmaat vandoor ging, beschermde je hem natuurlijk. Dat is wat er gebeurde met mij in de Dauphiné. Op dag twee ontsnapten twee renners en ik ging ze achterna, ik was de ordebewaker van de ploeg. Ons Saint-Raphaël team had Raymond Mastrotto in de leiderstrui en we kregen 8 minuten. Onze ploegleider liet het gaan en ik kreeg het geel. Prima toch? Ik kreeg 8 minuten, en de trui bleef in de ploeg. Ik hield hem tot het einde, ik reed goed.

Robinson en Mastrotto werden één en twee voor de ploeg. In de top vijf van deze Dauphiné zaten maar liefst vier coureurs van Saint-Raphaël.

Robinson, nu 88, beweert dat hij nooit is terug geweest in Chalon, maar dat is niet helemaal waar. Toen etappe 7 van de Tour van 1961 finishte in Chalon, zat hij midden in het peloton op plaats 75, 6’33” na winnaar Jean Stablinski.

Hoe dan ook, Robinson’s zegemarge in Chalon 1959 bleef de op twee na grootste tot 1976 toen Spanjaard José-Luis Viejo hem verbeterde met een marge van 22’50” in etappe 11. Viejo’s voorsprong is tot heden de grootste ooit in de Tour. Die van Robinson van 20’6” is nu de vierde in het rijtje.

Britain's first Tour de France stage winner, Brian Robinson, on the Col du Galibier during the 1955 Tour - three years before his landmark win

Foto: Getty Images

Robinson heeft niet even gebeld met zijn kornuit Elliot de avond van zijn zege. “In die dagen was dat niet zo makkelijk”, zegt hij, maar hij ging ervan uit dat de Ier het echt wel gevolgd had vanaf de bank. En hij heeft heus wel iets opgestreken voor zijn onbaatzuchtige zorg die dag dat Robinson zo ziek was.

“Het prijzengeld werd nog steeds verdeeld, ook al zat hij thuis. Ik weet niet of hij alles kreeg waar hij recht op had, maar hij deelde mee, zogezegd.”

Eén rechtstreeks gevolg van Robinson’s recordrit was dat een paar dagen na zijn bijna-diskwalificatie hij de oorzaak was van de eliminatie van een grote jongen. Twaalf jaar na zijn Tourtriomf in 1947, finishte de Fransman Jean Robic in Clermont Ferrand royaal buiten de tijdlimiet twee dagen vóór Parijs.

“Ik wist dat Robic gelost was en ergens halverwege de etappe zat te worstelen,” zegt Robinson. “Journalisten gaven de boodschap van Jean door: ‘Doucement, je suis kaput!’ (Kalm aan, ik ben kapot). Ik ben er niet trots op, maar ik deed alsof ik het niet gehoord had en bleef doorkachelen tot de streep. C’est la vie, n’est-ce pas?”

Robic, die nooit meer een Tour zou rijden, zei later: ‘Ik ben eruit gezet door een renner die al eruit gezet was.’

In 2014 werd onze Yorkshireman gedecoreerd door de Britse vorstin en gaat sindsdien door het leven als Brian Robinson MBE.

Etappe 7, Tour de France 2019

Zestig jaar na Robinson’s hoogstandje kwam de Tour terug in Chalon-sur-Saône aan het eind van week 1. Het was de langste etappe, 230 km over drie categorie 4 heuvels. Winnaar was Dylan Groenewegen in een massasprint. Hoe anders dan die solo van Robinson!

Stage 7 profile, Tour de France 2019

Foto: Eurosport

“Heel jammer dat solo ontsnappingen zo zelden voorkomen,” treurt Robinson.

Ze laten een groep wegrijden maar vlak vóór de finish wordt die steevast gegrepen. Dankzij die oortjes en zo is het nu allemaal anders.

Sinds de overwinningen van Robinson en Stablinski drie jaar later, is Chalon nog twee maal gastheer geweest in een Touretappe. De Nederlander Rik van Linden won in 1975 en de Fransman Thierry Marie in 1988.

Tegenwoordig bekijkt Robinson bij voorkeur bergetappes. Met veel ontzag beziet hij de huidige successen van de Britse team Ineos.

Hoe anders dan in mijn tijd. Zestig jaar geleden waren er niet veel Britten. Ik was een eenzaat, eerlijk gezegd. Maar nu hebben we jongens die de Tour gewonnen hebben en genoeg Britse gasten die zo’n Tour probleemloos uitrijden. We zijn een eind opgeschoten. Toen konden we niet eens een Brits team bij elkaar krijgen.

Hij geeft toe dat zijn zege geholpen heeft voor een nieuw contract met team Saint-Raphaël. Hij kreeg ook een uitnodiging voor een reis door Spanje van een week met Tourwinnaar Bahamontes en de Franse sterren Anquetil en André Darrigade.

“Ik had een contract nodig, dus die zege hielp,” zegt hij. “Niet dat mijn overwinning hier in Engeland zoveel publiciteit kreeg. Ik was eigenlijk geen Engelsman, ik woonde in Frankrijk en verdiende daar de kost. Engeland had niet zoveel input, zogezegd. De kranten hebben er wel overgeschreven. Een halve pagina was het meeste, in de Daily Express. Die hadden een mannetje in de Tour.”

Over de renners van nu gesproken, hij zou niets liever zien dan nog een etappezege voor Mark Cavendish – als hij ooit terugkomt.

“Ik zou dat heel fijn vinden. Cav heeft dat nodig net als ik vroeger.”

Dit was de achtste aflevering van Kroonieken, door Eurosport – geschreven door Felix Lowe en vertaald door Toon Kroon, de podcast wordt ingesproken door Karsten Kroon. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.

Dit was de achtste aflevering van een nieuwe serie – dus als je hebt genoten van deze etappe uit de wielergeschiedenis, abonneer je dan, vertel het door, en beoordeel ons bij jouw podcastaanbieder.

Lees of luister de andere afleveringen uit de serie Kroonieken:

Wielrennen

Kroonieken | Kidnapping en controverse - de eerste Zuid-Amerikaanse winnaar van een Grote Ronde

24/06/2020 OM 11:54
Wielrennen

Kop over Kop S02E21 | De grootste mysteries van de herstart van het seizoen

18/06/2020 OM 14:41
Gerelateerde onderwerpen
Wielrennen
Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel