Luister dit artikel hier als podcast:
De greep van Mark Cavendish naar de wereldtitel van 2011 bracht het Britse wielrennen in een stroomversnelling. Een jaar later werd Bradley Wiggins de eerste Brit die de Ronde van Frankrijk won. Chris Froome heeft die prestatie vier maal herhaald en heeft ook nog eens de Giro en de Vuelta op zijn naam geschreven. Dan is er ook nog Welshman Geraint Thomas die ervandoor ging met de Tourwinst in 2018.
Wielrennen
CRO Race | Wie is de Italiaanse sensatie Jonathan Milan?
EEN UUR GELEDEN

WIGGINS

Wiggins won de Tour én de Olympische wegwedstrijd in 2012. Hij werd op het allerhoogste schild gehesen en zorgde ervoor dat na Cavendish in 2011 alweer een wielrenner tot Brits Sportman van het jaar werd gekroond. En Sir Bradley had een duidelijk idee over de vraag waar dat Britse succes aan te danken was.
Zijn boek Icons uit 2018 is Wiggins’ eerbetoon aan de Britse coureur die er als eerste bovenuit stak. Ook al had deze pionier uit Yorkshire ‘s werelds grootste koers nooit gewonnen, hij was wel - 46 jaar vóór Cavendish - de eerste Brit die de Regenboogtrui mocht dragen.
Wiggins schrijft: “Tom Simpson zou wel eens de meest complete Britse wegrenner ooit kunnen zijn. Cavendish was (en is) een betere sprinter; ik was een veel betere tijdrijder, en Robert Millar kon beter een berg op. Maar ontegenzeglijk had niemand van ons zoveel grote, belangrijke en zulke uiteenlopende koersen kunnen winnen als hij en dat zal waarschijnlijk voorlopig zo blijven.”

MAJOR TOM

In 1965 na twee eerdere vierde plekken op de WK, trok Simpson naar San Sebastian aan het hoofd van een bijeengeraapt stelletje landgenoten die er op rekenden dat hun aanvoerder voor hun wedstrijdkleding zou zorgen. Eerder dat jaar was hij uit de Tour gecrasht en had daarbij een ernstige bloedinfectie opgelopen die hem zijn linkerarm had kunnen kosten. Hij werd niet tot de favorieten gerekend. Simpson, troetelnaam Major Tom, reed een meesterlijke tactiek door met Rudi Altig weg te rijden en die oersterke Duitser in de laatste meters te slim af te zijn. Dit verhaal gaat over de wijze waarop hij dat flikte en daarmee de eerste Britse wereldkampioen is geworden.
Tom Simpson was de jongste uit een mijnwerkersgezin van zes. Zijn wieg stond in een dorp in County Durham, tegen de Schotse grens, maar toen hij 12 was verhuisden ze naar Harworth op de grens van Nottingham en Yorkshire.
Zijn eerste jaar als prof was Coppi’s laatste jaar. Het wielrennen werd op dat moment gedomineerd door Jacques Anquetil, de ijzig-minzame Fransman. Vergeleken met deze twee goden was Simpson een proletariër uit de Engelse mijnstreek die wars was van poeha en de dingen bij hun naam noemde.
Naast de fiets was hij populair, iemand die van een grap hield en een ontspannen sfeer. Hij ontkwam aan de dienstplicht en vertrok op de bonnefooi naar Frankrijk in 1959 met 100 pond op zak in de hoop daar carrière te kunnen maken. Hij won een hoog aangeschreven amateurkoers en kreeg een plekje aangeboden in de Saint-Raphaël-ploeg van landgenoot Brian Robinson.
In zijn eerste profkoers, de wereldkampioenschappen in Zandvoort, greep hij net naast een medaille. Hij was pas 21 en eindigde als vierde in een select sprintersgroepje. André Darrigade pakte goud. Tom had zijn visitekaartje afgegeven. Het trotse vaderland deelde hem de erenaam Major Tom toe.

"I'M NUMBER ONE!"

Hij zag als geen ander het belang in van een imago. Elke keer als hij aan de start verscheen droeg hij een of ander bizar hoofddeksel: een sombrero, een baret, een Napoleon driehoek, een mijnwerkerspet, een brandweerhelm, noem maar op. Ooit deed hij een George Formby imitatie met een ukelele. Hij was overal toe bereid onder het motto: maak je sponsor blij. Wat zou hij gelukkig geweest zijn met de sociale media van tegenwoordig.
Simpson had zeker ook een duisterder kant. Hij liet niet met zich spotten en als iemand hem dat gevoel gaf werd dat niet snel vergeten. Als hij iemand niet aardig vond, kon hij makkelijk kwetsend uit de hoek komen. Zo werd eens de solo ontsnapte landgenoot Barry Hoban persoonlijk teruggehaald door Simpson. Toen Barry zei: “Waarom had je dat niet door iemand van je ploeg kunnen laten doen? ” was het antwoord: “Omdat ik Engels wielrenner nummer 1 ben in Europa, niet jij.”
En daar had hij geen ongelijk in. In 1961, zijn tweede jaar als prof, won hij de Ronde van Vlaanderen bij zijn eerste deelname. Hij had daarvoor wel al zijn slimheid nodig om de rappere en meer ervaren Nino Defilippis te kloppen. De Italiaan was met zeven Touretappes en de Ronde van Lombardije op zijn naam geen kleine jongen. Simpson was Defilippis echter te slim af in de sprint à deux. Hij liet zijn tong uit zijn mond hangen om de indruk te wekken dat hij op was. De Italiaan zette aan en passeerde hem, maar Simpson counterde hem onverwacht vanuit de dode hoek en drukte zijn wiel 3 centimeter eerder over de streep.
Volgens Defilippis had de Engelsman hem vlak daarvoor bezworen: “Neem me mee, Nino, op de streep pak je makkelijk 10 meter.” Dit soort uitgekookt koersinzicht leidde tijdgenoot Jean Bobet tot de vergelijking van Simpson met een roofvogel die zijn terrein in detail kent en met het aangeboren talent om zijn vleugels te spreiden op het juiste moment.
Bobet zei dit in de BBC-documentaire Death on the Mountain: The Story of Tom Simpson. Hierin kwam ook Jean Stablinski aan het woord. Hij beschrijft Simpson als een coureur die dol was op uiterlijk vertoon, graag de lolbroek uithing en het publiek gaf wat het wilde. “Hij was de complete coureur, zeer strijdlustig. Maar hij was ook sluw en uitgekookt. Je had het niet altijd door, maar hij kon je altijd flikken. Hij zat ook meestal in de juiste ontsnapping.”

VOORUITSTREVEND

Daarnaast was hij visionair op het gebied van voeding, prestatie en de kracht-lichaamsgewicht-verhouding. Daarin was hij de voorloper van de marginal gains-filosofie die later werd gepraktiseerd door Wiggins en Froome. Kortom, Simpson was een renner die aansprak. Bij Peugeot zagen ze dat heel goed, wat wel blijkt uit het vette contract dat men hem aanbood in 1963.
Na zijn winst in Vlaanderen eindigde hij als zesde in de Tour van 1962. In die Tour droeg hij als eerste Engelsman het geel, al was het maar één dag. Daarna, in 1964, was hij Poulidor te slim af in Milaan-San Remo, na Vlaanderen zijn tweede Monument.
Zijn eerste jaren waren niet makkelijk geweest. Het was vaak brood zonder kaas, maar in 1965 had Tom Simpson het Engelse wielrennen definitief op de kaart gezet door zijn uitstekende presteren in de monumentale ééndagskoersen. Terwijl aanvankelijk 1965 nog leek uit te draaien op een rampjaar voor Simpson. Een eerste valpartij kostte hem de zege in Parijs-Roubaix en belette hem van deelname in Vlaanderen, een tweede zorgde ervoor dat hij slechts 10de werd in Luik-Bastenaken-Luik.
Aangezien Anquetil niet meedeed aan de Tour, zag Simpson zijn kans, maar weer ging het mis. In etappe 9 viel hij hard in de afdaling van de Aubisque en blesseerde zijn hand. Hij vocht door om zijn toptien plek te behouden, maar een bronchitisaanval maakte het allemaal nog zwaarder. Bovendien raakte de wond in zijn hand ontstoken. Hij negeerde het doktersadvies en gaf niet op. Twee dagen vóór Parijs belandde hij in een ziekenhuis, waar hij aan zijn hand werd geopereerd en behandeld werd voor bloedvergiftiging.
Deze gedwongen opgave in de Tour heeft hem veel geld gekost. Na afloop geen criteriums voor Simpson. In plaats daarvan zocht hij zijn heil in het rijden van kermiskoersen in België. Niet om te winnen, maar om terug in vorm te raken.

FAVORIET

Die broodnodige vorm bleek zeker niet in Parijs-Luxemburg, zijn laatste koers vóór het Wereldkampioenschap in het Spaanse San Sebastian. Toch was Simpson voor iemand als Stablinski één van de favorieten voor de titel. Stablinski kon deze uitspraak doen, omdat hij met Simpson ook een aantal van de Vlaamse kermiskoersen gereden had.
Tom was dol op dure auto’s. Zijn eerste auto was een Aston Martin. Hij woonde destijds ergens in Frankrijk met Brian Robinson. In de gedeelde kamer stond een tafel, twee stoelen, een koelkast en een tweepersoonsbed, maar voor de deur stond een gloednieuwe Aston Martin. Later verkaste hij naar Gent en trakteerde zichzelf op een glanzende BMW. Daarin reed hij samen met de Australische coureur Nev Veale naar San Sebastian.
De Britse ploeg bestond verder uit Brian Robinson, Barry Hoban, Vin Denson, Michael Wright, Alan Ramsbottom en Keith Butler, allen fulltime profs. Numeriek een kleine ploeg vergeleken met de grote wielerlanden in Europa, maar aan karakter en cohesie ontbrak het niet. Er was een duidelijk plan, want Tom maakte een kans.

Tom Simpson was de grote Britse renner voor Cavendish, Wiggins, etc.

Foto: SID

Een jaar eerder in Sallanches had Tom achter Jan Janssen, Vittorio Adorni en Raymond Poulidor net naast het podium gegrepen. Ook daar was hij gevallen. Nu wilde hij winnen!
Het Engelse team was heel duidelijk het team van Simpson. Hij was niet alleen kopman, hij had ook soigneurs en een mekanieker ingehuurd, en rood-wit-blauwe wollen shirts laten maken in Italië, allemaal betaald uit zijn eigen zak. Zijn ploeg mocht niet onderdoen voor de Italianen en de Fransen.
Bij gebrek aan ondersteuning, zo gaat het gerucht, werd er eten en drinken van andere teams gejat. Het goot de dag vóór de wedstrijd, maar Simpson stond erop dat zijn ploeg er vroeg bij was om het circuit te verkennen. Ze deden het rondje een paar keer en maakten toen een lus in de heuvels. Hier oordeelde Vin Denson net als Stablinski: Simpson had vleugels! Nu moest het plan nog worden uitgevoerd.

SAN SEBASTIAN

In zware regen startten 96 renners in het dorp Lasarte-Oria even buiten San Sebastian. De wedstrijd ging over 267 km, 14 ronden van ruim 19 km door de heuvels van het Baskenland.
Het plan was dat Barry Hoban in een vroege ontsnapping mee zou zijn. Als er favorieten zouden meespringen, zou Tom proberen te volgen, geholpen door Ramsbottom en Denson. En zo gebeurde het ook.
Hoban zat mee in een ontsnapping met onder andere de Belg Roger Swerts en Peter Post, winnaar van Parijs-Roubaix in 1964. Toen de Duitser Karl-Heinz Kunde en de twee Italianen Franco Balmanion en Bruno Mealli, de sprong naar de kopgroep maakten, vond Simpson dat er iets moest gebeuren. Post, Balmanion en Swerts kon je tot de kanshebbers rekenen. Alleen de Fransen hadden niemand van voren.
Hij gaf Denson en Ramsbottom opdracht hem naar de kop van het peloton te rijden. Ze deden dat met een noodgang alsof het om een eindsprint ging. Daar zetten ze zich opzij en Tom kachelde in één streep naar de leiders.
Duitser Rudi Altig had het door en sprong net op tijd mee in het wiel van Tom. De twee waren goede vrienden. Ze hadden samen de koppeltijdrit Trofeo Baracchi gereden in 1964 en waren daar derde geworden. Het duo werkte goed samen en sloot aan bij de kop. Hoban kon nu weer kopwerk verrichten. In dit stadium, halverwege de koers, waren het de Fransen die de slag gemist hadden. Hun man Anquetil had wel een hoop gele truien in zijn kast hangen, maar nog niet één regenboogtrui.
Het was aan Keith Butler om Anquetil te bewaken. Jean Stablinski probeerde de oversteek. Anquetil ging tekeer tegen zijn ploeg, een georganiseerde jacht kregen ze niet voor elkaar. Hij reed zelf een ronde aan kop van het peloton. Butler probeerde zijn wiel te houden. Dat lukte hem tot de laatste ronde. Toen was hij kapot en moest afhaken. Butler reed de koers niet uit, maar zonder hem had het allemaal heel anders kunnen aflopen.

ALTIG TE SLIM AF

In de kopgroep zag Simpson dat Swerts, Balmanion en nog een paar trawanten weinig meer deden, maar dankzij het uitmuntende werk van Hoban leek dit hem weinig te deren. Simpson had zoveel zelfvertrouwen dat hij over de heuvels reed met een grote molen van 54 en dat loonde toen hij aan het begin van een stijging versnelde met nog drie ronden te gaan. Eenmaal boven keek hij om en zag alleen Altig nog.
“Okay, Rudi, we gaan. Weet je nog? Die Trofeo Baracchi?”
Dus de twee werkten samen op het volgende stuk vals plat alsof ze een koppeltijdrit reden, alsof ze afgesproken hadden niet te linkeballen vóór de laatste kilometer.
Misschien was dat inderdaad de afspraak, maar Simpson zou Simpson niet zijn als hij niet één of twee kaarten tegen de borst gedrukt hield. Hij moet Altig de indruk gegeven hebben dat hij minder sterk was dan hij in feite was, waardoor ‘der Rudi’ minder alert was en zich in de eindsprint liet verrassen.
De twee hadden niets meer te vrezen van de jachtgroep en Simpson zette aan juist op het moment dat Altig schakelde en een fractie van een seconde geen kracht kon zetten. Natuurlijk was de Duitser een ervaren finisher met een fraaie erelijst van zeges in de Tour en de Vuelta, maar, net als Simpson, was ook hij zwaar gevallen in de Tour dat jaar en had daarbij zijn heup gebroken. In San Sebastian kwam hij nog wel wat inhoud en wedstrijdritme te kort en om bij Simpson te blijven en diens furieuze ontsnapping moet hem iets te veel hebben gekost.
Maar gehannes met schakelen op zo’n sleutelmoment is natuurlijk onvergeeflijk. Daar was de kersverse wereldkampioen ook heel duidelijk over.

VERDENKINGEN

In de wielersport kun je erop wachten, de geruchten gingen al snel rond dat Simpson zijn rivaal 100.000 Franse franks had betaald om hem te laten winnen. Elk bewijs daarvoor ontbreekt, en het lijkt ook zeer onwaarschijnlijk. Daarvoor is de wereldtitel te veel waard. Denk alleen maar aan het honorarium in de criteriums die je in een regenboogtrui kunt vragen.
“Totdat het tegendeel onomstotelijk vast is komen te staan, blijft deze wereldtitel een bewijs van Simpsons zelfvertrouwen en scherpe geest na zeven uur in het zadel. Na zo’n inspanning staat het vermogen om helder te denken gelijk aan de energie die een renner nog heeft. Als je moe bent, kan je niet zo snel denken als de ander”, schreef Fotheringham.
Altig heeft later onthuld dat Simpson een toneelstukje had opgevoerd en hem had gezegd dat hij geen kracht meer had. Maar ja, zulke trucs horen er bij, en de Duitser leek eerder onder de indruk hiervan dan erdoor gefrustreerd. Tom had de titel gewoon verdiend, punt.
Simpson had de regenboogtrui nog niet om de schouders of hij tekende links en rechts contracten voor criteriums in heel Europa. Na een glas champagne met zijn Engelse ploegmaten, sprintte hij naar het vliegveld van Bilbao voor een vlucht naar Parijs voor een criterium de volgende dag.
In zijn haast vergat hij de kleurige trui en zijn gouden medaille in het hotel. Hij leende de trui van zijn maat Jan Janssen, die hem het jaar ervoor in Sallanches had veroverd. In het vliegtuig naaide hij een paar BP logo’s op de mouwen om de sponsor tevreden te stellen.
Terwijl Simpson in de lucht zat, zat de Engelse ploeg aan een feestdiner zonder hun grote man. Hoban reed diens BMW terug naar Parijs. Ze troffen elkaar daags na het criterium van Simpson bij het Gare du Nord. Hoban overhandigde hem de sleutel en stapte op de trein naar huis en de wereldkampioen repte zich naar zijn thuishaven Gent voor een receptie.
Temidden van al deze hectiek accepteerde Simpson een dik honorarium voor een openhartig en provocerend interview in de krant The People, waarin hij een boekje opendeed over het prof-peloton. Zo onthulde hij dat hij rivaal Shay Elliott 1.100 pond had geboden voor hulp bij het WK van 1963 en een bedrag van 500 pond had aangenomen om een andere renner te helpen. Het ging ook over het gebruik van ‘medische hulpmiddelen’. Niet fraai allemaal, maar in die tijd heel normaal in de sport.
Hoofdsponsor Peugeot dreigde hem te ontslaan. Anquetil en Stablinski zochten hem op bij een criterium en het kwam zelfs tot een handgemeen. De Britse Wielerbond en de UCI waren ook not amused.

LOMBARDIJE

Tegen deze achtergrond trok Simpson naar Lombardije, zijn eerste grote wedstrijd in de regenboogtrui, twee weken na San Sebastian. Hij zag het als zijn plicht om zijn benen te laten spreken en de iconische trui uit de smurrie te trekken waar hij hem zo gênant in had ondergedompeld. Dat lukte op formidabele wijze. De winst in Lombardije plaatste hem op één lijn met de grote Alfredo Binda, de enige tot dan toe die de dubbel WK-Lombardije had behaald.
Met name de Italiaanse pers was laaiend enthousiast over deze krachttoer van de Engelsman. Hij werd zelfs vergeleken met vijfvoudig winnaar Fausto Coppi, nota bene een held van Simpson sinds zijn kindertijd.
Deze triomfen in Europa werden gevolgd door algemene erkenning aan het thuisfront. De Daily Express kende hem de ‘Sportman van het jaar Trofee’ toe. Vervolgens ontving hij uit handen van Premier Harold Wilson de award van de Bond van Sportjournalisten. Simpson begon zijn dankspeech met de woorden: “Meneer Wilson, we zitten allebei in het zadel, U op nummer 10 en ik op de fiets. Ik mag hopen dat uw achterwerk wat minder zeer doet dan het mijne.”
De kers op de taart was de titel BBC Sport Persoonlijkheid van het Jaar. Voor de verandering stond hij toen wel even met zijn mond vol tanden. Als eerste wielrenner had hij alle drie de grote Sportprijzen binnen. Dit soort massale publieke erkenning zou pas 40 jaar later weer worden geëvenaard door figuren als Cavendish, Wiggins, Froome en Thomas
Een jaar later greep Rudi Altig tijdens het WK op de Nürburgring wel het goud. Simpson haalde niet eens de finish. De Duitser had al revanche genomen door in etappe 12 Simpson zijn eerste Touretappezege door de neus te boren. De dag erna, in etappe 13, eindigde Major Tom weer als tweede.

TRAGEDIE OP DE VENTOUX

Vastbesloten deze keer wél een dagzege te pakken, stond hij aan de start van de Tour de France van 1967. In het tweede weekend had hij twee top-vijf plaatsen behaald en stond hij na 12 etappes 7de in het algemeen klassement. De beslissing zou vallen in etappe 13 van Marseille naar Carpentras in de beklimming van de Mont Ventoux. Simpson zat in de kopgroep niet ver van de top, toen hij het contact verloor en zwalkend over de weg ging.
Een kilometer vóór de top viel hij van zijn fiets. Simpson negeerde het advies op te geven, werd onmiddellijk op zijn fiets geholpen en stortte prompt weer tegen het hete asfalt. Ongeveer 40 minuten later werd hij door een helikopter naar een ziekenhuis in Avignon gebracht. Daar werd hij diezelfde middag om 17.40 dood verklaard. Tegenwoordig staat er een gedenkteken naast de weg waar hij was gevallen.
De officiële doodsoorzaak was ‘hartfalen veroorzaakt door hitteuitputting, maar er werden in de zakken van zijn trui twee lege en één halfvol buisje amfetamine gevonden. Jan Janssen, de man die Simpson zijn regenboogtrui had geleend, won de etappe in Carpentras, niet wetend wat zijn makker was overkomen.
De volgende dag besloot het peloton om als eerbewijs één van Simpsons ploegmaats te laten winnen. Naar verluidt zou Vin Denson de daartoe aangewezen renner zijn, maar het was Barry Hoban die vier minuten voor het pak uitreed en in tranen de winst pakte. Twee jaar na Simpsons dood trouwde Hoban diens weduwe Helen.

CAVENDISH

Pas 46 jaar later kon het Verenigd Koninkrijk een tweede Regenboogtrui bemachtigen. Mark Cavendish greep de titel in Kopenhagen, twee jaar nadat hij met Milaan-San Remo ook al het eerste Monument voor Engeland gewonnen had sinds Simpsons winst in Lombardije.
Volgens zijn biograaf Fotheringham was Simpson met afstand de beste van zijn Britse generatie en vele die daarna zouden volgen. “Als hij zijn dag had, wist Simpson op onweerstaanbare wijze zijn sterke benen te combineren met gogme en een killerinstinct”, schrijft Fotheringham in Put me back on my bike. “Het was dan geweldig om hem te zien fietsen en er was weinig wat de tegenstand tegen hem in kon brengen. Hij had niet veel van die dagen, maar zijn verrassende wereldtitel, minder dan twee jaar voor zijn dood, liet zien hoe goed hij kon zijn.”
Major Tom was 23 toen hij Vlaanderen won. Hij heeft Milaan-San Remo én Lombardije op zijn palmares staan, net als Parijs-Nice en die wereldtitel in ‘65. De Engelsman was slechts 29 jaar oud toen hij stierf. Wat zat er nog meer in het vat? Hoeveel langer dan bijna een halve eeuw zou hij met kop en schouders uitgestoken hebben boven alles en iedereen in het Britse wielrennen als hij wat verstandiger had geleefd? Helaas zullen we het nooit weten.
Kroonieken is een podcast van Eurosport– geschreven door Felix Lowe en verteld door Karsten Kroon. Eindredactie is van Sander Grasman en productie door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie van Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je Karsten wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.
Ronde van Kroatië
Ronde van Kroatië : Jonathan Milan wint etappe 2
2 UUR GELEDEN
Wielrennen
CRO Race | Vingegaard toont vorm met etappewinst op steile betonwegen in Primošten
2 UUR GELEDEN