Luister dit artikel hier als podcast:
De Angliru, één van de zwaarste beklimmingen die de wielerkalender rijk is, groeide in korte tijd uit tot een publiekslieveling, maar niet iedereen is er even dol op. Sommigen zeggen dat hij veel te steil is, anderen dat het een zoveelste gimmick is - typerend voor de manier waarop de Vuelta-organisatoren, Unipublic, liever kiezen voor extreme uitschieters dan een evenwichtig parcours.
Wielrennen
Laporte wint Binche-Chimay-Binche
14 UUR GELEDEN

ALTO DE L’ANGLIRU

De Spaanse klim is misschien nog het best te vergelijken met de Mortirolo of Zoncolan. Die laatste, een steile alp in het noordoosten van Italië, was in 2003 het antwoord van de Giro op de introductie van de Angliru in de Vuelta vier jaar eerder. De winnaar van de eerste twee etappes op deze Zoncolan was Gilberto Simoni - niet geheel toevallig dezelfde renner die als eerste bovenkwam toen de Vuelta de Angliru voor een tweede keer aandeed in 2000.
Maar dit is niet het verhaal van Simoni. In deze Krooniek gaan we terug naar die eerste, doorweekte beklimming van de Angliru, toen José María Jiménez plots op wonderbaarlijke wijze uit mist en regen opdoemde en te midden van controverse en verwarring Pavel Tonkov versloeg.
De organisatoren van de Vuelta waren op zoek naar een klim die enigszins vergelijkbaar zou zijn met de Alpe d'Huez of de Mont Ventoux in de Tour, of de Passo del Mortirolo van de Giro, om op die manier het aanzien te vergroten van de Spaanse rittenkoers, die voor veel mensen nog altijd in de schaduw staat van de andere twee grote rondes.
Unipublic hoopte iets toe te voegen dat snel dezelfde afschrikwekkende reputatie zou kunnen krijgen als de beklimming naar Lagos de Covadonga, de Asturische klim die in 1983 met succes was geïntroduceerd. Hiervoor hoefden ze niet te ver te zoeken.

MIGUEL PRIETO

In zijn boek Mountain High legt de auteur en wielerjournalist Daniel Friebe uit hoe een tip van een persoon die de "blinde ziener" wordt genoemd, niet aan dovemansoren gericht bleek. Miguel Prieto, de slechtziende communicatiedirecteur van ONCE, de Spaanse liefdadigheidsinstelling voor blinden (en sponsor van een topwielerploeg), had de perfecte kandidaat. In 1996 schreef de Asturiër aan de organisatoren:
"Er bestaat in Asturië, in het midden van de Sierra del Aramo, in de gemeente Riosa, op zo’n 15 kilometer van Oviedo, een berg waarvan de weg nauwelijks op kaarten te vinden is, omdat het een geitenpad is dat pas onlangs werd geplaveid.
"Deze berg staat bekend als La Gamonal en heeft een hoogte van 1.570 meter. De klim is 12 kilometer lang en heeft een hoogteverschil van 1.200 meter, waardoor hij een gemiddeld stijgingspercentage heeft van iets meer dan 10 procent, hoger dan de bekende Higa de Monreal.
"Houd er rekening mee dat de laatste zeven kilometer van de klim een ​​gemiddeld stijgingspercentage kent van meer dan 13 procent en waar stroken van 20, 18, 17 en zelfs 23,5 procent tussen zitten. Deze beklimming, indien ooit gebruikt, zal gegarandeerd onvergetelijke herinneringen branden op het netvlies van de kijkers. Net zoals mensen hebben gezegd dat de Lagos de Covadonga de Spaanse Alpe d'Huez zal worden, zo zou de Gamonal de Italiaanse Mortirolo kunnen evenaren en, zonder overdrijven, verdringen."
Misschien aangetrokken door het zware deel van 23,5 procent van de Cueña les Cabres, drie kilometer van de top, in combinatie met een stijgingspercentage dat bijna overal in de dubbele cijfers blijft, reageerden de organisatoren snel. Het pad werd in 1997 geasfalteerd en twee jaar later gepresenteerd als de Angliru.

PERFECTE KLIM OF IDIOTERIE?

Hoewel Samuel Sanchez, afkomstig uit die buurt, het later "de perfecte klim" zou noemen, werd de Angliru niet bepaald met open armen ontvangen door de wielerwereld. De Italiaanse klimmer Leonardo Piepoli was een van de eerste renners die de beklimming in 1999 verkende en bestempelde hem meteen als "onmogelijk".
"Critici zeiden dat dit een stompzinnige poging was om de Vuelta nieuw leven in te blazen met domme gimmicks", schrijft Friebe, herinnerend aan de reactie van Kelme-teammanager, Vicente Belda: "Wat willen ze? Bloed? Ze vragen ons om schoon te blijven en doping te vermijden en dan laten ze de renners dit soort idioterie doen."
De Italiaan Marzio Bruseghin, die in zijn eerste jaar als prof uitkwam voor het Spaanse Banesto, deed ook een duit in het zakje: "Wat heeft het voor zin om een berg op te fietsen als het sneller is om te voet omhoog te gaan?"
Zelfs Pedro Delgado, die vijf jaar na het ophangen van zijn fietsschoenen als analist bij de televisie werkzaam was, deed zijn zegje nadat hij een poging gewaagd had: “Er waren momenten op de klim dat ik het gevoel had dat de tijd had stilgestaan", zei de tweevoudig Vuelta-winnaar.
"Je trapt als een gek, maar elke keer als je omhoog kijkt, lijkt het alsof je nauwelijks bent opgeschoten. Het is als een van die dromen waarin je rent, maar niet vooruit komt... Als je het valse plat bereikt [na 6 kilometer], staan er woorden op de weg geschilderd die waarschuwen voor wat komen gaat. 'De hel begint hier'."
En dat is zo. Vanaf dat punt is de gemiddelde stijging een helse 13,1 procent, inclusief die onmogelijke strook waar het met bijna 24 procent omhoog loopt.
Het debat over monsterlijke stijgingspercentages die het vermogen van de renners om daadwerkelijk te koersen teniet zou doen, gaat vaak voorbij aan wat Friebe beschrijft als de "smeulende, smaragdgroene schoonheid" van de Angliru, met zijn unieke meteorologische systeem, grillige rotsen, groene weiden, grazende koeien en verspringende horizonten die zich op een heldere dag opstapelen tot aan de Golf van Biskaje.
In de woorden van de Zwitserse drievoudig Vuelta-winnaar Tony Rominger, die het geluk had twee jaar voor de inaugurele beklimming met pensioen te gaan: "Het beklimmen van de Angliru is als kijken uit het raam van een vliegtuig".
Een vliegtuig dat in 1999 dwars door het oog van een storm ging…
Dus, wie was de man die geschiedenis zou schrijven als de eerste winnaar op de Angliru?

JOSE MARIA JIMENEZ

José María Jiménez had al acht grote rondes gereden vóór hij begon aan de Vuelta van 1999. Hij was als achtste geëindigd in de Tour de France van 1997 en een jaar later stond hij in de Vuelta als derde op een volledig Spaans podium, na teamgenoot Abraham Olano en Fernando Escartín.
Jiménez was van het zeldzame soort renner dat zijn hele carrière dezelfde ploeg trouw blijft - hij begon als stagiair bij Banesto en tekende daar zijn eerste profcontract in 1993. Zijn krachtige bouw en klimvermogen riep bij velen de verwachting op dat hij in de voetsporen zou treden van teamgenoten Pedro Delgado en Miguel Indurain, maar zijn tijdrit liet danig te wensen over en Jiménez was een wispelturig, grillig talent dat vaak opgaf als het moeilijk werd.
De eerste van zijn negen etappezeges in de Vuelta behaalde hij in 1997, een paar maanden nadat de 26-jarige tot nationaal kampioen was gekroond. Bijgenaamd El Chava - afgeleid van El Chabacano, een liefkozende term voor een jongen van het platteland. Jiménez kwam uit El Barraco, een arm dorp in Castilla-y-Leon in de bergen ten westen van Madrid, 25 km van Ávila.
Onder begeleiding van Víctor Sastre, de vader van zijn toekomstige zwager Carlos Sastre, de Tourwinnaar van 2008, zou Jiménez in de loop van zijn carrière vier keer het bergklassement van de Vuelta winnen - een bewijs van zijn uitstekende klimbenen. Zijn fraaiste deelname was in 1998 toen hij vier etappes won en tweemaal de gele leiderstrui bemachtigde - die hij in totaal vier dagen zou dragen.
Beide keren stond hij de leiding in de wedstrijd af aan teamgenoot Olano na totaal verknalde tijdritten, zijn achilleshiel. Als hij zijn dag had was Jiménez onverslaanbaar, maar die dagen waren dun gezaaid. Hij werd als te wispelturig beschouwd om een ​​reële bedreiging te vormen in etappekoersen - een renner die op vorm vertrouwde, maar die de reputatie had lui en weinig ambitieus te zijn.

IMPULSIEF EN ONGEDISCIPLINEERD

Hij werd bekend om zijn impulsieve houding en voorliefde om aan te vallen zonder de gevolgen te overwegen - kamikaze-acties die af en toe resulteerden in spectaculaire overwinningen in zware bergetappes, maar die even zo vaak werden gevolgd door een totale instorting diezelfde dag of de volgende.
Als zodanig had de omstreden Jiménez zowel meedogenloze critici als hardnekkige verdediger achter zich. Zijn grilligheid gold niet alleen voor zijn gedrag op de fiets. El Chava was in staat is om de hele nacht door te feesten, en de volgende dag de sterkste renners te lossen op een manier die zijn tijdgenoot Frank Vandenbroucke jaloers zou hebben gemaakt .
Hij kwam een keer niet opdagen voor een etappe in de Ronde van Catalonië en verscheen vlak voor de start in een nieuwe Ferrari die hij in een opwelling had gekocht.
Dat gebrek aan discipline maakte het hem onmogelijk het niveau van een Indurain te benaderen. Dit verklaart misschien ten dele Jiménez' impulsieve beslissing om in 2001, op 30-jarige leeftijd - zonder waarschuwing - te stoppen met de sport. Niet lang nadat hij twee opeenvolgende etappezeges in de Vuelta had bekroond met een vierde bolletjestrui en het puntenklassement.
Zoals Induráin later zou zeggen: "Hij was een renner van de oude stijl. Als het goed ging, ging het heel goed. Als het niet goed ging, ging het helemaal niet. Hij verloor vaak om redenen die buiten zijn macht lagen, en stopte met fietsen… zomaar, patsboem.”

VUELTA VAN 1999

De eerste finish in de Vuelta op de Angliru vond plaats in 1999. In etappe 8, de afsluiting van de openingsweek. Jiménez had het al zwaar gehad in de zesde etappe, een tijdrit naar Salamanca, waarin hij pas als 85e eindigde, terwijl zijn Banesto-teamgenoot Abraham Olano er met de winst vandoor en zijn voorsprong in het klassement verder uitbreidde.
Olano, de titelverdediger, versloeg die dag de Duitse specialist Jan Ullrich ruimschoots met 57 seconden en stond nu in het klassement 1'07" voor op de renner van Team Telekom.
Ullrich reed dat jaar de Vuelta, nadat een knieblessure het hem onmogelijk had gemaakt zijn Tour de France-titel te verdedigen. Der Jan was 25 en deed vooral mee aan de Vuelta om weer fit te worden in voorbereiding op de Wereldkampioenschappen in Verona; hij had nooit serieus gedacht dat hij in Spanje zou kunnen winnen.
De achtste etappe van 176 km bevatte twee beklimmingen van de eerste categorie, de Cobertoria en de Cordal, waarna tot slot de nieuwe klim de renners opwachtte. De ontzagwekkende reputatie van deze knaap had velen van hen ertoe gebracht hun monteurs drievoudige crankstellen of mountainbikecassettes op hun fiets te laten monteren.
Moeder Natuur liet zich ook niet onbetuigd en kwam met een verrassing. De hele etappe werd verreden in koude regenbuien en dichte mist - helse omstandigheden die ervoor zorgden dat naar schatting 90 van de 171 renners op het asfalt belandden.
Dat lot trof ook leider Olano. De Spanjaard raakte verstrengeld met de Belg Kurt van der Wouwer en slipte in de verraderlijke afdaling van de voorlaatste klim op ongeveer 20 km voor de finish van de weg.

IN DE ACHTERVOLGING

Op dat moment lag de Moldaviër Ruslan Ivanov bijna twee minuten vóór op de favorieten die ondertussen richting de beslissende klim raasden. Naar schatting 120.000 doorweekte fans hadden zich verzameld op de Angliru om het lijdensfeest te aanschouwen - de meerderheid stond samengedromd op het steilste gedeelte waar van veel renners werd verwacht dat ze te voet zouden moeten gaan.
Maar tegen de tijd dat de Angliru zijn angstaanjagende kop verhief, was de groep der favorieten al stevig uitgedund. Leider Ivanov werd achtervolgd door een select groepje met Ullrich, het Kelme-duo Roberto Heras en José Rubiera, de Rus Pavel Tonkov van Mapei en onze man Jiménez.
Daarachter zette de Spaanse nationale kampioen Angel Casero in dienst van Olano de achtervolging in en bracht zo de gouden trui terug in de strijd, samen met zijn voormalige ONCE-teamgenoot Mikel Zarrabeitia en de frisse Italiaan Davide Rebellin van Polti.
Tonkov, de Giro-winnaar van 1996, opende al vroeg op de klim het bal en haalde Ivanov na vijf kilometer bij. Dit was het teken voor de Moldaviër om volledig te parkeren. Ivanov eindigde die etappe uiteindelijk op de 27e plaats, op meer dan zeven minuten van Jimenez.

ROBERTO HERAS

Met nog 6 km te gaan, toen de terugvechtende Olano eindelijk weer aansluiting had gekregen bij de leiders, verhoogde Heras het tempo om Ullrich in de touwen te werken en Jiménez een paar tikjes uit te delen.
De 25-jarige Roberto Heras, die in de jaren ervoor al als vijfde en zesde eindigde in de Vuelta, werd in de loop van de middag gebombardeerd tot kopman van Kelme, nadat een crash Escartín had uitgeschakeld.
Terwijl Heras en Jiménez wegreden, sloten Ullrich en Olano een wapenstilstand. Die hield niet lang stand. In weerwil van zowel de helling als zijn herstellende knie draaide Ullrich een belachelijke versnelling en hij werd net voor de woeste Cueña les Cabres-sectie door Olano gelost.
Olano's optreden was bewonderenswaardig, aangezien hij bij zijn eerdere crash een rib had gebroken en waarschijnlijk puur op adrenaline reed.

JIMENEZ GAAT

Op hetzelfde moment, met nog zo’n 2,5 km te gaan, demarreerde Jiménez en hij liet Heras achter te midden van het uitzinnige gejuich van de doornatte toeschouwers langs de weg. Toen hij het spandoek van de laatste 2 kilometer naderde, waar de weg met een stijgingspercentage van 21 procent omhoog loopt, lichtte Jiménez zijn kont uit het zadel en was hij vertrokken voor een finale die steeds moeilijker te volgen werd voor de miljoenen fans thuis.
Dikke mist, regen op de cameralens, schittering van de wolken en regelmatige onderbrekingen van statische vervorming en witte ruis - dit alles droeg bij tot de algemene verwarring, waarbij zelfs de commentatoren niet wisten hoe de koers zich ontvouwde.
Alleen Tonkov reed nog vóór hem uit. Met nog 1,5 km te gaan, lag Jiménez 40 seconden achter op de Rus. Hij passeerde de auto van Mapei, de ploeg van Tonkov. Net wanneer de Spanjaard een stilstaande auto die zijn weg leek te blokkeren naderde, schakelde de regie over naar de camera achter Tonkov, gevolgd door nog meer ruisende sneeuw.
Plotseling, toen de weg vlakker werd en vervolgens iets daalde na de top, zat Jiménez als bij toverslag in het wiel van Tonkov, tot verbijstering van de commentatoren.
In dit geval had de overwinning iets van een anti-climax. De vaste camera aan de finish toonde een waas van mist en felle koplampen van talloze voertuigen die nergens heen konden. Toen de twee renners eindelijk door een camera werden opgepikt, waren ze al over de streep. Jiménez had gewonnen met een fietslengte verschil, maar was niet in staat of misschien niet bereid om het te vieren.

VERDENKINGEN

Achttien jaar later, aan de vooravond van de zevende finish van de Vuelta op de Angliru, schreef de Spaanse krant El País: "Toen Chava Jiménez in 1999 uit de mist op de Angliru opdoemde, ontstond de mythe van de Vuelta."
Terugblikkend sprak het stuk over de regen, wind, kou en mist als "allemaal ingrediënten die de camera’s verblindden, verdoezelden op een zwart scherm. Niemand kon zien wat er gebeurde, totdat de koplampen van de auto's een Chinese schaduw leken te werpen over de steile hellingen."
Dergelijke omstandigheden droegen bij aan de twijfels die nog steeds bestonden, aldus de krant.
"Opeens was daar de Rus Tonkov, maar laverend door dat onherbergzame terrein, als Diogenes met zijn lamp, verscheen El Chava en verslond hem op een manier die dit epische verhaal omsmeedde tot iets uit een mysterieroman, sterker nog: een misdaadroman."
De insinuaties waren duidelijk. "Er waren vermoedens," zei de krant, spelend met de Cluedo-metafoor, "niet dat de moordenaar de butler was, maar dat El Chava aan de auto's had gehangen om hem te helpen klimmen, terwijl hij profiteerde van de mantel van anonimiteit die door de mist werd geboden."
Tonkov was woest, maar er is nooit iets bewezen. Terwijl sommige fans zeiden dat ze Jiménez bij wijze van spreken met de kandelaar in de bibliotheek hadden zien staan, zeiden anderen dat ze niets onoorbaars hadden opgemerkt.
Wat er die dag ook is gebeurd, het is zeker ironisch dat de eerste winnaar van een klim die door een blinde man was ontdekt, een renner was die naar verluid profiteerde van de tv-camera's en van toeschouwers die verblind werden door de mist en zodoende zich aan een auto omhoog zou hebben laten trekken.

DER JAN

Jiménez toonde zijn klasse door in drie van de resterende bergetappes van diezelfde Vuelta als derde te eindigen. Het leverde hem bovendien een plek in de top 5 van het eindklassement op.
Het was de Duitse moloch Ullrich die de eerste gouden trui van de Vuelta mee naar huis nam. Olano had op de flanken van dit nieuwe monster dan wel zijn voorsprong uitgebreid tot 2'08" op de Duitser, maar dat kwam wel tegen een prijs, namelijk die gebroken rib.
Een paar dagen later implodeerde Olano in de 12e etappe naar Andorra, waar de gekwelde Spanjaard acht minuten verloor. Hij duikelde in het klassementen en Ullrich nam de leiding over. Een dag later kwam er zelfs een einde aan de Vuelta van de titelverdediger. Zeven minuten na het vertrek in etappe 13 hield hij het voor gezien.
In de laatste koersweek, waarin een schitterende Frank Vandenbroucke – op het toppunt van zijn kunnen, maar aan de rand van de afgrond – zich naar een tweetal overwinningen vocht, sloot Ullrich zijn eigen Vuelta af met een indrukwekkende prestatie in de laatste tijdrit. Ullrich versloeg zijn naaste rivaal met 2'50” en eindigde met 4'15" voorsprong op Igor González de Galdeano, waarbij Heras het podium vervolmaakte vóór Tonkov en de hoofdpersoon van dit verhaal, Jiménez.
Het tijdperk van Heras stond voor de deur: de Spanjaard zou de Vuelta van 2000 winnen en in de daaropvolgende jaren zou hij dat kunststukje nog driemaal herhalen, iets wat tot op de dag van vandaag een record is.

BEGIN VAN EEN TRAGISCH EINDE

Jiménez droeg zijn overwinning op de Angliru op aan zijn goede vriend Marco Pantani, de in ongenade gevallen Italiaanse klimmer die vrijwillig in ballingschap was gegaan, nadat hij van zijn voetstuk was geslagen, toen hij een paar maanden eerder uit de Giro werd gegooid na zijn vierde ritzege in Madonna di Campiglio.
De ironie wil dat het diezelfde Pantani was die Jiménez een jaar later zijn beste kans op een ritzege in de Tour de France ontzegde. In etappe 15 naar Courchevel reed de Italiaan in de Alpen namelijk weg van Jiménez, Heras en de uiteindelijke (en later geschrapte) winnaar Lance Armstrong.
Het zat Jiménez niet bepaald mee in 2000. Na het winnen van de Volta a Catalunya, ging de Tour aan zijn neus voorbij en crashte hij in de openingsweek uit de Vuelta.
Een jaar later, wat zijn laatste seizoen als prof zou blijken te zijn, heeft de nog steeds non-conformistische en moeilijk te hanteren Jiménez niet buiten Spanje gekoerst. In de Vuelta van dat jaar wint hij maar liefst 3 ritten - inclusief de tijdrit bergop in Andorra - en mag hij aan het eind van de rit zowel de puntentrui als de bergtrui mee naar huis nemen. Daarmee drukte El Chava een waardig stempel op wat zijn laatste race ooit zou zijn.
Jiménez, die steeds meer door depressies werd geteisterd, ging aan het einde van het seizoen met pensioen. Hij trouwde met de zus van Carlos Sastre, maar zijn persoonlijke problemen gingen door. Na een pijnlijk gevecht met drugs en alcohol, liet Jiménez zich opnemen in een kliniek voor een psychologische behandeling, maar stierf in december 2003 na een hartaanval. Hij was net 32.
Meer dan tweeduizend mensen woonden zijn begrafenis bij in El Barraco. De ABC-krant wijdde een in memoriam aan Jiménez, De Eerste Man op de Maan (of de Angliru). Er was nooit een melancholischer veroveraar geweest van zo'n boosaardige berg als El Angliru dan zijn eerste overwinnaar.
Net als twee andere iconen van het Spaanse wielrennen voor hem, José Manuel Fuente en Luis Ocaña, werd El Chava's leven afgebroken onder tragische omstandigheden. Twee maanden na zijn dood pleegde zijn vriend Pantani zelfmoord na een overdosis cocaïne. Tegen het einde van het decennium zou Vandenbroucke hen allebei volgen.
"Het was een onvermijdelijke dood", zei Eusebio Unzué, de sportief directeur van Jiménez bij Banesto. "Hij had deze weg gekozen."
Vijf jaar later droeg Carlos Sastre zijn overwinning in de Tour de France van 2008 op aan zijn overleden zwager Chava Jiménez.

ELISSONDE

Ondanks het slechte weer en de controverse rond de finish, had de eerste beklimming van de Angliru ruim voldoende enthousiasme gekweekt om in 2000 opnieuw te worden opgenomen. Deze keer soleerde Gilberto Simoni naar de overwinning.
Na een jaartje afwezigheid keerde de Vuelta in 2002 terug naar de Angliru. Op een andermaal regenachtige dag liet de Brit David Millar zijn fiets vóór de finish staan en staakte uit protest tegen de slechte veiligheidsomstandigheden de strijd. "Dit is onmenselijk. We zijn geen beesten," kon Millar nog net uitbrengen, nadat hij ook al problemen had gehad in de glibberige afdaling van de Cordal, waar Olano in 1999 onderuit was gegaan.
Tussen twee overwinningen van Alberto Contador op de Angliru in 2008 en 2017 waren er overwinningen voor een andere Spanjaard, Juanjo Cobo, in 2011 (een resultaat dat later werd vernietigd en toegekend aan de Nederlander Wout Poels), en de Fransman Kenny Elissonde in 2013.
De Fransman reed de klim slechts één keer, en dat was dus meteen voor de winst. Die zege, zegt hij, was "het beste waar je als klimmer van kunt dromen". Hij bereikte de voet van de Angliru in trance - wat hij beschrijft als een soort "tweede staat" - vanwege de opwinding, waardoor hij bijna een krappe bocht miste en in het publiek schoot.
Net als de dag dat Jiménez zegevierde, was de Angliru in 2013 gehuld in dichte mist. Het was de voorlaatste dag van de race, met de Amerikaanse veteraan Chris Horner aan de vooravond van een verrassende eindzege. Elissonde, de laatste man die was overgebleven van de ontsnapping van de dag, kon de fans een paar haarspeldbochten onder zich horen schreeuwen, maar hij kon niets zien en zijn radio deed het niet.
"Ik ging gewoon vol gas in de laatste paar kilometer omdat ik bang was bijgehaald te worden door een klassementsman die aan het vechten was voor zijn laatste kans in deze Vuelta", zegt hij. De Fransman omschrijft de klim als "een gevecht tegen de zwaartekracht" en noemt deze naast de Mortirolo "de zwaarste die ik in mijn carrière heb gedaan".

ANGLIRU MAAKT HET VERSCHIL

Critici van de Angliru beweren dat zijn steilheid het speelveld egaliseert, scherp koersen onmogelijk maakt en elke potentiële dreiging in het klassement tenietdoet. Maar over de zeven keer dat de Angliru werd beklommen, is het gemiddelde tijdsverschil tussen de eerste en de tweede plaats op de klim 52 seconden – vergeleken met 32 ​​seconden op de Zoncolan of 40 seconden op de Alpe d'Huez.
Het is zeker waar dat de Angliru weinig invloed heeft gehad op de strijd om goud of rood, maar toen Juanjo Cobo in 2011 wegreed, twijfelde Chris Froome of hij de Spanjaard moest volgen of de rode trui van teamgenoot Bradley Wiggins moest beschermen.
Wat gebeurde was dat Wiggins kraakte en dat Froome in het wiel van Poels en Denis Menchov eindigde op de vierde plaats - 48 seconden achter Cobo, die de Vuelta nipt won (tenminste, totdat hij zeven jaar later de titel moest inleveren). Misschien het bewijs dat de Angliru wel degelijk het verschil kan maken.

HET EINDSCHOT VAN EL PISTOLERO

In 2017 volgde wat misschien wel de meest memorabele finish op de Angliru was sinds Jiménez de inaugurele buit pakte. Op de voorlaatste dag van de race, en op zijn laatste competitieve dag in het profpeloton, gaf Alberto Contador zichzelf het mooist mogelijke afscheidskado. "Dat was absoluut een van de meest memorabele dagen van mijn hele loopbaan", zegt Eva Tomé, communicatiemanager van Trek-Segafredo, die destijds voor Eurosport Portugal werkte.
“Iedereen wist dat Alberto de koe bij de hoorns zou vatten en met één van zijn karakteristieke aanvallen zou proberen zijn loopbaan met een hoogtepunt af te sluiten. Het leek alsof het in de sterren geschreven stond - je hoefde het alleen nog maar te zien gebeuren.”
Het soort apocalyptische weer dat we associëren met de Angliru diende zich ook nu weer aan. De toegang tot de top werd voertuigen ontzegd en journalisten waren gedwongen de steile hellingen op te lopen, wadend door een zee van toeschouwers. Tomé was een van hen.
"Het weer werd steeds slechter", herinnert ze zich. "Een stormachtige wind en striemende regen gingen tekeer op de top en vernielden een deel van de opbouw rond de finishlijn. De journalisten zaten allemaal in twee precaire plastic tenten - de enige beschikbare beschutting bovenaan.
"Het vroor bijna! Er hing een dichte mist en terwijl het peloton nog in een lekker zonnetje reed, vroegen we ons allemaal af of ze de finish zouden annuleren omdat het zo dramatisch was aan de top. Toen kwam de aanval van Alberto - en bijna op hetzelfde moment klaarde het op."

VRIENDENDIENST

Contador reed tijdens de lange afdaling richting slotklim weg met zijn Colombiaanse teamgenoot Jarlinson Pantano. Eerst raapte hij de restanten van de kopgroep op, waaronder landgenoot Enric Mas van QuickStep.
"Pantano ging vol gas en toen begon Mas - die ooit deel uitmaakte van een van de junior foundation-teams van Contador - voor Alberto te werken", herinnert Steven de Jongh, die dag ploegleider van Contador bij Trek. "Voor Enric was het een hele eer om iets terug te doen en Alberto te bedanken voor de hulp die hij van hem had gekregen bij het starten van zijn carrière. Het was onverwacht, maar dus een prettige verrassing."
Daarbij kwam ook nog eens de hulp van een andere Spanjaard, Marc Soler van Movistar, die zijn landgenoot een paar steile stroken op hielp. Met nog 6 km te gaan, was de voorsprong op de groep met de rode trui slechts 50 seconden, waardoor Contador de beslissende tik alleen moest uitdelen.
De Jongh volgde in de Trek-teamauto, dankbaar dat hij in een automaat reed en de koppeling niet verbrandde in de haarspeldbochten. "De Angliru is lastig voor de renners, maar ook voor de ploegleiders is het geen pretje", grapt De Jongh. "We moesten heel langzaam rijden - het is bijna een muur en je kunt de helling voelen. Op sommige beklimmingen is het moeilijk te zien of de renners afzien omdat ze zo snel gaan, maar op deze klim gaan de renners zo langzaam, dat je ze bijna kunt horen lijden.

AFSCHEID IN STIJL

"Er waren overal mensen en het was moeilijk om Alberto te volgen, want er krioelden overal fans over de weg die "Un año mas" - nog een jaar - riepen, omdat ze niet wilden dat hij met pensioen zou gaan."
Wanneer Froome en Poels wegreden uit het achtervolgende peloton, was de voorsprong van Contador klein. Toen het gat vervolgens nog kleiner werd, moest De Jongh de auto opzij zetten en het duo laten passeren.
"De rode trui van Froomey was de prioriteit, maar we vlogen die dag allebei", herinnert Poels zich. "We kwamen steeds dichterbij. En ik dacht zeker: 'Als we hem pakken, kan ik voor de overwinning gaan'. Zou het jammer zijn geweest voor de fans? Ik heb er toen niet over nagedacht. Maar we hebben hem niet te pakken gekregen. Contador was de sterkste en Chris liet mij als tweede eindigen."

EMOTIES NEMEN DE OVERHAND

Eva Tomé zegt dat ze het moment dat een juichende Contador de finish passeerde en ze bijna door collega’s onder de voet werd gelopen, nooit zal vergeten.
"Ik deed een stap achteruit en keek alleen maar naar zijn mechanieker, Faustino, die het niet droog hield. Hij hield naast de tent Alberto's fiets vast en staarde ernaar. Echt lelijk huilen - de emotie van dat moment overweldigde hem, een man die Alberto bij de meeste van zijn overwinningen als professional had bijgestaan, een man die altijd pragmatisch, evenwichtig en beheerst was.
"Maar op dat moment stond hij daar gewoon hulpeloos te huilen; geen high-fives met teamgenoten, geen gejuich of applaus, gewoon een eenzaam figuur overmand door emotie, een mechanieker die de laatste winnende fiets van Alberto vasthield.
“Om de een of andere reden raakte dat moment me echt. Het voelde alsof het het einde van een hoofdstuk was. Ik kreeg kippenvel, omdat ik op dat moment wist dat er geen comeback zou komen, geen año mas. Dit was het. Faustino wist het, en nu wist ik het ook. Het laatste gevecht van El Pistolero, afscheid nemen in een gouden wolk en ik was daar getuige van."
Van zijn kant herinnert De Jongh zich de opluchting en de feestvreugde van die dag. "Alberto joeg de hele Vuelta op die overwinning. En uiteindelijk, op de laatste zaterdag, pakte hij hem. Ik heb renners en staf nog nooit zo van een overwinning zien genieten - we hebben zo hard gefeest dat de bus daarna nieuwe vering nodig had."

TAND DES TIJDS

Met zijn maximale stijgingspercentage van 28 procent was de toevoeging van de Alto de Los Machucos in het nabijgelegen Cantabrisch gebergte in Noord-Spanje in 2017 het antwoord van de Vuelta op de presentatie van de Zoncolan door de Giro - en de laatste zet in een voortdurende wedloop tussen de twee Rondes, een strijd die teruggaat tot 1999 en de onthulling van de Angliru.
Of de Angliru de tand des tijds zal doorstaan, valt nog te bezien. Maar de legendarische overwinning van Contador in 2017 heeft de ontdekking van de 'blinde ziener' nieuw leven ingeblazen en ervoor gezorgd dat de mythe van de gigantische Asturische piek voortleeft.
In 2020 keerde de iconische klim voor de achtste keer terug naar de Vuelta. Het Spaanse wielrennen zocht naar een erfgenaam voor Contador's kroon 21 jaar nadat José María Jiménez uit de mist opdook, maar helaas voor de Spaanse fans was het dit keer de Brit Hugh Carthy die als eerste boven kwam op het beest van Asturias.
Kroonieken is een podcast van Eurosport– geschreven door Felix Lowe en verteld door Karsten Kroon. Eindredactie is van Sander Grasman en productie door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je Karsten wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook. Alle afleveringen van Kroonieken zijn ook te lezen als artikel op eurosport.nl
Wielrennen
Binche-Chimay-Binche | Laporte bekroont topjaar met indrukwekkende overwinning
14 UUR GELEDEN
Wielrennen
Binche-Chimay-Binche | Lorena Wiebes oppermachtig in Belgische eendagskoers
17 UUR GELEDEN