Luister hier de podcast:
Stephen Roch en Sean Kelly zaten in de piek van hun carrière en beiden hadden al bronzen medailles behaald op eerdere WK’s. Landgenoot Shay Elliott had het 25 jaar eerder zelfs nog beter gedaan met een zilveren plak, maar de Regenboogtrui had nog nooit Ierse schouders gesierd.
Wielrennen
Wielrennen | Chris Froome kampte met gevolgen long covid - "Grote impact op hart"
EEN UUR GELEDEN

PLAN B

Na een omstreden overwinning in de Giro van 1987 en winst in de Tour de France datzelfde jaar was het beste er wel af bij Roche, toen hij met de Ierse ploeg arriveerde in Villach, Oostenrijk. Het zou naar ieders verwachting uitdraaien op een sprint en Kelly werd gezien als de belangrijkste troef voor Ierland, Roche was slechts plan B.
Om te zeggen dat Roche’s dubbel van Giro en Tour verrassend was, is een understatement. Bij zijn derde Tourdeelname in 1985 was hij al eens derde geworden na Hinault en Greg LeMond, maar het jaar daarop - het seizoen voor zijn wonderjaar - reed hij zijn eerste Giro als knecht voor Roberto Visentini niet uit en die zomer strompelde hij Parijs binnen op anderhalf uur van winnaar Greg LeMond.
Een chronische knieblessure die hij had opgelopen bij een harde val tijdens een zesdaagse in het voorseizoen, ontlokte de Ier de uitspraak dat hij de Tour zag als een ‘donkere tunnel van pijn’, maar het volgende voorjaar begon alweer een stuk beter met een knappe tweede plek in Luik-Bastenaken-Luik. De Italiaan Moreno Argentin was hem in Wallonië net te snel af. Roche zou nooit meer zo dicht bij een zege in een Monument komen, maar winst in de Ronde van Romandië bevestigde zijn goede vorm en de Ier begon aan de Giro als één der favorieten.
Er was evenwel één serieus obstakel. Titelverdediger Visentini was zijn ploegmaat bij Carrera, en die mocht uiteraard rekenen op de steun van die Italiaanse ploeg in de Ronde van hun land. Visentini won de proloog en was de eerste roze-trui drager tot Erik Breukink die overnam. Toen Carrera de ploegentijdrit won kreeg Roche tien dagen het roze, maar hij moest die overdragen aan Visentini na diens winst in de individuele tijdrit.

VERRAAD VAN SAPPADA

Tot zover niets aan de hand voor Carrera, maar er ontstond bonje. Etappe 15 naar Sappada voerde de Dolomieten in. Roche toog ten aanval en zette Visentini op achterstand. Hij negeerde het bevel van de ploeg te wachten op de kopman, en finishte in de kopgroep. Roche werd leider en Visentini duikelde naar plek 7, op meer dan 3 minuten.

Stephen Roche en zijn Italiaanse kopman Roberto Visentini tijdens de Giro d'Italia van 1987.

Foto: Eurosport

Dit ‘verraad’ kwam Roche op de toorn van de ploeg te staan, om maar te zwijgen van de Tifosi. In de slotweek viel Visentini Roche menigmaal aan, maar slaagde er nooit in hem te knakken. Roche bekroonde zijn suprematie met winst in de slottijdrit en werd zodoende de eerste Ier die een Grote Ronde won.

TOUR DE FRANCE

Twee maanden later, in de Ronde van Frankrijk, was Roche in een gevecht gewikkeld met Pedro Delgado op de klim naar La Plagne. Hij was tot ieders verrassing de eerste die kort na Delgado de meet bereikte, in de etappe die gewonnen werd door Fignon.
Die inspanning om zo weinig mogelijk tijd te verliezen op de sterkere klimmer Delgado moet immens geweest zijn. Hij kreeg na de finish een zuurstofmasker opgezet en werd zelfs per ambulance naar een lokaal ziekenhuis gebracht. Daar kreeg hij groen licht om door te gaan. Hij stond nu op plek 2 in het algemeen klassement, 39’’ achter leider Delgado.
De voorlaatste etappe, een individuele tijdrit rond Dijon over 38 km, moest de beslissing brengen. Roche maakte zijn reputatie waar en maakte gehakt van zijn Spaanse rivaal. Hij was 1’01’’ sneller en daarmee dus ook de eerste Ier die het geel in Parijs mocht aantrekken. Dat kleine rustige mannetje uit Dublin had in één jaar twee Grote Rondes gewonnen. Hij trad daarmee in de voetsporen van wielergrootheden als Coppi, Anquetil, Merckx en Hinault.
Volgens de Ierse journalist Colin O’Brien, wordt zijn landgenoot vaak gezien als “die opportunistische verrader, die koersen wint die hij niet zou moeten winnen, maar een paar jaar eerder was hij al heel dicht bij een wereldtitel, en hij had ook al eens op het eindpodium van de Tour gestaan. Hij was de puncher die als geen ander de koers kon lezen. Dat is geen opportunisme, dat toont aan hoe intelligent hij kon beoordelen wat er rond hem gebeurde, wat mogelijk was en wat niet.”

ROTJAAR VOOR KELLY

Voorafgaand aan de WK namen Roche en zijn ploeggenoten deel aan een aantal criteriums in Ierland, waaronder één in Cork. Weer viel hij op de kwetsbare knie. Hoewel hij duidelijk op zoek was naar motivatie na zijn Toursucces, had Roche er wel vertrouwen in dat hij zijn vriend Kelly zou kunnen helpen. Volgens Eddy Merckx was deze WK-titel een prooi voor een sprinter, op het lijf geschreven van Sean Kelly.
Anders dan Roche had Kelly een rotseizoen in 1987. In januari was zijn ploegbaas Jean de Gribaldy omgekomen bij een auto-ongeluk. Deze man had als eerste zijn talent ontdekt en de twee waren behoorlijk close. Een steenpuist op het zitvlak had hem uit de Vuelta gedwongen terwijl hij het geel droeg. Een paar weken later crashte hij halverwege uit de Tour zonder één etappe te winnen en kon hij thuis vanaf de bank toezien hoe zijn landgenoot eeuwige roem vergaarde met zijn winst in ’s werelds grootste wielerkoers.
Tot dusverre had de 31-jarige Kelly vier van de vijf monumenten gewonnen, zes maal op rij Parijs-Nice op zijn naam geschreven – er zou er nog één volgen – en een aantal etappes in de Tour en de Vuelta.
Ook al konden de twee prima met elkaar opschieten, op de fiets en ernaast, speelde er toch af en toe wel iets. Dat voorjaar bijvoorbeeld profiteerde Kelly van een lekke band van Roche en ontnam hem de leiderstrui in de voorlaatste etappe van Parijs-Nice. Dat leidde tot een verkoeling die een paar weken duurde.
Maar toch, Ierlands twee wielersterren werden niet alleen door hun vriendschapsband verenigd, maar zeker ook door hun status van underdog. Hoewel ze alle twee echt wel het nodige hadden gepresteerd en zich prima thuis voelden in het Franse en het Belgische wielerwereldje, golden ze toch eerder als outsiders dan favorieten. Ze wilden bewijzen dat ze met de besten meekonden, en, misschien wel, de beste waren.

FAB FOUR

Mochten er al oude koeien zijn, dan bleven die, althans die september, in de sloot. Kelly en Roche waren zelfs samen per fiets naar Villach gereden, 120 km van Gemona, waar ze hadden deelgenomen aan de Giro del Friuli. Op kosten van hun ploeg namen ze hun intrek in het pompeuze Hotel Piber, samen met Martin Early en Paul Kimmage. Het kwartet stond natuurlijk al snel bekend als de Fab Four.
Er was evenwel een vijfde renner die voor Ierland uitkwam, die vaak over het hoofd wordt gezien. Alan McCormack was een amateur die helemaal uit Boulder, Colorado, was gekomen via Boston en Wenen. Hij verbleef in een hotel in het centrum, dat hij omschreef als een gevangenis. Hij maakte er geen geheim van dat hij voor zichzelf reed, en zeker niet in dienst van Kelly en Roche die veel meer verdienden dan hij en die hem geen stuiver hadden toegestopt.
Het Ierse team had geen ploegleider en aanvankelijk was het ruwe plan dat er voor Kelly gereden zou worden. Gezien de overmacht van de grote wielerlanden Frankrijk, Italië en België met ploegen van 12 zou een meer gedetailleerde tactiek weinig zin hebben.
Maar toen de Fab Four donderdag – de trein van McCormack zou pas vrijdag arriveren – het parcours verkenden, zette Roche vraagtekens bij de algemene opinie dat dit een parcours was voor snelle mannen als Kelly en Argentin. Zo vlak was het niet. Lagen er dan misschien toch nog wel kansen voor hemzelf?

REGEN, REGEN, REGEN

De wedstrijd ging over 269 km, 23 ronden van 11,7 km over een heuvelachtig traject met twee korte klimmen met stukjes van 10%. Bij de start werden de 168 renners getrakteerd op zware regenval. De meeste journalisten verwachtten in de finale een groepssprint met titelverdediger Moreno Argentin als favoriet.
Italië had ook nog Guido Bontempi achter de hand. Naast Kelly werden de Nederlanders Teun van Vliet en Steven Rooks, de Belg Eric Vanderaerden, de Duitser Rolf Gölz en de Deen Rolf Sörensen gezien als kanshebbers.
Zware regen en een glad wegdek hielden de eerste helft van de koers het tempo en de aanvalslust laag. Alleen de Portugees Orlando Neves trok ten aanval. Hij kwam tot 2 minuten en werd met 75 km te gaan bijgehaald. De regen bedaarde en de slijtageslag kwam ten einde.
Er ontstond een linke kopgroep van vier, waaronder de Spanjaard Juan Fernandez, Argentin en Van Vliet. Roche gaf McCormack opdracht het gat te dichten, maar de heren hadden geen afspraken gemaakt. Er was wel een stok, maar geen worst, en de nummer vijf van Ierland had geen zin in zelfmoord voor een ander. McCormack hield het nog één ronde vol en kon toen de finale volgen via een televisiescherm in de Ierse tent. En wat voor finale!
Early en Kimmage deden wat ze konden om de groep Argentin terug te halen. Met Argentin had Roche nog wel een paar flinke appels te schillen. Hij was al twee keer in Luik-Bastenaken-Luik afgetroefd door de snelle door de wol geverfde Italiaan.
Toen Early zich bij McCormack voegde voor de televisie waren er nog twee ronden te gaan. Samen met de Canadees Steve Bauer waren Kelly en Roche erin geslaagd bij de leiders te komen. Dat leidde tot een moment van rust. Een peloton van zo’n 70 coureurs passeerde de meet voor de laatste ronde.
Met Kelly in zijn zog hield Roche een stevig tempo aan op het klimmetje aan het begin van de slotronde om zoveel mogelijk snelle mannen te lossen. Eenmaal boven waren er nog slechts 13 in de strijd. Alleen de Nederlanders met Rooks, Van Vliet en Breukink waren met meer dan de Ieren. Vooral Van Vliet en Breukink zochten keer op keer de aanval.

ARGENTIN

Het moordende tempo van Roche had figuren als Bontempi en Vanderaerden uitgeschakeld, maar niet zijn oude vijand Argentin, de titelverdediger. De Italiaan focuste zich op Kelly als de te kloppen man en had slechts oog voor diens wiel.
Bij een normale sprint zouden Kelly en Argentin met kop en schouders boven de rest uitsteken. Dit betekende dat de anderen moesten demarreren en op die manier de Ieren dwingen om beurten de aanvallen te pareren.
Kelly zei tegen Roche: “Joh, het enige dat we kunnen doen is om beurten aanvallen”. Dat was wat ze deden. Eerst ging Kelly. Die werd teruggepakt. Toen ging Roche. Achter hem werd naar elkaar gekeken.
Met nog krap een kilometer te gaan demarreerde Van Vliet. Roche, Sörensen en Gölz gingen mee, iets later gevolgd door de Zwitser Guido Winterberg, zodat er een kopgroep van vijf ontstond.
Achter hen keek iedereen naar Kelly, maar die had wel door dat zijn reactie de deur zou openen voor Argentin. De Italiaan bleef irritant in Kelly’s wiel zitten en liet hem weten dat hij zijn kansen op goud aan het verspelen was.
In zijn autobiografie beschreef Roche dit moment als volgt: “Ik keek om en zag ze treuzelen. Ik werd nerveus. Wat was er aan de hand? Hoe kon Kelly het contact verliezen op zo’n moment? Wat ik niet wist is dat Kelly en Argentin hun eigen zenuwoorlog aan het uitvechten waren. Sean die het vertikte om de jacht te openen op het leidersgroepje met een teamgenoot, en Argentin die weigerde Kelly mee te nemen, omdat hij in dat geval zeer waarschijnlijk gevloerd zou worden in de sprint”.
Kelly hield het hoofd koel onder Argentins provocaties en bewees daarmee wat een lepe tacticus hij was.

LANGE SPRINT

In het zicht van de finish, zat Roche met een dilemma. Hij was minder snel dan Van Vliet en Gölz, maar was ook niet van zins deze WK te bekronen met alweer het brons. Dus waagde hij de gok, schakelde naar de grootste versnelling en ging aan, 500 meter voor de streep. Hij ging langs Sörensen, Van Vliet en Gölz. Ook Winterberg kon niet volgen. Ze aarzelden, en het was te laat.
Ondertussen was het kwartje gevallen bij Argentin. Misschien was Kelly toch niet Ierlands eerste. Eindelijk reageerde hij, maar het was veel te laat.
Een blik onder de arm door gaf Roche het moment dat hij later zou omschrijven als ‘de mooiste verrassing van mijn leven’. Argentin kwam nader, maar de streep lag niet ver genoeg. Hij moest zich tevreden stellen met het zilver. Fernandez pakte het brons. De Duitser en de drie Nederlanders moesten het doen met ereplaatsen.
Roche finishte met vier lengtes voorsprong. Deze wereldtitel was de niet verwachte bekroning van een buitengewoon succesvol jaar. Hij had immers ook al én de Giro én de Tour gewonnen. Villach 1987 zou hem bijblijven als de fraaiste ééndags-wedstrijd van zijn loopbaan.
Vol ongeloof bokste een stralende Kelly in de lucht alsof hijzelf eindelijk de Regenboogtrui veroverd had. Zijn vijfde plaats is misschien wel de beste vijfde plek in de geschiedenis van de WK op de weg.

BITTERZOET

Ondanks zijn blijdschap moet er voor Kelly toch ook wel iets bitterzoets te proeven geweest zijn. Tegenover Ierse verslaggevers gaf hij na de finish toe dat hij natuurlijk liever zelf gewonnen had. Uiteindelijk was hij 10 jaar lang de vaandeldrager van het Ierse wielrennen geweest. En nu ging Roche er in één enkele zomer met de drie hoofdprijzen vandoor, iets waar alleen Eddy Merckx in geslaagd was.
Jaren later is Kelly wat filosofischer over de afloop in Villach: “Het had andersom kunnen zijn. Ik had zelf in de beslissende ontsnapping kunnen zitten. Maar ja, die Argentin, he? Die bleef maar in mijn wiel zitten. Zo gaan die dingen”.
Nochtans was zijn aanwezigheid in die kopgroep een voorwaarde voor de winst van Roche.
Villach 1987 doet denken aan Florence 2013. Het Spaanse duo Alejandro Valverde en Joaquim Rodriguez verprutsten elkaars kansen. Vol ongeloof greep de Portugese ploeg zijn kans en Rui Costa werd wereldkampioen.
Volgens O’Brien is het te danken aan Kelly dat de vergelijking niet opgaat. “Het moet heel verleidelijk geweest zijn de jacht op het kopgroepje wel te openen. Het hoofd koel houden, zien dat de koers je ontglipt, maar ook dat je landgenoot een goede kans maakt, dat zien we niet zo vaak.”
“Het is zeer moeilijk te beslissen wanneer je moet stoppen met pokeren en je kaarten op tafel moet gooien. Je bent de koning als het lukt, maar nogal eens ben je de schlemiel als je niet reageert. Pas achteraf is het allemaal makkelijk uit te leggen!”
“Kelly had het goed gespeeld die dag. Maar Roche had kennelijk de macht en de juiste tactische neus om het af te maken. De wereldtitel was een triomf voor hen allebei, en bovenal, een triomf voor Ierland.”

MERCKX

Roche was plan B en dat werd feilloos uitgevoerd in de finale. Alle commentatoren zagen Kelly als de nummer 1 tot aan die laatste kilometer. Iedereen lette op de klassiekerkampioen, en schonk geen aandacht aan de coureur die als non-sprinter als laatste in aanmerking kwam voor de titel.
Maar van dat lichte mannetje, een klimmer die dat jaar al twee Grote Rondes op zijn naam had gezet, dacht iedereen dat hij gesloopt zou zijn. Die kleine Ier, dat was geen Eddy Merckx. Iemand met het statuur van een Greg LeMond had het misschien gekund, maar dat deze Roche dit in zijn mars had, dat had nauwelijks iemand voor mogelijk gehouden.
Een paar weken later verschenen de twee wielersterren allebei aan de start van de Ronde van Ierland. Hier toonde Roche voor het eerst zijn wereldtrui. Het was een een-tweetje voor de toppers, maar dit keer pakte Kelly de winst.

KELLY'S REVANCHE

Moreno Argentin herpakte zich 14 dagen later met winst in de Ronde van Lombardije. Hun oorlog was daarmee niet voorbij en het was Kelly die spectaculair de laatste slag won toen hij Argentin de winst ontnam in de Milaan -San Remo van 1992 waar de Italiaan zo naar had uitgekeken. Argentin viel aan op de Poggio. Kelly zette de achtervolging in en na één van de meest sensationele afdalingen in de wielerhistorie kwam hij bij zijn rivaal en was hem vervolgens te slim af in de sprint. La Primavera van 1992 zou zijn laatste grote overwinning zijn.
Kelly geeft toe dat hij Argentin zijn negatieve tactiek op de WK van 1987 nooit heeft vergeven. Hoe de Italiaan als een nooit-aflatende muskiet Kelly geen centimeter ruimte gaf. De winst van Roche was een zoete troost, maar Kelly had het toch graag anders gezien.
“Ik heb daar toen op de Poggio zeker aan gedacht”, erkent Kelly. “Hoe die gast mijn titelkansen in Villach om zeep hielp. Dat gaf me net dat zetje om alles op alles te zetten in die afdaling naar de Via Roma.”
Kelly had zijn tijd gehad. De regenboogkleuren waren voor hem nooit weggelegd. Hij was er dichtbij in 1989, toen hij – weer – brons pakte in Chambéry, en in 1990, toen hij in het Japanse Utsumomiya onder tropische omstandigheden vijfde werd. Hoewel hij dus één van de beste eendagscoureurs ooit was, heeft hij nooit op het bovenste treetje van een wereldpodium gestaan.

NOOIT MEER ZO GOED

Tot op de dag van vandaag is Steven Roche de enige Ier met een wereldtitel, maar daar had hij wel zijn ploegmaat Kelly voor nodig. Zoals hij zelf opmerkte: “Sean en ik hebben samen zo goed als alle koersen gewonnen die de moeite waard zijn.”
Dat geldt ook voor de Grote Rondes, want Kelly won de Vuelta in 1988. Het enige monument dat ontbreekt op de gezamenlijke erelijst is de Ronde van Vlaanderen. Deze koers zou voor Kelly toch gesneden koek moeten zijn, wat je van Roche niet kunt zeggen. Die haatte kasseien.

Stephen Roche wordt als Giro-winnaar uitgefloten door de tifosi.

Foto: Eurosport

Roche heeft alle moeite gedaan om zijn monstrueuze seizoen 1987 te evenaren. Op zijn overstap van Carrera naar de Fagor-ploeg van Robert Millar en Sean Yates leek een vloek te rusten. Hier werd hij opnieuw geplaagd door zijn knieproblemen. Hij stond zo’n beetje het hele seizoen aan de kant.
Hij verscheen pas weer op het toneel bij de WK van ’88 in Ronse. De titelverdediger reed anoniem mee en finishte als 75ste. Maurizio Fondriest soleerde naar goud. De overwinningen droogden op, en ook als klassementsrenner in de Grote Rondes brak hij geen potten meer. Nog twee maal eindigde hij als negende in de Giro, en werd veertiende in zijn enige Vuelta, die van 1992. In 1990 werd een sneue 44ste plek in de Tour behaald. Het jaar ervoor en het jaar erna stapte hij voortijdig uit.
Hij keerde terug naar Carrera als knecht van Claudio Chiappucci. Daar was af en toe een glimp van zijn vroegere klasse te zien. Hij won een Touretappe in 1992 en eindigde in de toptien. Maar de tijden waren veranderd. Miguel Indurain was de dominerende figuur, en Roche was de man van gisteren.
Zijn plotselinge teloorgang kan gelegen hebben aan zijn chronische knieprobleem, maar men kan ook denken aan technische ontwikkelingen en andere gebieden waar we het misschien maar beter niet over kunnen hebben.
Terwijl King Kelly 14 jaar lang de ene zege aan de andere reeg– vanaf zijn eerste Tour-etappe winst in 1978 tot zijn laatste triomf in Milaan-San Remo in 1992 – heeft Roche zijn reputatie eigenlijk uitsluitend te danken aan zijn uitzonderlijke verrichtingen in het jaar 1987. Giro-Tour-WK, de driedubbele kroon. Natuurlijk eist dit zeldzame klasse. Als dit puur een kwestie van geluk was, zou het wel vaker dan slechts 2 keer gebeurd zijn.
Kroonieken is een podcast van Eurosport – geschreven door Felix Lowe, vertaald door mijn vader Toon en verteld door mij, Karsten Kroon. Eindredactie is van Sander Grasman en de productie door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je mij wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.
Wielrennen
Wielrennen | Franse media melden einde van Franse wielerploeg B&B Hotels
EEN UUR GELEDEN
Wielrennen
Wielrennen | Tietema presenteert twaalf renners TDT-Unibet Cycling Team, Rob Harmeling ploegleider
2 UUR GELEDEN