Wielrennen

Kroonieken | Magistrale solo van Hinault in ‘Neige-Bastogne-Neige’

Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Bernard Hinault

Foto: Eurosport

DoorFelix Lowe
23/04/2020 om 15:58 | Bijgewerkt 27/04/2020 om 11:55

Kroonieken – een reeks terugblikken op de mooiste wielerwedstijden . Dit is de tweede van een serie terugblikken op de meest fascinerende, controversiële en uitzonderlijke renners en wedstrijden uit de wielerhistorie. Geschreven door Felix Lowe en vertaald door Toon Kroon.

In Kroonieken - een reeks van Eurosport - lees je legendarische verhalen uit de geschiedenis van het profpeloton: Van de enorme gok van Eddy Merckx op de Galibier in 1972 – via de ontvoeringen en controverse achter de eerste Zuid-Amerikaanse winst in een grote ronde – tot het WK waar de Amerikaanse ploeggenoten Greg LeMond en Jock Boyer bittere rivalen werden. Een hoop moois dus om op terug te blikken – en veel om naar uit te zien.

In onze eerste artikel blikten we terug op de chaotische Parijs-Roubaix van 1949 – de enige editie van die beroemde klassieker die twee winnaars kent, dankzij een onconventionele binnenkomst in het wielerstadion en een seizoen lang getouwtrek.

Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

16 UUR GELEDEN

Nu verruilen we het ene ‘monument’ voor het andere, en gaan we het hebben over Bernard Hinaults tweede overwinning in Luik-Bastenaken-Luik.

'Magistrale solo van Hinault in ‘Neige-Bastogne-Neige’' liever als podcast luisteren? Dat kan, via Spotify, Apple of jouw favoriete podcast app.

Geen enkele Fransman heeft La Doyenne gewonnen sinds ‘de Das’ als eerste over de streep kwam in de ijskoude editie van 1980, waarin hij sneeuwstormen en vrijwel onbegaanbare wegen trotseerde en bijna 10 minuten vóór de rest arriveerde. Er waren sowieso maar 21 renners die de eindstreep haalden.

Hinault beschreef de omstandigheden later als ‘hels’: “C’était infernal.” Maar er is geen groter contrast te bedenken tussen de hel, met zijn eeuwige, hete, onderaardse vuren, en de ijskoude temperaturen waarmee het peloton op die dag in eind april te maken had. Toch klopte het wel wat Hinault zei.

Met deze ene koers onderstreepte Hinault – misschien wel meer dan met welke andere koers dan ook – zijn reputatie als patron van het peloton. Het was een dag waarop ‘de Das’, toen 26 jaar oud, liet zien hoe diep hij kon gaan in de sport waarin hij domineerde; een dag waarop de wereld moest erkennen dat Hinault een klasse apart was; een dag waarop de halfbevroren Fransman zijn rivalen de metaforische vinger gaf – en dat bijna met twee van zijn echte vingers moest bekopen.

Na meer dan zeven uur op het zadel, strijdend tegen wat men later ‘het ergste weer in de geschiedenis van de Ardennen’ zou noemen, kwam Hinault als eerste over de streep. De man die als tweede eindigde, de Nederlander Hennie Kuiper, finishte 9 minuten en 24 seconden later; de rode lantaarn was voor de Noor Josteun Wilmann, die maar liefst 27 minuten langer nodig had.

Er is geen twijfel over mogelijk: deze formidabele zege van Hinault is een prestatie die waarschijnlijk nooit door een andere wielrenner zal worden geëvenaard.

1980: Een zeer koude lente

Het was niet zo dat de sneeuw als een enorme verrassing kwam. De lente van 1980 had de winter nooit echt van zich af weten te schudden. Parijs-Nice – een ronde met de bijnaam ‘Koers naar de zon’ – werd bijvoorbeeld geteisterd door perioden van sneeuw, regen en harde wind.

Er gingen stemmen op om de vierde etappe naar Saint Étienne af te gelasten vanwege hevige sneeuwval, maar het peloton werd toch op weg gestuurd. In zijn autobiografie herinnert Hinault het zich als volgt: “De bomen bogen onder het gewicht van de sneeuw,” en de renners ploeterden voort “terwijl het wel nacht leek”.

De organisator van Parijs-Nice, Jean Leulliot, was bang dat er te veel renners op zouden geven, en kondigde aan dat er niemand uit de ronde zou worden gezet. Dus deed Hinault wat de meeste anderen ook deden: “Ik reed door,” zei hij, “simpelweg om warm te blijven en de sneeuw die aan mijn kleren plakte van me af te schudden”.

Hinault arriveerde 45 minuten na de etappewinnaar, de Fransman Pierre Bazzo. De volgende dag reed Hinault in dienst van zijn landgenoot Gilbert Duclos-Lassalle, de geletruidrager, hoewel ze geen ploeggenoten waren.

In een andere koers, het Internationaal Wegcriterium, waren de omstandigheden al niet veel beter; Hinault won er de tijdrit, maar had het moeilijk in de kou, met een zere knie. Zijn ploegleider bij Renault-Gitane, Cyrille Guimard, begon zich te ergeren aan zijn renners, omdat hij vond dat velen van hen zich niet goed genoeg inspanden.

Door bronchitis, een kuitblessure en een valpartij moest Hinault zich vervolgens terugtrekken uit Gent-Wevelgem, maar hij eindigde wel als vierde in Parijs-Roubaix, als vijfde in de Amstel Gold Race en als derde in de Waalse Pijl. Zijn goede benen leken dus terug te komen, maar het weer verbeterde niet.

De 66de editie van Luik-Bastenaken-Luik zou de geschiedenis ingaan als een van de meest legendarische voorbeelden van rijden in extreem weer; denk ook aan Eddy Merckx in Tre Cime di Lavaredo in 1968, Eugène Christophe in Milaan-San Remo in 1910, Charly Gaul op de Monte Bondone in 1956 en Andy Hampsten op de Gavia in de Giro van 1988.

Het sneeuwde vanaf de eerste minuut

Omdat de temperatuur rond het vriespunt lag en de eerste sneeuw begon te vallen terwijl de renners Luik uit reden, hadden de commentatoren het al gauw over ‘Neige-Bastogne-Neige’ (oftewel ‘sneeuw-Bastenaken-sneeuw’) en gooiden talloze deelnemers net ten zuiden van de stad de handdoek al in de ring.

Tegen de tijd dat de renners door Sprimont reden, na 10 kilometer, had zich een heuse storm ontwikkeld. In zijn boek De Monumenten zegt Peter Cossins dat de Belgische klimmer Lucien Van Impe afstapte en een automobilist die op weg was naar het noorden “smeekte om hem een lift terug te geven naar Luik”.

“De een na de ander gaf op,” zegt Hinault in zijn autobiografie. “Alles kon dienen als schuilplaats. Een tankstation, een café, een bushokje... zelfs het afdakje van een huis van een onbekende.”

Zelfs Eurosports eigen Sean Kelly, die La Doyenne later twee keer zou winnen, bevond zich die dag onder de afvallers. In William Fotheringhams biografie van ‘de Das’, getiteld Bernard Hinault: The Rise and Fall of French Cycling – vertelt Kelly aan de auteur dat diverse renners die hun gezin langs het parcours hadden staan, met de auto, in de remmen knepen en bij hen instapten.

Een van mijn ploeggenoten keerde na 40 kilometer om, reed terug naar Luik, recht naar het hotel. Maar hij kon zijn kleren niet meer uitkrijgen door zijn koude vingers en stapte toen met alles nog aan in bad.

Toen de koers een uur bezig was, was het land al bedekt met een dikke laag sneeuw. Na twee uur waren er nog maar 60 van de 174 renners over, oftewel een derde van het startveld. De volhouders reden door de bandensporen van de wedstrijdauto’s, omdat er op de rest van de weg te veel sneeuw lag.

Hinault zelf had al gauw nog maar één knecht over

Tot de opgevers behoorde de volledige ploeg van Renault-Gitane, met uitzondering van hun kopman, Hinault, en zijn trouwe rechterhand, Maurice Le Guilloux.

“Ik wilde ook stoppen,” geeft Hinault toe in zijn autobiografie.

De sneeuwkristallen prikten zo in mijn ogen dat het voelde alsof ik aan het huilen was. De andere renners om mij heen hadden het al even zwaar. Maurice Le Guilloux reed zoals gewoonlijk naast me. Ik waarschuwde hem: ‘Als het bij de foeragepost nog sneeuwt, stap ik af.’

Maar Le Guilloux spoorde Hinault aan om te blijven trappen. De zon was heel even doorgebroken terwijl de renners door Bastenaken reden, hoewel er verse sneeuw begon te vallen toen ze weer naar het noorden reden, terug richting Luik.

Le Guilloux kampte ook met bevroren ogen. In de blog Inner Ring is te lezen dat Guimard hem vanuit de ploegwagen zijn dure Ray Ban-zonnebril gaf en zei dat Le Guilloux hem moest dragen om de sneeuw uit zijn ogen te houden.

“Voorzichtig, want hij kostte duizend francs!” waarschuwde Guimard. De bril bleek echter onbetaalbaar, want het zicht van Le Guilloux herstelde zich en hij wist Hinault naar de top van de Saint-Roch-beklimming in Houffalize te brengen.

“Zonder mij zou ‘de Das’ zijn afgestapt,” zei Le Guilloux enkele jaren later tegen L’Équipe. “Ik denk dat hij als laatste van de ploeg wilde doorgaan, als laatste het zinkende schip verlaten.”

Er was echter ook een klein beetje zon op die grijze dag

Hinaults dreigement dat hij bij de bevoorrading in Vielsalm zou afstappen, voerde hij niet uit, omdat de zon zich net op het juiste moment weer liet zien.

Maurice Champion, de tweede directeur sportif van Renault naast Cyrille Guimard, stond te wachten met droge kleren, twee bidons met hete thee en een nieuwe fiets met een achterkrans oplopend tot 23 tanden. Ze hoopten dat Hinault daarmee tractie kon houden in de prutsneeuw op de vele klimmetjes op de terugweg naar Luik.

Het materiaal voor nat weer was in die tijd niet zoals tegenwoordig. Handschoenen waren bijvoorbeeld gemaakt van wol, zodat ze in een paar minuten tijd helemaal doorweekt waren. Guimard, die geen reservehandschoenen in de auto had, vroeg Hinault af en toe om ze uit te doen, zodat hij ze kon uitwringen en kon proberen om ze te laten drogen op de verwarming van de auto – tevergeefs natuurlijk.

Opvallend genoeg droeg Hinault weliswaar handschoenen, overschoenen en af en toe een rode bivakmuts, die op een bepaalde moment als een theemuts op zijn hoofd zat, maar bedekte de Fransman die dag zijn knieën nooit met beenwarmers.

Toen zijn taak erop zat, voegde Le Guilloux zich bij de lange lijst met afstappers, waarna Hinault, nog steeds klappertandend, geïsoleerd achterbleef. “Tot dat moment had ik nauwelijks op de race gelet,” zou Hinault later zeggen. “Ik besloot dat er niets anders opzat dan zo hard mogelijk rijden om mezelf warm te houden.”

In zijn autobiografie legt Hinault uit hoe hij af en toe een beetje hulp kreeg van zijn tirannieke ploegleider.

Enige tijd later zei Cyrille dat ik mijn regenjas uit moest doen. Ondanks de kou trok ik hem uit, en om warm te worden, zette ik mezelf aan het werk aan de kop van het peloton. Ik reed door zonder om te kijken. Op de top van de Stockeu zat er niemand meer in mijn wiel.

Glijden door de sneeuw

Tegen de tijd dat Hinault echt begon te koersen, bevond hij zich in een sterk uitgedund peloton dat aan de voet van de Stockeu een achterstand van 2 minuut 15 had op het Belgische duo Rudy Pevenage en Ludo Peeters.

Door het tempo op te voeren, ontsnapte Hinault met de Italiaan Silvano Conti en de Nederlander Henk Lubberding uit het peloton, en wisten ze op de Haute Levée het gat met de twee Belgen te dichten. Deze twee vluchters zouden uiteindelijk niet bij de 21 renners horen die Luik wisten te halen.

Met nog 80 kilometer voor de boeg versnelde Hinault nog een keer, en ging er alleen vandoor. Geen van de andere renners zou hem meer zien. De sneeuw was geweken, maar de ijzige kou niet. Terwijl hij de beklimmingen de Rosier, La Redoute en de Côte des Forges afwerkte, groeide zijn voorsprong. Die bedroeg 2 minuten en 10 seconden met nog 70 kilometer te gaan, en liep op naar 5 minuten zo’n 40 kilometer voor de streep.

“Ik lette nergens op. Ik zag niets. Ik dacht alleen aan mezelf,” zou hij later zeggen, waarbij hij wel nog even het handjevol fans roemde dat de kou bleef trotseren: “Dat moet heel zwaar zijn geweest voor hen.”

De rode bivakmuts die hij tijdens de ergste momenten van de sneeuwstorm over zijn gezicht had getrokken, was allang verdwenen. Toen Luik aan de horizon verscheen, leek het er zelfs op dat de zon door de wolken begon te breken. De wegen waren droog en er was weinig meer te zien van de rampzalige omstandigheden waardoor de renners waren geteisterd. Sommige ‘overlevenden’ hadden zelfs hun armstukken afgedaan.

Cossins schrijft dat velen van hen die eerder waren afgestapt, nu langs de Boulevard de la Sauvenière stonden om Hinault toe te juichen richting de finish. Hinault maakte geen overwinningsgebaren – maar dit was niet, zoals werd aangenomen, omdat hij boos was over wat hij had moeten doorstaan.

Ik stak mijn armen niet in de lucht, deels omdat iedereen wel wist dat ik had gewonnen, maar ook omdat ik helemaal kapot was. Als ik mijn armen had opgestoken, was ik plat op mijn gezicht gegaan. Journalisten kwamen me feliciteren. Ze hadden het over ‘Neige-Bastogne-Neige’. Toen pas realiseerde ik me wat een prestatie ik had geleverd.

En hoe zat het met de nummer twee?

Het duurde 9 minuten en 24 seconden voordat de Nederlander Hennie Kuiper de Belg Ronny Claes versloeg in de sprint om de tweede plaats. Maar het had allemaal anders kunnen lopen als er geen incident had plaatsgevonden op de klim van de Stockeu waardoor de kansen van Kuipers verkeken waren.

“De Stockeu is een heel belangrijk onderdeel van de koers,” aldus Kuiper. “Er is altijd een sprint om in een goede positie te komen, omdat het een beetje als de Koppenberg is: een hoop hectiek, knechten die hun kopman helpen, tv-camera’s die alles moeten filmen maar te dicht bij het peloton staan...”

Kuiper ging tot het gaatje en werd gedwongen om hard in de remmen te knijpen om een wedstrijdmotor te ontwijken die zijn weg blokkeerde. “Ik slipte in de smurrie en moest mijn schoenen losklikken,” zegt hij. “Dat was verschrikkelijk, want ik was hartstikke goed die dag.”

De renner van de ploeg Peugeot-Esso-Michelin, toen 31 jaar oud, moest zijn fiets het steilste gedeelte van de beklimming op duwen voordat hij weer kon opstappen om zich terug te knokken. Tegen de tijd dat hij terugkwam in de grote groep, was Hinault al gedemarreerd in achtervolging op de twee leiders.

Peeters, van de ploeg T.I.-Raleigh, lag op kop, en Kuipers had vier van diens ploeggenoten om zich heen. Hij koos ervoor om de achtervolging niet aan te voeren en hen het werk op te laten knappen, maar dat bleek de verkeerde beslissing.

“Het was een grote tactische fout,” zegt hij. “Niemand had gedacht dat Hinault zo lang vooruit kon blijven. Maar hij was weg. Er zat niks anders op dan gewoon door te fietsen.

Het was jammer dat ik niet bij Hinault zat toen hij aanviel. Hij was de beste die dag, maar ik had mee kunnen zitten. Ook hij had het ongelooflijk zwaar.

Heeft Kuiper ooit overwogen om af te stappen in plaats van voor de tweede plek te gaan?

“Ik heb nooit in mijn carrière overwogen om op te geven. Het was een grote koers. Ik was fit, ik was gemotiveerd – een echte wielrenner. Soms heb je slecht weer, maar ik was een professional.

Mensen waren aan het huilen, maar ik reed gewoon door.

Het zou wel altijd een teleurstelling blijven voor Kuiper, die in 1981 de Ronde van Vlaanderen en de Ronde van Lombardije zou winnen, in 1983 Parijs-Roubaix, en in 1985, op 36-jarige leeftijd, Milaan-San Remo.

Ik was zo boos om wat er met die motor was gebeurd. Na die val was ik zo kwaad. Dat vond ik veel erger dan de kou. Ik was de beste van de rest. Ik had een erg goeie dag – anders word je niet tweede in zo’n grote koers. Maar ik had tweede kunnen worden met dezelfde tijd als Hinault.

Hinault zou veel roem ten deel vallen – maar wel tegen een prijs

De Fransman zag zijn tweede overwinning in Luik-Bastenaken-Luik als zijn “mooiste” klassiekerzege. Hij vond hem even indrukwekkend als zijn eerste overwinning in de Ronde van Lombardije in 1979, toen hij ontsnapte met nog 150 kilometer te gaan, waarna hij uiteindelijk Silvano Conti wist te verslaan in een tweemanssprint.

Maar in een interview na de koers – nog voordat sommige andere renners over de streep waren gekomen – gaf Hinault toe dat hij aan het begin bijna was afgestapt.

“Ik denk dat als het bij de bevoorrading nog steeds zo hard had gesneeuwd, ik had opgegeven, omdat het echt te zwaar was,” zei hij. “Maar het sneeuwde niet en heel even was er zelfs wat zon. Dus ik deed mijn regenjas uit en daardoor kon mijn lijf een beetje ademen, kwam ik de Stockeu een beetje beter op, en gingen ook de beklimmingen daarna wat beter.”

Terug in het hotel was er een warm bad voor de kampioen. Maar zodra hij erin stapte, schreeuwde Hinault het uit van de pijn: zijn bevroren lichaam kon de warmte niet verdragen.

Ik moest het hete water eruit laten lopen, op handen en voeten het bad in kruipen, en toen kon ik, eerst met koud water en daarna steeds een beetje warmer, de vlekken van die dag eraf wassen.

Het was tijdens dit ontdooiingsproces dat Hinault zich realiseerde dat de middelvingers van zijn beide handen gevoelloos bleven. Meer dan drie decennia later zei hij tegen William Fotheringham: “Ik voel het nog steeds allebei mijn ringvingers. Dat is nooit meer goed gekomen. Als het onder de vijf graden is en ik buiten moet werken, kan ik niet zonder handschoenen.”

Wat gebeurde er daarna

“Die avond,” schrijft Hinault in zijn autobiografie, “was er geen reden om helemaal uit mijn dak te gaan. Ik dineerde met salade niçoise, beenham en een pêche melba. Ik mocht van mezelf één glas Beaujolais. De volgende ochtend stond ik om half zes op om met het vliegtuig naar huis te gaan; ik was op tijd voor de lunch in Bretagne.”

Een maand later zegevierde Hinault in de enige grote ronde die hij nog niet had gewonnen, de Giro d’Italia. Daardoor begonnen mensen te hopen dat hij de legendarische Eddy Merckx kon evenaren en drie grote titels in één seizoen kon pakken.

Maar hoewel Hinault in augustus in Sallanches wereldkampioen zou worden, was dat niet als drievoudig winnaar van de Tour de France. Door een peesontsteking in zijn linkerknie moest hij de Tour verlaten terwijl hij in het geel reed en nog maar een week te gaan had.

Overigens waren hij en Kuiper door een bijzondere samenloop van omstandigheden eerder in hevige regen uit het peloton ontsnapt, in de vijfde etappe van Lille naar – hoe kan het ook anders – Luik.

Met de regenboogtrui aan zou Hinault in 1981 zowel de Amstel Gold Race als Parijs-Roubaix winnen – dit laatste ondanks zeven valpartijen. Bij zijn terugkeer naar Luik-Bastenaken-Luik werd hij echter slechts 18de.

Tijdens zijn mythische overwinning in die zwaar besneeuwde editie van 1980 was ‘de Das’ op het toppunt van zijn kunnen, maar, zoals Fotheringham zegt, werden ook de eerste barstjes in het pantser zichtbaar: het knieprobleem dat hem in de Tour van 1980 voor het eerst kwelde en dat hem in de latere jaren van zijn carrière zou achtervolgen, kon worden herleid naar die winterse dag in de Ardennen.

Toen hij 30 jaar na zijn zege werd geïnterviewd door de Belgische krant La Dernière Heure, zei Hinault: “Ik heb nog altijd goede herinneringen aan die dag, hoewel ik niet besefte welk effect de kou zou hebben op mijn vingers.”

Ik heb geleden, maar niet lichamelijk. Mijn benen waren goed in vorm. Ik was er om een wedstrijd te winnen die ik graag reed, in tegenstelling tot de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.

Toen hij opnieuw werd gevraagd naar zijn gedachte aan opgeven, antwoordde hij: “In dat scenario, aan kop, vergeet je de kou, de sneeuw en de ijskoude regen. Je geeft niet op. Als je in vorm bent, kun je alles aan. De hitte en de kou zijn zwaar, maar geestelijk kun je ze aan. Sportief gezien was het eigenlijk een gemakkelijke overwinning, wegens de omstandigheden.”

Het is onwaarschijnlijk dat we ooit nog zoiets opmerkelijks zullen zien in een wielerwedstrijd. Inmiddels heeft de UCI een protocol voor extreem weer, wat betekent dat wedstrijden eerder worden afgeblazen of ingekort onder zulke zware omstandigheden.

Etappe 19 van de Tour de France van 2019 werd vóór het geplande einde gestaakt vanwege een bizarre hagelstorm en de daardoor veroorzaakte aardverschuiving op de Col d’Iseran.

Tijdens Milaan-San Remo in 2013 stapten de renners van hun fiets op de besneeuwde Passo del Turchino en werden ze met de bus naar de Ligurische kust gebracht, waarna Gerald Ciolek verrassend won.

“De kleding is tegenwoordig ook zoveel beter,” zegt Kuiper. “Toen hij drie jaar geleden in Luik won, droeg Wout Poels handschoenen met een batterij en verwarming erin. Maar in mijn tijd was het voor iedereen hetzelfde. Wielrennen is een sport voor mensen met karakter. Je moet hard werken en van het werk houden. Als het sneeuwt tijdens Luik-Bastenaken-Luik, denk je niet eens aan je pijn of je problemen.”

Hoewel niemand suggereert dat de huidige sterren van het peloton geen karakter hebben, is het duidelijk dat ze nooit te maken zullen krijgen met een situatie zoals die van Kuiper en co. De volgende Fransman die Luik-Bastenaken-Luik wint, moet misschien wel de elementen overwinnen, maar zal het gegarandeerd makkelijker hebben dan Hinault tijdens zijn helse rit door sneeuw en kou.

Dit was de tweede aflevering van Kroonieken, door Eurosport – geschreven door Felix Lowe en vertaald door Toon Kroon. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.

Dit was de tweede aflevering van een nieuwe serie – dus als je hebt genoten van deze etappe uit de wielergeschiedenis, abboneer je dan op onze podast, vertel het door, en beoordeel ons bij jouw podcastaanbieder.

Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

16 UUR GELEDEN
Wielrennen

Kop over Kop | "Groenewegen alleen naar de Giro"

GISTEREN OM 14:43
Gerelateerde onderwerpen
Wielrennen
Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Laatste nieuws

Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

16 UUR GELEDEN

Nieuwste video's

Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

00:28:38

Meest populair

Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

16 UUR GELEDEN