Luister hier de podcast:
Klimmer Eduardo Chozas klopte niet alleen El Diablo in Sestrière, hij zou zich ook voegen in het kleine groepje elite-renners dat drie Grote Ronden in één seizoen voltooiden en ook drie keer eindigden in de top 20.
Wielrennen
Wielrennen | Chris Froome kampte met gevolgen long covid - "Grote impact op hart"
29 MINUTEN GELEDEN
Chozas is tegenwoordig een gevestigde figuur bij Eurosport Spanje, maar in 1991 bekroonde hij een fraaie collectieve prestatie van Team ONCE - met onder anderen Marino Lejarreta, Vuelta winnaar van 1982 - met een zege in zijn zevende en laatste Grote Ronde.

SESTRIÈRE

Omdat het zo ongeveer op de Frans-Italiaanse grens ligt wordt de col van Sestriere vaak in zowel de Tour als in de Giro benut. Dat begon in 1911 in de derde Ronde van Italië. Fransman Lucien Petit-Breton kwam als eerste over de top en werd de eerste niet-Italiaan die een Giro-etappe won.
In 1949 verslond Coppi deze top tijdens zijn majestueuze winst van etappe 17 van Cuneo naar Pinerolo. Drie jaar later bekroonde hij hier een epische solo met de zege, de eerste keer in de Tour de France dat de finish in Sestriere lag. Dat was twee dagen na zijn triomf in Alpe d’Huez, de eerste maal dat de Tour dit skioord aandeed.
Sestriere was ook het terrein waar Franco ‘kranke hart’ Bitossi één van zijn fraaiste overwinningen boekte, toen hij in de laatste kilometer wegreed van Adorni, Gianni Motta en de latere eindwinnaar Jacques Anquetil.
De klim is niet bijzonder lang of moeilijk, maar hij is iconisch vanwege zijn strategische ligging en de faam van de winnaars.
Ook Miguel Indurain, Bjarne Riis, Andy Hampsten, Lance Armstrong, José Rujano, Alberto Contador, Fabio Aru en Vasil Kiriyenka hebben hier het zegegebaar gemaakt. In dit rijtje staat dus ook de kleurrijke Chiappucci. Maar die keer dat hij Coppi overtrof met een solo van nog meer dan 190 km, werd hij bijgehaald en gepasseerd door Chozas.

BUGNO

De grote favoriet voor de Giro van 1991 was de donkere, knappe, gebeeldhouwde titelverdediger Gianni Bugno, die in Claudio Chiappucci zijn grootste rivaal zag. Chiappucci was 12de geworden in de Giro van het jaar ervoor. Datzelfde jaar 1990 reed hij een beresterke Tour de France. Hij droeg het geel vanaf dag 12 tot en met de voorlaatste etappe, een tijdrit over 45,5 km. Hier verknalde hij alles. Erik Breukink won die tijdrit. Greg Lemond was vierde op bijna een minuut en de arme Claudio 17de op 3’18’’. Lemond nam het geel en Chiappucci zakte naar plek 2. Erik Breukink steeg naar 3. Dit was ook het podium in Parijs.
In seizoen 1990 had Lemond nog een blanco palmares, toen hij aan de Giro begon. Maar, kondigde hij aan, hoewel hij de Giro zag als voorbereiding op de Tour, ging hij in Italië wel zijn best doen. Tussen hem en “Cappuccino” – zoals de Amerikaan hem ietwat denigrerend noemde – bleek toch wel wat wrijving te bestaan.

Claudio Chiappucci kon het Miguel Indurain bergop moeilijk maken, maar legde het af in de tijdritten.

Foto: Getty Images

Chiappucci had het geel in de Tour van 1990 te danken aan een ontsnapping met een groepje van vier outsiders, waaronder Frans Maassen, in de openingsetappe die hem maar liefst 10 minuten voordeel op de grote kanonnen gaf. Dat was voor velen een reden om hem te zien als een rittendief. Zeker ook voor Lemond die hem omschreef als “eigenlijk een ordinaire bandiet”. Zijn gebrek aan talent als tijdrijder dwong hem tot zijn rol als agressieve aanvaller die de lange ontsnapping nodig had om mee te doen voor de prijzen.
Chiappucci’s aanvalsdrift mag hem dan populair gemaakt hebben bij de wielerfans, zijn rivalen waren er minder gelukkig mee. De kleine Italiaan stond bekend als een babbelkous, die drie eetlepels suiker in zijn muesli stopte, een snel-aangebrande ruziezoeker en, op de fiets, een zelfzuchtige egoïst. Het kwam eens tot een vechtpartij met landgenoot Moreno Argentin, die had geklaagd dat hij de benen van een kampioen had, maar de hersenen van een kind.
Hoe dan ook, in 1991 was Chiappucci vast van plan te bewijzen dat zijn 8 dagen in het geel het jaar ervoor geen toevalstreffer was geweest. De 28-jarige Carrera troef had Milaan-San Remo dat jaar gewonnen na een lange solo. Ook in Baskenland had hij imponerend gezegevierd, gevolgd door een podiumplek in de Waalse Pijl.

IL COPPINO

Maar toen de Giro van start ging in mei, was het niet Chiappucci, niet Bugno en zeker niet een naar zijn vorm zoekende Lemond, maar de Italiaan Franco Chioccioli die aanvankelijk de lakens uitdeelde. Deze Chioccioli was nog steeds niet heen over het verlies van zijn roze trui aan Andy Hampsten op de besneeuwde Gavia in 1988 en reed nu iedereen naar huis.
Il Coppino – de kleine Coppi, zo genoemd omdat hij veel weg had van de campionissimo – droeg het roze tricot toen de wedstrijd na drie dagen Sicilië overstak naar het vasteland. Eric Boyer, de Fransman in de equipe Z van Lemond, ontfutselde hem daar de trui voor één dag, maar de Italiaan was terug aan de leiding toen Marino Lejarreta, kopman van ONCE en Chozas, een heuveletappe won in de Abruzzo.
Een vernietigende tijdrit van een herrezen Bugno bracht de titelverdediger tot op 1 luttele seconde van leider Chioccioli. Chiappucci stond nu op plek 4 op 56’’ na Lejaretta. Een futloze Lemond had nu al 3 minuten.
De kaarten lagen nu plotseling gunstig voor Bugno. Maar dan, niemand zag het aankomen, kraakte Bugno in etappe 10 met aankomst bergop in Monte Viso. Hij verloor 2’ en Chioccioli verstevigde zijn positie als leider. Zijn naaste rivaal was nu Lejarreta op 30’. Chiappucci was vierde op ca 1’30’’.
De tweede Alpendag kende een dubbele beklimming naar Sestriere. Het was voor het eerst dat de streep getrokken was in het skioord gelegen op een hoogte van 2,035 meter.
Hier betreedt onze man Eduardo Chozas het toneel. De Spanjaard had tot dan zijn teammakker Lejarreta bijgestaan in wat zijn 23ste Grote Ronde was. In die tijd werd de Ronde van Spanje verreden vóór de Giro, rond 1 mei. In deze Vuelta was Lejarreta als derde geëindigd na Melchor Mauri en Miguel Indurain. Chozas was 11de. Tussen de Vuelta en de Giro lag 1 week!

PLOEGENSPEL VAN ONCE

De dag ervoor in de eerste Alpenrit had Chozas zijn kopman geholpen en was daarna rustig naar de finish gereden. Op plek 15 in het algemeen klassement op 7’22’ was hij geen bedreiging en zag hij zijn kans schoon eens iets te proberen.
“Een bergetappe winnen was mijn doel”, zegt Chozas voor Eurosport. “Liefst in de eerste helft van de Giro, omdat ik de Vuelta nog in de benen had en ik wist dat de laatste week heel moeilijk voor mij ging worden. Je houdt dat gewoon niet vol.”
Een groep van 12 trok ervan tussen vroeg in de etappe. Namens ONCE zat Luis María Díaz de Otazu erbij. Het gat werd nooit groot, zodat ONCE in actie moest komen na de eerste beklimming van Sestriere. Chozas glipte mee in het zog van een andere renner.
“De kopgroep was niet echt ver weg, dus ik was heel attent op al wat bewoog in de slotklim,” zegt Chozas. “Toen een Italiaan demarreerde aan het begin van de klim, ging ik er achteraan en er ontstond een gaatje op het peloton.”
Chozas passeerde al gauw een aantal gelosten uit de kopgroep. Eenmaal door het dennenbos heen en met het zicht op de besneeuwde pieken, geraakte hij met ploegmaat Hernandez en de Mexicaan Miguel Arroyo van Lemonds Z-team aan de kop van de koers.
In de groep der favorieten was het Chiappucci in de bergtrui die het tempo bepaalde, geflankeerd door Chioccioli in het roze en Lejarreta in het geel van ONCE.
ONCE speelde het hoog, zo ongeveer als het huidige Movistar, met twee man vooruit en de kopman in het wiel van zijn rivalen daar iets achter.

Claudio Chiappucci was een van de beste klimmers van zijn generatie.

Foto: Imago

Op een paar kilometer van de top, schommelde het gat tussen de groepen rond de minuut. Chiappucci à la Contador staand op de pedalen bleef maar sleuren. “Toen ik aan kop kwam, bepaalde ik het tempo, maar ik zag dat ik beter bij Arroyo kon blijven en het aanvallen aan mijn ploegmaat Hernández overlaten”, zegt Chozas.
Toen Hernández demarreerde uit de kopgroep, zette Pedro Delgado de eerste aanval in uit de achtervolgende groep. De winnaar van de Tour van 1988 was bezig met pas zijn tweede Giro.
Delgado werd bijgehaald door Eric Boyer maar beide coureurs werden teruggepakt toen Chiappucci, Chioccioli en Lejarreta hun laatste kaart op tafel gooiden en de zwoegende Bugno het definitieve nakijken gaven. De strijd was in volle heftigheid ontbrand en Chozas moest snel beslissen.
“Ik bleef 500 meter in het wiel van Arroyo en loste hem toen na een demarrage. Ik kwam terug bij Hernández. Het was nog maar twee kilometer en de groep Chiappucci was niet ver”.

TEGENPOLEN

Chozas en Chiappucci waren in allerlei opzichten verschillend. Calimero, Andreotti, Mondon, Chiappi, Motopertuto, Indiano, allemaal bijnamen van de flamboyante 28 jaar oude Chiappucci. Hij vond het zelf bedachte ‘Bionic Man’ wel grappig, maar uiteindelijk moest het toch maar ‘El Diablo’ blijven. Chozas was veel gereserveerder en had geen behoefte aan dit soort folklore. “Voor mij geen bijnaam. Mijn achternaam is al zeldzaam genoeg.”
Met een Tour-etappezege en een tweede plek in het algemeen klassement in de Tour van 1990, was El Diablo in Italië wereldberoemd. Chozas daarentegen had constant gepresteerd in ettelijke Grote Rondes, 4 Tour- en 2 Giro-etappes op zijn naam gezet, maar nooit top vijf in het algemeen klassement gehaald.
“Ik kende Chiappucci goed en als ik de beelden terugkijk, is het duidelijk dat hij de sterkste was van de achtervolgers. Hij was zo snel op dat soort hellingen. De laatste kilometer was gruwelijk voor mij. Ik had maar 15 ‘. Die tifosi gingen uit hun dak voor Chiappucci. Ze waren zo dicht, ik wist niet of ik het zonder ongelukken ging volhouden tot de streep. Ik zat boven de limiet. Enkel mijn wil hielp mij overeind te blijven.”
Had die streep 50 meter verder gelegen, dan had El Diablo zijn eerste Giro-etappe bemachtigd. Nu kwam hij 1 seconde tekort. Lejarreta en Chioccioli verloren 2‘. Hernandez was negende. ONCE had drie renners in de top tien, en had een puike ploegprestatie geleverd.

KIPPENVEL

“Ik krijg nog steeds kippenvel als ik de video bekijk van die idioot zenuwslopende finish. Als ik denk aan die kolossale inspanning die ik moest leveren, het gekrijs van die supporters, die oorverdovende heli boven me, het was één grote sensatie, die culmineerde tot een vreugde-explosie op de streep in Sestriere.”
De omstandigheden van die zege maakte deze dag tot de onvergetelijkste van zijn carrière. “Mijn belangrijkste overwinning was wel de legendarische Tour-etappe in 1986 die finishte op de Col du Granon in Serre Chevalier. Die won ik toen na een ontsnapping van 150 km en voerde over de Col de Vars en de Col d’Izoard.
Toen finishte ik met meer dan 6’ op LeMond en 10’ op Bernard Hinault. Maar Sestriere was gewoon spectaculairder. Mooi weer, al dat volk op de klim, echt het mooiste en meest spectaculaire wat ik ooit heb gepresteerd.”

CHIOCCIOLI ONSTOPBAAR

De Spaanse krant El País roemde het krachtvertoon van Chozas en ONCE. Lejarreta bleef dichtbij de twee Italiaanse favorieten. Hij had zijn tweede plaats in het algemeen klassement behouden met slechts 26’ op Chioccioli. Het ging, volgens de krant, tussen deze drie coureurs. Bugno en Delgado hadden duidelijk hun tekorten laten zien. Over twee andere kanshebbers was El País nog strenger: “De achterstanden van andere illustere namen die geen enkele kans meer maken op het podium zijn slechts van anekdotische waarde. We hebben het over de Amerikaan Greg Lemond en de Fransman Laurent Fignon.”
Het dagblad citeerde ONCE ploegbaas Manuel Saíz: “Mijn grootste zorg is nu Chioccioli. Die heeft laten zien dat hij tot het einde mee kan in de bergen. Bugno is niet in zijn beste doen.”
Sáiz sloeg de spijker op de kop. De Italiaan was niet meer uit het Roze te branden. Er stond geen maat op hem. Hij won 3 etappes, twee in de Dolomieten en de slottijdrit. In 20 van de 21 etappes droeg hij de Maglia Rosa. Chiappucci eindigde als tweede. Massimiliano Lelli completeerde het eindpodium. Bugno kwam niet verder dan plek 4, ondanks een troostzege in etappe 19.
Chioccioli won de Giro van 1991 dus met overmacht, zeker door de individuele slottijdrit, waarin hij iedereen naar huis reed. Hij smeekte de pers hem niet langer ‘Coppino’ te noemen, maar dat verzoek was tot dovemansoren gericht. Gianni Bugno werd later dat jaar wereldkampioen in Stuttgart, een jaar later gevolgd door een tweede WK-titel in Benidorm.
De dappere Lejarreta kon het roze definitief vergeten na een valpartij in etappe 17. Hij verloor 6 minuten en zakte naar plaats 5. Diezelfde dag gaf Fignon op. Lemond had de koers al eerder verlaten. Chozas eindigde als 10de

NIEUWE KONING

Misschien heeft El Diablo even gedroomd van het geel in de Tour gezien het matige presteren van Lemond, maar de Spaanse klasbak Miguel Induráin maakte daar korte metten mee. Lemond droeg het geel vier dagen, maar werd uiteindelijk derde op bijna 6’. Chiappucci won een etappe en pakte de bollentrui, maar El Rey pakte de eerste van vijf tourtitels op een rij.
In 1993 keerde de Giro met Indurain terug naar Sestriere. In een tijdrit van 55 km vanuit Pinerolo verpletterde de Spanjaard alles en iedereen. Indurain zou niet alleen eindwinnaar worden van die Giro, maar ook van de Tour, zijn tweede Giro-Tour dubbel.
Chiappucci, toch al geen wereldtijdrijder, verloor die dag maar liefst 4’, ondanks een cartoon van een duivel op zijn helm. Nee, zijn meest memorabele prestatie ligt in het Sestriere van 1992 toen hij daar het sterkste hoofdstuk van zijn wielergeschiedenis schreef.
Coppi deed het in 1952, Chiappucci deed het 40 jaar later. Hij stak de handen in de lucht na een solo van zes en een half uur in een monsterlijke bergetappe van 254 km vanuit Saint-Gervais.
De etappe eindigde op Italiaanse bodem en op een klim synoniem met Il Campionissimo. Hier zag Chiappucci de kans schoon om zijn aanvallende en onvoorspelbare stijl te etaleren tegenover de gestage, stoicijnse, verstikkende metronomie van de degelijke koele rekenaar Induráin.
El Diablo viel aan op de Col des Saisies, de eerste klim die dag, 245 km van de finish, op jacht, naar iedereen vermoedde, naar bergpunten die hem steviger in de bollentrui zouden brengen. Vervolgens ging hij aan op de Cormet de Roselend. Negen renners konden hem volgen.

SLACHTVELD

Daarna volgde de Col d’Iseran, 37 km klimmen naar de hoogste Alpenpas. Hij reed alsof het de slotklim was. Alleen Richard Virenque kon zijn wiel houden. In sneeuwbuien van links en rechts rondde hij de top met twee minuten op de Fransman. Achter zich richtte hij een slachting aan. Lemond, bijvoorbeeld, was daar al bijna 20 minuten achter.
Achtervolgd door Induráin en Bugno, hield El Diablo ook nog stand over de Mont-Cenis. Zijn winst in Sestriere was voorwaar één van de meest buitengewone, meest ongelooflijke prestaties in de Tourgeschiedenis.
Deze triomf was volgens Chiappucci te danken aan “heel veel passie, vasthoudendheid, afzien en wilskracht”. Hij verzweeg een factor die wel meer renners van zijn generatie vleugels gaf. Later bekende Chiappucci aan een officier van justitie dat hij inderdaad EPO had gebruikt, maar pas in 1993, het jaar na Sestriere.
Zijn overwinning smaakte nog zoeter toen hij te horen kreeg dat Lemond, de man die hem ooit ‘Cappuccino’ had genoemd, één van de 18 renners was die te laat waren, op bijna 50 minuten. Hij reageerde met een glimlach: “Ik was al helemaal klaar met die man. Sinds de Tour van 1990, had ik hem al geschrapt uit mijn boek. Maar het deed me wel goed om hem buiten tijd te rijden ja.”
Chozas, de man die hem nog net te snel af was in Sestriere een jaar eerder, gunde hem deze eclatante zege van harte.
“Ik was echt blij voor hem, want hij was bijzonder moedig en een uitstekend coureur. Ik kon het ook goed met hem vinden. Sinds zijn eerste optreden in de Giro toen we verscheidene keren samen in een ontsnapping zaten, waren we vrienden. Hij was ook één van de eersten die me kwam feliciteren”.

INDURAÍN

Chiappucci mocht dan de Slag om Sestriere gewonnen hebben in 1992, de oorlog werd gewonnen door Induráin die daarmee zijn tweede Tourzege op rij noteerde met meer vier minuten op El Diablo.
Hoe aantrekkelijk hij ook koerste, Chiappucci heeft nooit een Grote Ronde gewonnen. Wel stond hij zes keer op het podium. En dat terwijl hij nog thuis bij zijn mama woonde. Die mama maakte hemden die door zijn familie werden verkocht in een textielwinkeltje en op markten in Lombardije.
“De hemden zijn van een heel goede kwaliteit flanel,” zei hij eens. “Ze zijn niet wit, kleur schapenvacht, heel warm en absorberend. Stephen Roche bestelt ze vaak, en ook een paar andere renners dragen ze.”
Wat Chozas betreft, die heeft nooit een hemd van Chiappucci gedragen, en ook nooit meer een etappe in een Grote Ronde gewonnen. Sestriere was zijn 17de en laatste. Twee maanden later reden zowel hij als Lejarreta hun derde Grote Ronde van dat seizoen. Chozas was als 11de de best geplaatste ONCE renner, op precies 21 minuten van Induráin.
In 1993, toen hij 33 was ging Chozas met pensioen. Hij had op dat moment 26 Grote Rondes uitgereden, destijds een record. Dit record is op de vuilnishoop van de geschiedenis geschoven door Matteo Tosatto. Deze Italiaan heeft er 28 uitgereden, meer dan wie ook.

KELDERMAN

In 2020 heeft Chozas met meer dan gewone belangstelling gekeken naar de aankomst op Sestriere in de Giro. Want vaak wordt op Sestriere geschiedenis geschreven. Deze rit zou het orgelpunt moeten worden van deze Giro, een loodzware Alpenrit op de voorlaatste dag. Wilco Kelderman reed in het roze, op de hielen gezeten door ploegmaat Jai Hindley en Tao Geoghegan Hart.
Maar het parkoers liep deels door Frankrijk en werd daardoor in verband met de coronasituatie op het laatste moment aangepast. De Colle del’Agnello en de Izoard werden geschrapt, waardoor de rit een stuk minder zwaar werd. Maar het was uiteindelijk Rohan Dennis die godsgruwelijk sterk was deze dag en Kelderman eigenhandig de vernieling inreed, waardoor zijn ploegmaat Geoghegan Hart de Giro in extremis naar zich toe wist te trekken. Helaas voor Kelderman stelde Sestriere wederom niet teleur.
Kroonieken is een podcast van Eurosport – geschreven door Felix Lowe, vertaald door mijn vader Toon en verteld door mij, Karsten Kroon. Eindredactie is van Sander Grasman en de productie door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je mij wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.
Wielrennen
Wielrennen | Franse media melden einde van Franse wielerploeg B&B Hotels
EEN UUR GELEDEN
Wielrennen
Wielrennen | Tietema presenteert twaalf renners TDT-Unibet Cycling Team, Rob Harmeling ploegleider
2 UUR GELEDEN