Wielrennen

Kroonieken | Toen de gebroeders Deloor heersten in de Vuelta

Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Gustaaf (left) and Alfons (right) Deloor, family portrait 1930. Photo courtesy of Eric De Keyzer.

Foto: Eurosport

DoorFelix Lowe
20/05/2020 om 09:09 | Bijgewerkt 20/05/2020 om 09:58

Dit keer fietsen we met de Belg Gustaaf Deloor, eerste winnaar van La Vuelta a España, wiens carrière genekt werd door de Tweede Wereldoorlog en die na zijn wielercarrière een aanzienlijke rol speelde in het mannetje-op-de-maan project.

In Kroonieken lees je legendarische verhalen uit de geschiedenis van het profpeloton: Van de enorme gok van Eddy Merckx op de Galibier in 1972 – via de ontvoeringen en controverse achter de eerste Zuid-Amerikaanse winst in een grote ronde – tot het WK waar de Amerikaanse ploeggenoten Greg LeMond en Jock Boyer bittere rivalen werden. Een hoop moois dus om op terug te blikken – en veel om naar uit te zien.

'Toen de gebroeders Deloor heersten in de Vuelta' luisteren als podcast? Dat kan, via Spotify, Apple of jouw favoriete podcastaanbieder!

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

2 UUR GELEDEN

De Tour de France heeft Maurice Garin, de Giro d’Italia heeft Luigi Ganna. Maar vraag 100 mensen wie de eerste Vuelta gewonnen heeft, en waarschijnlijk niemand die het antwoord heeft.

Ik won de eerste Vuelta. Mijn naam zal voor altijd verbonden blijven met het ontstaan van een groot internationaal evenement, met een roemrucht feit in de wielergeschiedenis.

Aldus Gustaaf Deloor in een interview met het weekblad AS Magazine in Spanje in 1936 toen hij daar terug was om zijn Vueltatitel te verdedigen.

Deloor was net 22 toen hij in 1935 de Vuelta won, de eerste.

En toch, ondanks zijn bewering dat hij altijd herinnerd zal worden, heeft Deloor maar zeer povere erkenning gekregen voor deze historische dubbel.

In België is Deloor één van de weinige wielerkampioenen over wie geen boek is geschreven. Pas vorig jaar zag een eerste biografie het licht – nota bene in Spanje – van de man die de thuisrenners versloeg en winnaar werd van hun eerste twee nationale Rondes.

Onder de titel Gustaaf Deloor: From the Vuelta to the Moon, vertelt Juanfran De La Cruz het weinig-bekende verhaal van de Vlaamse pionier, een man wiens carrière gebroken werd door de Tweede Wereldoorlog, die vocht voor zijn land, gegrepen werd door de Nazi’s, een concentratiekamp overleefde en tenslotte, berooid, emigreerde naar de VS.

Daar, in Amerika, vond hij uiteindelijk werk als technicus in een fabriek waar de motoren werden gemaakt die Apollo 11 naar de maan schoten.

Wie waren de gebroeders Deloor?

Het korte antwoord is dat ze dagloners waren, vrije jongens op de fiets die hun kans grepen.

Gustaaf en Alfons waren de jongste van vijf broers. Ze groeiden op in De Klinge, een armoedige voorstad van Antwerpen, waar ze – o ironie!- woonden in de Spaanse wijk. Alfons zag het levenslicht in 1910, Gustaaf drie jaar later. Een oudere broer Edward wist van fietsen en leerde hen koersen.

Vader was boerenknecht die ook in de Henegouwse mijnen werkte. Alfons en Gustaaf zagen het wielrennen als de methode om aan de armoede te ontsnappen, taaie geharde Flandriens met een talent voor afzien. Zij slaagden waar velen faalden en werkten aan een bescheiden toekomst als wielrenner.

Alfons werd tweede in de Ronde van Vlaanderen van 1932, tweede in de Ronde van België van 1933, en eindigde als 27ste in de Tour van dat jaar. Gustaaf toonde potentie door in 1932 de Ronde van Vlaanderen voor beloften te winnen - hij was toen 19 - en 15de te worden in Parijs-Roubaix een jaar later.

In 1934 kregen de broers de kans om naar Spanje te trekken en de Volta a Catalunya te rijden. De competitie was daar wat minder fel dan in Noord-Europa, stelden ze vast. Alfons won een etappe en werd tweede in het eindklassement. Gustaaf eindigde op 10.

Alfons (left) and Gustaaf (right) Deloor signing their new contracts. Photo courtesy of KOERS. Museum of Cycle Racing, Roeselare (Belgium) and the Deloor family

Foto: Eurosport

Dit succes smaakte naar meer. En dus stelden ze zich het jaar erna beschikbaar voor het Belgische team om deel te nemen aan de allereerste Vuelta.

In een interview in het blad Coups de Pédales in 1994 zei Gustaaf:

We pakten de trein naar Madrid, twee dagen en een nacht. We hadden een sponsorcontract met het bedrijf BH voor fietsen, shirts en andere spullen. Meer hadden we niet nodig – over geld werd niet gesproken. We kochten het nodige eten, muesli en dergelijke in België. We regelden onze eigen voeding, meestal omeletten of zo.

La Vuelta 1935

De openingseditie van de Vuelta in mei 1935 bevatte 4425 km in twee weken. Het deelnemersveld bedroeg 50 renners, waarvan 33 Spanjaarden. Erbarmelijk weer werkte in het voordeel van de 6 man sterke Belgische ploeg, geleid door Antoine Dignef, een Catalunya veteraan die twee maanden eerder als tweede was geëindigd In Parijs-Nice na de immens populaire Fransman René Vietto.

De grote favoriet was thuisrijder Mariano Cañardo. Hij had Catalunya al vier keer gewonnen. En hoewel de Spanjaarden hun plus- en minpunten hadden, nooit gaven ze de buitenlanders het gevoel niet welkom te zijn. Deloor blikt in 1994 terug:

De Spanjaarden misten ervaring, maar het waren uitstekende klimmers. In de bergen moest ik ze echt laten gaan uit vrees voor asfyxie. Maar het waren zulke klunzen in de afdaling, ik kwam altijd terug. Het waren aardige gasten die zich nooit tegen ons keerden.

Volgens De La Cruz, Deloor’s biograaf, lieten de Spanjaarden zich makkelijk afleiden door theaters, bioscopen en feestjes. Ze dronken te veel en bezochten beroemde monumenten.”

En inderdaad, de thuisrijders kregen te maken met de zwaarste koers in hun leven toen ze hun bidons vulden met een cocktail die op naam staat van de beroemde Spaanse barista Perico Chicote. Wat waren de ingrediënten? Die waren omvangrijk en krachtig: oranjebitters, Grand Marnier, rode Cordón, oranje Curaçao , gin en een half glas vermout.

De Belgen moesten het doen met geitenmelk, en waren derhalve beter in staat de beroerde wegen te overleven die hen aan thuis deden denken. Dignef won de openingsetappe en kreeg de oranje leiderstrui. Maar in etappe twee haperde zijn machine en nam Antonio Escuriet de leiding over.

Toen greep Gustaaf de koers bij de kladden.

Al in de derde etappe, viel ik alleen aan, won die en de Oranje Trui, en behield die tot het eind. Mijn machtsgreep werd vergemakkelijkt doordat mijn naaste rivaal Cañardo zijn vork brak.

Op de voorlaatste dag viel Cañardo en verloor vijf minuten. Daarmee stelde hij de eindoverwinning voor Deloor zo goed als veilig. De Belg won ook de slotetappe. In het eindklassement stond hij 13’28” voor op Cañardo. Dignef was derde op 20’10” en broer Alfons zesde.

Gustaaf’s prijzengeld was omgerekend €2300, wat hij keurig verdeelde onder zijn ploegmaats. De La Cruz beweert dat de Spaanse fans niet al te ontgoocheld waren over het succes van die buitenlanders.

Gustaaf werd niet gezien als een impopulaire winnaar. De mensen waren gewoon nieuwsgierig hoe goed die Belg reed in hun land – dat was iets nieuws. De supporters waren eerder nieuwsgierig dan kwaad.

Eerder in de wedstrijd waren er wat spanningen geweest toen etappe 12 winnaar François Adam in Cáceres een scheve schaats reed toen hij probeerde één van de podiummeisjes te zoenen. Spanje was toen zeer ouderwets en er ontstond groot tumult. Het meisje was nota bene niet getrouwd. En het scheelde niet veel of Adam was aan een ezel gebonden en de stad uitgesleept.

Gustaaf Deloor

Foto: Eurosport

La Vuelta 1936

Misschien waren de omstandigheden slecht in 1935, in 1936 was het nog wel iets erger. Deze keer ging de Ronde over 4354 km in drie weken, en is daarmee de langste in de geschiedenis. Hij speelde zich af tegen een onheilspellende achtergrond van politieke spanning en explosieve civiele onrust.

Heftige omstandigheden – stortregens over modderige wegen vol gaten die doen denken aan Parijs-Roubaix- leidden ertoe dat slechts 24 van de 50 gestarte renners de eindstreep haalden. De koers werd vanaf etappe twee geleid door Deloor nadat Cañardo door een vroege valpartij was uitgeschakeld.

In de lange weg naar Madrid won Deloor 3 etappes. Los van wat hij omschreef als ‘wegen die geen wegen waren’ herinnert hij zich één aspect van de koers bovenal:

Ik weet nog dat de Guardia Civil loslopende honden en geiten doodschoot die anders de coureurs ten val hadden kunnen brengen.

Maar het ging de titelverdediger echt niet altijd voor de wind. In etappe 11 van Barcelona naar Zaragoza kwam hij zwaar ten val en bezeerde zijn schouder. Hij kon geen druk zetten op zijn stuur en kreeg ook geen pijnstillers van de ronde-arts, want die was er niet.

Tijdens deze voor de Oranje Trui helse dagen, trad broeder Alfons op als superknecht. Hij hielp zijn broertje bij een lekke band. Het duo moest 50 km jagen om het gat met de kopgroep te dichten en het oranje aan boord te houden.

Op de voorlaatste dag werd Alfons beloond voor zijn onbaatzuchtig optreden door op te schuiven naar plek twee in het AK. Escuriet lag totaal in de vernieling.

Na zijn dubbel-overwinning, kwam Gustaaf erachter dat hij gezegevierd had met een paar gebroken botten.

Eindelijk, na heel veel afzien en strijd haalde ik Madrid als leider. Toen we in ons land terug waren kreeg ik te horen dat ik drie gebroken wervels had. Ik moest twee maanden in bed blijven en mocht er niet uit.

Toen het zegevierende Belgische team in Antwerpen aankwamen werden ze opgewacht door fans en met een feestbus in triomf naar het clubgebouw van de broers in Stuyvenberg gebracht. Eindelijk beroemd!

Deloor: ondergewaardeerde talenten

Omdat ze hun voornaamste successen buiten België behaalden, hebben de gebroeders misschien nooit de erkenning gekregen die ze verdienden.

Ze waren gevierd in hun geboortestad maar de Vuelta had in hun tijd natuurlijk lang niet de reputatie van nu,” zegt Vuelta directeur Javier Guillén. Gustaaf kon niet profiteren van een platform zoals de huidige renners. Bovendien verbleef hij zelden in België omdat hij in het buitenland koerste.” Dit wordt onderschreven door Dries de Zaeytijd, curator van de Deloor tentoonstelling in het Koers Museum in Roeselare in 2010 ter ere van de 75ste verjaardag van de eerste Vuelta zege van Gustaaf.

De gebroeders Deloor waren geen echte Flandriens. Gustaaf hield van mooie kleding en was meer een pedaleur de charme dan een echte Flandrien. Die heeft geen stijl en rijdt alleen maar hard, zo luidt de legende. In die dagen was een fietsavontuur in Spanje niet zo opwindend voor de meeste Vlaamse wielerjournalisten, die meer belangstelling hadden, net als nu, voor koersen in Vlaanderen of Frankrijk.

Ondanks zijn in Spanje opgelopen blessures, kwam Gustaaf zeer dicht bij een zege in de Ronde van Zwitserland later die zomer. Hij greep ernaast door panne op een slecht moment zodat Max Bulla er met de buit vandoor ging.

The Belgian team during the Tour de Suisse in 1936. Gustaaf Deloor (centre) with his brother Alfons to his left. Courtesy of the Deloor family archive.

Foto: Eurosport

Vervolgens in de WK in Bern van 1936 kwam hij op kop met de Fransman Antonin Magne met de Italiaanse favorieten op een serieuze afstand. Deloor viel aan in de laatste ronde, reed lek een paar km vóór de meet en kwam met lege handen thuis.

Volgens Het Nieuwsblad journalist Paul de Keyser, was dit een keerpunt in Deloor’s carrière, en een aannemelijke verklaring voor zijn betrekkelijke onbekendheid in de wielerfolklore.

Op zijn palmares staan eigenlijk alleen maar die overwinningen in de Vuelta en die ene Touretappe. Het was anders geweest als hij die wereldtitel in 1936 gepakt had. Een regenboogtrui woog echt zwaarder dan zijn Vueltazeges.

Deloor’s Tour-etappezege kwam in 1937 in Aix-les-Bains. Het Belgische nationale team met Sylvère Maes in de leiderstrui stapte later gefrustreerd uit de Tour.

Deloor maakte geen deel uit van de nationale ploeg, maar was wel wezenlijk in het verhaal. Toen Maes na een mankement aan zijn fiets aangevallen werd door rivaal Roger Lapébie, werd hij door zijn landgenoot geholpen bij het terugkomen. Dit was tegen het reglement. De opgelegde tijdstraf was de druppel die de frustratie-emmer van Maes deed overlopen, en hij verliet de wedstrijd met zijn Belgische kornuiten. Deloor eindigde zijn enige Tour op plek 16.

Broer Alfons zou in 1938 Luik-Bastenaken-Luik winnen, vóór Zwarte Adelaar Marcel Kint, maar LBL had toen lang niet dat prestige van nu.

In 1936 barstte de Spaanse burgeroorlog los. En alsof dat nog niet genoeg was vlogen de Europese grootmachten elkaar in de haren van 1939 tot en met 1945. Het speelterrein van de gebroeders Deloor was even niet beschikbaar. De Vuelta werd pas weer betwist in 1941 en nog eens in 1943, maar stond toen uitsluitend open voor Spanjaarden.

Al dit geweld ontnam Gustaaf een kans op een derde titel. Zelfs als hij zijn titel had mogen verdedigen in de Vuelta van 1941 was er nog iets dat zijn deelname in de weg had gestaan.

Gustaaf had dienst genomen in het Belgische leger. Hij verdedigde Fort Eben-Emael, toen dat bestormd werd door Duitse parachutisten in 1939. Hij zat een jaar krijgsgevangen in Stalag 11B – “één van de wreedaardigste krijgsgevangenkampen in Nazi-Duitsland”, volgens De La Cruz – waar hem dankzij zijn bescheiden reputatie een relatief menselijke taak, een baantje in de kampkeukens, ten deel viel. Maar dat kon je niet combineren met wielersport.

De Vuelta kwam na de oorlog na flink wat haperingen pas weer op stoom in 1955. Deloor was toen al lang en breed in de veertig en woonde in de VS.

Deloor: reiken naar de maan

Na zijn vrijlating uit Duitsland, keerde Gustaaf terug naar België om te ontdekken dat zijn fietsen, zijn meeste spullen en ook bijna al zijn geld gestolen waren. Hij weigerde een baan in de Vlaamse fabrieken vanwege hun collaboratie met de Nazi’s. Hij verkaste naar Frankrijk, begon een handel in banden, maar dat liep spaak.

In 1949 besloot hij het roer radicaal om te gooien. Met zijn vrouw Marguerite – een vrouw die 25 jaar ouder was en die hij had ontmoet via zijn trainer Alphonse Versnick – verhuisde hij naar New York, waar hij als niet-Engels sprekende monteur de grootste moeite had een baan te vinden.

Dat was de moeilijkste tijd van mijn leven. Ik heb in alle werkplaatsen van de stad gewerkt, maar nergens langer dan veertien dagen.

Het stel kocht toen een goedkope auto en nam de Route 66 naar Californië. Daar zou integratie wat makkelijker zijn. Hij vond inderdaad emplooi. Een welgestelde klant hielp hem aan een baan bij het ruimtevaartcentrum Cape Canaveral. Hier werkte hij voor de Marquardt Corporation, een bedrijf in ruimtevaart techniek. Daar werd gewerkt aan het ontwerpen en fabriceren van de stuwstraalmotor , de ramjet engine, voor de NASA.

Gustaaf Deloor (left) with his wife Roza and daughter Jeanette; brother Alfons Deloor (right) with his wife. Photo courtesy of KOERS. Museum of Cycle Racing, Roeselare (Belgium) and the Deloor family

Foto: Eurosport

Na het overlijden van Marguerite raakte Deloor in de ban van ene Roza, een meisje dit keer 25 jaar jonger dan hij, daarmee het evenwicht herstellende. Ze hadden elkaar getroffen in de club Rik Van Looy, een centrum voor Vlaamse expats in LA, genoemd naar de fameuze Vlaamse coureur, bijnaam: de Keizer van Herentals.

Heel toevallig was Roza ook van De Klinge, Antwerpen, en, hoewel zij geen idee had wie haar bewonderaar was, haar vader was een grote fan. Hem vragen om de hand van zijn dochter was dus niet zo moeilijk.

Eenmaal hertrouwd, werd Gustaaf, nu begin 50, voor de eerste keer vader, van een dochter, Jeanette. Door de jaren heen bleef Gustaaf contact houden met zijn broer, die kraanmachinist was geworden gespecialiseerd in het bouwen van dijken.

In de zomer van 1969 nam Gustaaf zijn gezin mee voor een bezoek aan zijn vaderland voor het eerst sinds zijn migratie. Op 20 juli won Eddy Merckx zijn eerste Tour, maar de gebroeders, samen met de rest van de wereld, keken naar de maanlanding van de Apollo 11, aangedreven door de motoren die Gustaaf had helpen bouwen.

Na meer dan 20 jaar voor het bedrijf gewerkt te hebben, zou Deloor zich weer vestigen in België met zijn gezin tot zijn dood in 2002.

Niemand boven Deloor; een ongeëvenaarde erfenis?

Die mooie broeder-traditie zou doorgaan nadat de Spaanse Burgeroorlog de Deloor-hegemonie had genekt. De drie broers Delio, Pastor en Emilio Rodriguez traden allen op in de Vuelta van 1946, het jaar nadat Delio – recordhouder met 39 etappezeges in de Vuelta – de Ronde had gewonnen. Vijf jaar later won Emilio de editie van 1950 met een vierde broer Manolo op plek 2.

In 2010 werd er een nieuw plein in De Klinge ‘Gebroeders Deloorplein’ gedoopt. Er werd een sculptuur van twee fietsen onthuld, getiteld ‘Vuelta’. Een kapelleke er vlak bij herbergt een schilderij van Gustaaf, die dus ook met een penseel kon omgaan. Maar dat was het dan ook, totdat dat boek van Juanfran De La Cruz verscheen.

Het totale gebrek aan waardering richting de allereerste Vuelta-winnaar bewoog uitgever Eneko Garate zich te scharen achter dit project van De La Cruz.

Ik las het manuscript en besefte het gebrek aan erkenning van Gustaaf Deloor en zijn carrière, hoe belangrijk hij was voor de Spaanse wielergeschiedenis. Hoe kan zo iemand vergeten zijn door bijna iedereen, zelfs een fanatieke wielerfan als ikzelf, en ik dacht dat dit boek ook een kleine bijdrage zou kunnen zijn aan een wat grotere vertrouwdheid met de beginjaren van de Vuelta.

Of een stel broers ooit de Deloors zou kunnen evenaren valt te bezien. In de Vuelta van 2019 reden Jon en Gorka Izagirre voor Astana, en Jesús en José Herrada voor Cofidis. Jesús won een etappe.

Maar als eerste en tweede eindigen in het AK is een ander paar mouwen. Misschien dat het de tweelingbroers Adam en Simon Yates gaat lukken. Simon won al eens de Vuelta in 2018.

Garate zegt: “Ik denk dat dat bijna onmogelijk is in het moderne wielrennen.” Koersdirecteur Guillén is dat eens.

Het zou prachtig zijn wat de broers Deloo hebben laten zien. Nog mooier zou het zijn als dat met tweelingbroers zou lukken. Maar het is heel moeilijk tegenwoordig, de competitie is zo internationaal en van zulk een hoog niveau. Het wordt steeds moeilijker een dergelijk kunststukje te herhalen.

De heren zijn het ook eens dat Gustaaf Deloor een ware wegbereider was voor het wielrennen, maar zeker ook voor de Ronde van Spanje.

“Hij is echt de pionier, de eerste Vueltawinnaar en de eerste van slechts vijf renners die twee Vuelta’s na elkaar gewonnen hebben.”

Dit was de zesde aflevering van Kroonieken, door Eurosport – geschreven door Felix Lowe en verteld door Toon Kroon, de podcast wordt ingesproken door Karsten Kroon. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.

Dit was de zesde aflevering van een nieuwe serie – dus als je hebt genoten van deze etappe uit de wielergeschiedenis, abonneer je dan, vertel het door, en beoordeel ons bij jouw podcastaanbieder.

De andere afleveringen van Kroonieken nog niet geluisterd of gelezen?

Aflevering 1: Toen Parijs-Roubaix twee winnaars had
Aflevering 2:
Aflevering 3: De diabolische klim die Magni de pijn deed verbijten
Aflevering 4: Fausto Coppi’s koninklijke rit van Cuneo naar Pinerolo
Aflevering 5: Andy Hampsten trotseert Gavia sneeuw storm en pakt roze in 1988

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

2 UUR GELEDEN
Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

21 UUR GELEDEN
Gerelateerde onderwerpen
Wielrennen
Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Laatste nieuws

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

2 UUR GELEDEN

Nieuwste video's

Wielrennen

KoK S02E18 | Alles wat je altijd al wilde weten over ploegleiders

01:16:34

Meest populair

Wielrennen

Kop over Kop | Lockdown Editie 27 mei 2020

EEN DAG GELEDEN