Luister de podcast hier:
Het geel van Armstrong, het Euskaltel-oranje van Iban Mayo, het Bianchi-turquoise van Jan Ullrich, het Telekom-magenta van Alexander Vinokourov: alleen al door de felheid van de kleuren was de 100ste editie van de Tour de France een opvallende koers. Hij werd ook nog eens verreden in een ongekende hittegolf.
Wielrennen
Wielrennen | Chris Froome kampte met gevolgen long covid - "Grote impact op hart"
EEN UUR GELEDEN

PECH

De record-evenarende vijfde Tourwinst van de Amerikaan was een wereldprestatie, tot zij werd gedegradeerd tot een voetnoot. Niet alleen was het zijn zwaarst bevochten triomf, er kwam ook heel wat intrige en controverse bij kijken. Vooral etappe 15 naar Luz Ardiden zou wel eens de meest dramatische en belangrijke dag kunnen zijn van zijn zeven Tourzeges.
Zelfs nog vóór het vertrek uit Bagnères-de-Bigorre, de derde dag op rij in de Pyreneeën, werd de kampioen geplaagd door spanning en twijfel. Armstrong was 31, was net hersteld van ziekte, was ettelijke mechanische problemen te boven gekomen, had een tuimelende rivaal in een bochtige afdaling kunnen ontwijken, was bijna in een greppel beland en had een stukje Tour parcours afgesneden door dwars door een weiland te ploegen voor hij weer op de weg terecht kwam.
Het kwik steeg alweer tot ruim boven de 300 en Armstrong begon aan de Koninginnenrit met een voor hem unieke onzekerheid. De top-3 van het klassement stond op 18 seconden van elkaar, zijn smalste marge ooit in dit stadium van de Tour.

Lance Armstrong en Iban Mayo kwakken op Luz-Ardiden tegen de grond.

Foto: Imago

Toen zijn rivalen Vinokourov en Ullrich al vroeg aanvielen op de Tourmalet, moest Armstrong dieper graven dan ooit. Hij kwam terug, en viel op de slotklim aan met Mayo in zijn wiel. Praktisch onmiddellijk ging hij op zijn gezicht, omdat zijn stuur haakte in de draagtas van een toeschouwer.
Wanneer de gele man tegen de grond kwakte en de renner in het oranje met zich meenam, stuurde het turquoise eromheen, maar Ullrich wist niet goed wat te doen. Wat er volgde kan gezien worden als één van Armstrongs meest imponerende acties - en de meest opwindende Tour-gebeurtenis sinds die andere Amerikaan, Greg LeMond, in 1989 Laurent Fignon met 8 tellen versloeg.

DAUPHINE

Om wat meer te begrijpen van het gedoe op Luz Ardiden moeten we teruggaan naar de Dauphiné eerder die zomer.
Armstrong had de Dauphiné gekozen ter voorbereiding op de Tour. Na etappe 3, een tijdrit, had hij de leiding. De grootste dreiging kwam van de onvoorspelbare, grillige Mayo, iemand waar Armstrong de pest aan had en die hij ooit omschreven had als een ‘kleine etterbak’. Jaren nadat zijn rijk in de modder was gezonken, zei hij tegen een Britse journalist: “Schoon waren we geen van allen, maar die Mayo zie ik als de smerigste.”
Wat hij aan Jan Ullrich had, heeft Armstrong altijd geweten, een renner als een vrachtboot, een krachtpatser met een immer voorspelbare tactiek als hij ten strijde trok. Mayo was anders. De Spanjaard was een onberekenbaar duveltje-uit-een-doosje, wendbaar en raadselachtig, irritant als een muskiet, en toch vaak het slachtoffer van implosie. Hij deed niets liever dan onverhoeds aanvallen, als niemand het verwachtte.
Met het geel om de schouders, kwam Armstrong ernstig ten val in de Dauphiné, maar opgeven was geen optie, want dan zou Mayo leider zijn. Zijn afkeer van de Bask was zo intens dat hij er niet over peinsde die figuur de eindzege cadeau te doen.

Iban Mayo was vaak op zijn best in de Dauphine Libere.

Foto: Imago

“Dus ik bleef. En hij bleef maar aanvallen, keihard aanvallen, maar ik ging nog liever dood dan deze ‘kleine etterbak’ de winst te gunnen.”
Toen Armstrong Mayo in de voorlaatste etappe van de Dauphiné bijhaalde op de Galibier, gaf hij hem die ‘blik’, waarmee hij Ullrich placht te intimideren op de klim naar Alpe d’Huez in 2001.
Een dag later, de laatste etappe, kon de Amerikaan het niet laten om even langs Mayo te fietsen met de woorden: “Iban, kun je niet harder?” Dat vroeg hij steeds als hij hem terugpakte. Waarschijnlijk zou hij een maand later in de Tour spijt hebben van die vraag.
Armstrong zou uiteindelijk deze Dauphiné winnen, maar tegen een enorme mentale en fysieke prijs. “Het heeft me teveel gekost. Ik had maar twee weken tussen de Dauphiné en de Tour. Ik was niet hersteld. Ik begon aan de Tour uit vorm, moe en leeg.”

TOUR DE FRANCE

De Texaan kwam aan in Parijs voor het Grand Départ, nog lang geen 100% na die val en worstelend met de gevolgen van een recente buikgriep.
Vlak vóór de ploegpresentatie vloog er een vogel de bus in van US Postal en liet daar iets vallen op het pak van ploegbaas Johan Bruyneel. Ploeggenoot Pavel Padrnos, de Tsjech, had het onmiddellijk over een slecht voorteken. Dat bleek ook wel. In de openingsweek waren er talloze problemen met het materiaal, dingen als aanlopende remblokjes en losrakende voorwielen.
Zorgwekkender was dat Armstrong nauwelijks kon lopen. Door nieuwe schoenen en een probleem met de toeclips, gaf zijn heup hem extra last. Vlak vóór de start van de proloog zat hij met een compleet verkrampt been. Toch werd hij nog knap zevende, maar hij liep kreupel en zijn geplande vijfde Tourzege stond stevig op de tocht.
Alles kwam in de eerste vlakke etappes weer op zijn pootjes terecht voor de Amerikaan. Zijn team won met glans etappe 4, een ploegentijdrit van 69 km. Ze pakten meer dan 30 seconden op hun naaste rivaal, ONCE-Eroski. Armstrong klom naar de tweede plaats, acht US Postal renners stonden in de top tien, de Colombiaan Victor Hugo Peña in het geel. Alles leek weer business as usual voor de boys van Bruyneel.
Een schitterende solozege voor Richard Virenque in de eerste Alpenetappe bezorgde de Fransman de gele trui. De favorieten keken teveel naar elkaar. Toen kwam etappe 8 naar Alpe d’Huez en daar greep Mayo zijn kans. Hij soleerde naar ritwinst met meer dan 2 minuten op Armstrong. Die moest zich tevreden stellen met geel.
De zinderende haarspeldbochten eisten hun tol van Ullrich. Het Duitse bakbeest verschrompelde in de hitte en verloor bijna anderhalve minuut op de Amerikaan. Achteraf gezien had Armstrong spijt, dat hij hem niet had afgemaakt toen hij de kans had. De Duitser mocht dan wel op 2 minuut 10 gezet zijn, het was allemaal nog speelbaar.

BELOKI VALT

Etappe 9 naar Gap was het toneel waarop Armstrongs droom had kunnen eindigen in een greppel. Hij zat als een schaduw vlak achter Joseba Beloki op de verraderlijke afdaling van de Côte de la Rochette. De voorband van de Spanjaard liep van de velg in het smeltende asfalt in een haarspeld en hij smakte tegen de grond. Armstrong kon niets anders dan met een noodgang de berm in rijden.
Hij demonstreerde een knap staaltje stuurmanskunst door in volle vaart tussen een duimendraaiende gendarme en een greppel te manoeuvreren. Hij scheurde dwars door een uitgedroogde akker en belandde voorbij de haarspeld weer op de weg.
Beloki had wat minder geluk. De ONCE-renner was derde geëindigd in 2001, als tweede in 2002, en hij oogde nu in 2003 sterker dan ooit. Maar in deze afschuwelijke crash brak hij zijn dijbeen op twee plaatsen, plus een elleboog en een pols. In tranen werd hij afgevoerd per ambulance. Hij zou nooit meer dezelfde coureur zijn.

Joseba Beloki kwam hard ten val in de Tour de France van 2003

Foto: Getty Images

Het ongeluk vond plaats op slechts 4 km van de finish. De twee zaten de Kazakse vuurvreter Vinokoerov op de hielen. Deze hield stand en won. Daarmee klom hij naar plek twee op 21 tellen van de Texaan.
Het was Armstrongs derde bijna-ongeluk in de koers. “Ik was doodsbenauwd, en ik had veel geluk,” erkende hij. Hij ontliep zelfs een tijdstraf voor het afwijken van het voorgeschreven parcours, een inbreuk op Artikel 18 van het Tour-reglement.
Pas de 47 km individuele tijdrit van Gaillac naar Cap Découverte gaf het volgende klassementspektakel te zien. Jan Ullrich had Alpe d’Huez overleefd en verpulverde zijn tegenstanders onder de verschroeiende zon rond de Tarn.
Jaren later beschreef Armstrong deze ongeluksdag als een ”moment van een intens afzien, zo één als ik eigenlijk niet eerder of later heb meegemaakt in mijn loopbaan. Het was mijn absolute dieptepunt.”

ULLRICH ONTKETEND

De opgebrande Texaan, normaal zo uitstekend tegen de klok, gaf maar liefst 1 minuut 36 toe aan Ullrich die hem zo was genaderd op iets meer dan een halve minuut’ in het algemeen klassement.
“Toen ik die tijd van Ullrich hoorde, dacht ik ‘De Tour is voorbij’. Ik zat in en crisis, een diepe crisis, ik gaf bijna op.”

Jan Ullrich met Lance Armstrong in zijn wiel.

Foto: Getty Images

Het werd nog erger. De volgende dag verloor Armstrong nog eens een handvol seconden toe aan de streep – plus 12 boni-seconden – op de Duitser in het skioord Ax 3 Domaines, de eerste aankomstplaats in de Pyreneeën. Zijn voorsprong op Ullrich was een kwart minuut. Armstrong zei tegen journalisten: Er gaat iets fout”.
Dat kon hij de volgende dag herhalen na etappe 14 naar Loudenvielle, waar Armstrong tijd verloor op Mayo en Vinokoerov. Met de Kazak op 18 seconden van het geel en Ullrich nog altijd op 15 tellen gaf dat een virtueel podium met de kleinste verschillen ooit bij het ingaan van de slotweek.
Het moest dus gebeuren op de laatste Pyreneeën-dag, de Koninginne-etappe van 159 km over de Col d’Aspin, de machtige Tourmalet en tenslotte de uitsmijter naar Luz Ardiden op 1720 meter. In een voor de Amerikaan ongekend scenario hijgden zowel Ullrich als Vinokoerov hem akelig dicht in de nek.

ARMSTRONG BELEDIGD

Toen, vóór de start in Bagnères-de-Bigorre, gebeurde er iets dat Armstrong bijna tot ontploffing bracht. Kort na de Tour vertelde hij het volgende:
“Eén van de jongens die voor ons werkt vertelde me een verhaal. Een jaar geleden vroeg Rudy Pevenage, ploegbaas van Ullrich, om één van mijn gele truien; in Parijs vroeg hij dat weer. Bij de start naar Ax 3 Domaines, zocht Pevenage hem weer op en zei: Laat maar zitten, die trui van Armstrong. We zullen er snel zelf één hebben.’
En wat zei Armstrong?
“Toen ik dat hoorde, zei ik tegen hem: De Tour is klaar! Hij krijgt hem niet, nooit niet. Ik was opeens ontzettend gemotiveerd. Ik werd zowat krankzinnig. Ik voelde me zo gekrenkt. Het was een buitengewoon moment. Het was erop of eronder!”
En, dus, de Dag des Oordeels. De resterende 151 renners verlieten Bagnères-de-Bigorre na een minuut stilte voor de AG2R renner Lauri Aus, die de vorige dag door een dronken automobilist was doodgereden toen hij thuis in Estland aan het trainen was.

HET VUUR AAN DE SCHENEN

Er ontstond een kopgroep van 15 renners, waaronder vier man van AG2R. Die werden ingerekend, maar pas nadat Sylvain Chavanel (van La Boulangère) en Santiago Botero (van Telekom) eruit waren weggereden op de kuitenbijters van de 4de categorie, die het hooggebergte voorgingen.
Dit duo rondde de Col d’Aspin met bijna 6 minuten op een jagende solist en ruim 9 op het peloton. Virenque pakte punten en verstevigde zijn bergtrui.
Chavanel was bezig aan zijn derde Tour. Hij was als derde geëindigd in Morzine op de dag dat Virenque het geel had gepakt na een verbluffende solo-aanval. De 24-jarige Chavanel was een rijzende ster in het Franse wielrennen. Hij was zo moedig – of roekeloos - om zijn Colombiaanse medevluchter achter te laten aan de voet van de Tourmalet.
Duizenden enthousiaste Basken, fans van Mayo, gehuld in diens Euskaltel-oranje en wapperend met de rood-groene Baskische vlag, hadden zich verzameld op de legendarische piek. De kwikzilveren klimmer had al gewonnen op de Nederlandse Berg en stond nu 5de in het klassement, op 4 minuut 37 van zijn grote Amerikaanse ‘vriend’.
Chavanel mocht het Souvenir Jacques Goddet opstrijken – hij was het eerste boven -, maar de echte strijd was ontbrand achter hem. De Baskische fans vonden het prachtig wat ze zagen. Vino was de eerste die op de Tourmalet het spel opende. Hij danste weg, maar kwam niet ver dankzij Armstrong.
Maar toen werd Lance het vuur na aan de schenen gelegd door een demarrage van Mayo en een serie slopende aanvallen van Ullrich. Armstrong hield het hoofd koel en liet Ullrich gaan, maar deed genoeg om in de stomende hitte van de Pyreneese heksenketel het gat op zo’n 50 meter te houden.
In een later interview zei Mayo over de stortvloed aan acties: “Ik viel aan, Ullrich kwam erbij en ging ervoor. Haimar Zubeldia en Armstrong werden op een gaatje gezet. Op zeker moment was Ullrich op kop, Armstrong op 50 meter, toen ik op nog eens 50 meter, dan Zubeldia. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Ullrich, hou op!’. Eindelijk deed hij dat en kwamen we met zijn vieren samen.

TE VROEG

Armstrong had het gevoel dat wat hem betreft Ullrich veel te vroeg was aangegaan. Er resteerden nog een lange afdaling en de slotklim, nog 40 km koers. Dus liet hij zijn rivaal bungelen en verlustigde zich aan het idee dat de Duitser zijn eigen graf aan het graven was. Hoe meer kruit hij zou verschieten op de Tourmalet, hoe minder hij over had op de Luz Ardiden.
Later zou de Texaan verklaren hoe hij dacht over de zelfmoordactie van Der Jan. Zijn antipathie jegens ploegbaas Pevenage van Bianchi en zijn eigen trots werden nog eens nadrukkelijk belicht.
“Ik dacht bij mezelf: Jan, doe niet zo stom, oerstom. Echt de verantwoordelijkheid van de ploegleiding. Als Johan Bruyneel mij dat had zien doen, had hij geschreeuwd: ‘Wat doe je? Waar ga je heen, domme oen?’ Het was daar geen rondje om de kerk, hè, dit is de Tour de France. Ze verloren omdat ze zo arrogant waren om te denken dat ik ze niet zou kunnen volgen. Maar ik ben er niet zo maar één, zo’n eerste de beste badmuts.
Vóór de top werd Ullrich teruggepakt door Armstrong samen met het Euskaltel duo Mayo en Zubeldia. Het kwartet brak door de wolken en begon in een helder zonnetje aan de afdaling. De Amerikaan en de Duitser deden het rustig aan, tot ergernis van Mayo, want dat betekende dat andere achtervolgers, mannen als Vinokoerov, Ivan Basso, Tyler Hamilton, Carlos Sastre en Christophe Moreau ook konden terugkeren.
Na de lange afdaling ontstond in het dorp Luz-Saint-Sauveur een hergroepering. De eenzame koploper Chavanel begon aan de slotklim met 4 minuut 49 op de groep der favorieten, aangevoerd door Manuel Beltran van US Postal.
In die jaren mochten de renners nog hun helm wegdoen voor een slotklim, zodat toeschouwers de hoofdrolspelers makkelijker konden herkennen. Zo kon men ook duidelijker het afzien door de renners waarnemen en welke emoties hun gezicht tekenden.

NU WEL TEGEN DE GROND

Al snel na het begin van de klim demarreerde Mayo een aantal keren. Armstrong leek zijn zwakke moment op de Tourmalet te boven gekomen. Hij greep hem in de kraag, bromde “Kun je niet beter, Iban?” en versnelde. Der Jan had moeite te volgen. Er ontstond een gaatje en Armstrong voelde dat dit de beslissing kon zijn.
Armstrong kwam uit het zadel en zette aan langs de uiterste rechterkant van de weg. Mayo kon het wiel nauwelijks houden. Ullrich beet op zijn tanden en op de grote versnelling kwam hij beetje bij beetje nader.
“Ik zat te dicht aan de kant, die neiging had ik steeds. Hoe vaak heeft Johan niet over de radio geroepen: ‘Meer naar het midden, man! Daar ligt troep aan de kant, daar staat volk’. Maar ja, je vangt wat minder wind. Dat is een voordeel. Maar je weet maar nooit, het hoeft maar één idioot te zijn …
Tussen het talrijke publiek langs de weg stond een jongetje. Het was geen idioot, maar zijn ouders hadden hem zo’n souvenir cadeau gedaan, een gele draagtas met lussen. Daar zwaaide hij mee alsof het een vlag was.
Pats! Daar lag de Amerikaan, ’s werelds beroemdste wielrenner, samen met Mayo in een oranje-gele kluwen. Camerabeelden tonen aan dat zijn rechter rem was blijven haken in de lus van die gele zak. Viervoudig Tourwinnaar Lance Armstrong smakte tegen het asfalt.
Ullrich zat maar een paar meter achter de gele trui en had net genoeg tijd om krachtig naar links te sturen en de kluwen te ontwijken. Kennelijk had hij dezelfde handigheid als Armstrong een week eerder demonstreerde toen die om Beloki heen moest. De Duitser reed door, maar keek om om te zien wat er was gebeurd.
Na de Tour zei Armstrong over het incident: “Ik dacht, shit, dit kan gewoon niet, niet nu. Ik dacht niet aan tijdverlies, ik dacht aan mijn fiets. Kan ik ermee verder? Ik krabbelde zo snel mogelijk weer overeind, ik mankeerde niet veel, alleen een wond op mijn elleboog. Ik keek de fiets na, legde de ketting er weer op en sprong in het zadel. Als zoiets gebeurt, neemt je instinct het over.”
Terwijl Armstrong en Mayo overeind kwamen en hun fietsen inspecteerden, kwam er een golf renners voorbij, waaronder Zubeldia, Hamilton, Basso en Moreau. Mayo was sneller weer onderweg, omdat Armstrong problemen had met zijn ketting. De US Postal-mekanieker die was gestopt om hem op te duwen kreeg een snauw.

TYLER HAMILTON

Mede door de aanwezigheid van Tyler Hamilton aarzelde Ullrich. Moest hij vol doorgaan voor de eindzege of kon hij dat niet maken? Hamilton zat vroeger bij Armstrong in de ploeg en reed tegenwoordig voor CSC. In de openingsweek had hij na een gemene val een sleutelbeen gescheurd. Nu gebaarde hij naar Ullrich en Basso om even te wachten. Hamilton had zich ook ingehouden na dat veldritincident met Beloki een week eerder om te zien of Armstrong oké was.
Iedereen ging ervan uit dat deze acties van Hamilton voortkwamen uit sportiviteit, een kwestie van ongeschreven regels. Mayo dacht daar toch anders over. “Ik was weer snel op de been en terug in de kopgroep. Daar zat Hamilton en die zei dat we moesten wachten. Naar mijn indruk deed hij dat niet om aardig te zijn.”

Oud-ploeggenoten Tyler Hamilton en Lance Armstrong babbelen samen tijdens de Dauphiné van 2003.

Foto: Getty Images

Na de etappe, bevestigde Ullrich dat hij terecht niet had aangevallen na het voorval. Aanvankelijk sprak Armstrong zijn waardering uit voor de respons van zijn rivaal: “De geste van een heer”, noemde hij het.
“Ik waardeer het zeer dat Jan mijn geste van twee jaar geleden niet vergeten was. Wie goed doet, goed ontmoet.” Hij verwees naar een val van Ulrich in de afdaling van de Peyresourde in de Tour van 2001, toen hij op Der Jan had gewacht.
Maar nadat hij jaren later de beelden had bestudeerd, kon de Texaan het niet laten Ullrich te bekritiseren voor zijn aarzeling en dat de interventie van Hamilton nodig was om de Duitser minder gas te laten geven. Dat zijn rivalen doping gebruikten was nog tot daar aan toe, maar profiteren van de pech van je tegenstander, deed je niet. Ook boeven hebben hun erecode.

ARMSTRONG KNOKT ZICH TERUG

Armstrong vocht zich terug naar de groep Ullrich/Hamilton. Je kunt dingen overdrijven, en dat is precies wat hij deed. Hij trapte zich met zoveel geweld voorbij Mayo, dat zijn ketting oversloeg, hij uit het pedaal schoot en met het kruis op de bovenbuis terecht kwam. Het zag eruit als een dronken kerel die er op een gestolen fiets vandoor probeerde te gaan.
Hij bleef op een of andere manier overeind, en dat gold ook voor Mayo die bijna een tweede keer ten val kwam in even zoveel minuten.
Wat er precies mis was met de fiets zou Armstrong pas na de etappe vernemen, toen hij wat beter kon bestuderen. Het crankstel bleek aan de onderkant gescheurd te zijn. De fiets was een tikkende tijdbom.

Een jonge Lance Armstrong in 1993 namens Motorola.

Foto: Getty Images

Voorlopig had hij echter geen andere keus dan roeien met de riemen die hij had. Van fiets wisselen was ondenkbaar. Hij kon Ullrich niet nog meer tijd toestaan zo vlak voor de slottijdrit. Hij was nog niet vergeten hoe Der Jan hem verpletterd had in Cap Découverte. Dus ondanks zijn val en zijn bijna-val bleef hij doorkachelen, diep in het rood, om zijn koers te redden.
Intussen was Mayo bij de groep Ullrich gekomen - ongeveer op het moment dat Hamilton de diesels Ullrich en Basso had gevraagd een tandje minder hard te rijden. Mayo was al twee keer in de problemen gebracht door Armstrong, en had geen zin in solidariteit. Kun je hem dat kwalijk nemen?
Armstrong had inmiddels gezelschap gekregen van ploegmaat Chechu Rubiera, die hem hielp aansluiten bij de leidersgroep. Over de oortjes bezwoer Bruyneel zijn kopman bij de groep te blijven, te herstellen en in zijn ritme te komen, maar de adrenaline spoot door zijn aderen en de Texaan werd door een soort razernij gedreven.
Toen die Kleine Etterbak nogmaals demarreerde, greep Armstrong hem - overdrachtelijk - bij zijn nekvel en gaf hem die fameuze ‘blik’.

GELE FURIE

Mayo moest lossen en Armstrong ging door, op jacht naar de eenzame Chavanel. Hij zette zijn bril op de helm. Zijn ogen verraadden een geconcentreerde woede. Zijn gele trui was besmeurd, zijn elleboog zat onder het bloed, en zijn kop was één brok furieuze vastberadenheid.
Later zei Armstrong: “Ik viel aan uit wanhoop. Ik voelde een stroom adrenaline. Ik zei tegen mezelf: Lance, als je wilt winnen, moet je aanvallen.”
Mayo kon niet volgen en werd opgepeuzeld door de groep Ullrich. Die stond vlak achter Armstrong in het klassement en hij moest dus alle werk opknappen. Zonder helm was alles duidelijk zichtbaar: een zonverbrand voorhoofd, een gepijnigde blik en de oorring in het linkeroor. Figuren als Hamilton, Basso en de Basken zaten vastgezogen in zijn wiel.
Chavanel, de laatst overgeblevene van de oorspronkelijke ontsnapping zag zijn voorsprong van 4 minuten snel slinken. Hij had 120 kilometer in de aanval gereden en werd op 4,5 km vóór de streep voorbij gevlogen door Armstrong die hem daarbij een tikje op het dijbeen gaf.
Chavanel finishte als 10de en zei voor de Franse TV: “Zeker heb ik op een bepaald moment geloofd dat ik kon winnen. Maar toen ik hoorde dat Armstrong zelf de jacht leidde, ja, dan gaat het snel. Ik draaide me om en zag hem komen. Hij gaf me een tik, dat kon ik wel waarderen. Hij zei niks, daar had hij geen tijd voor, zo ging hij tekeer.”
Alsof de duvel hem op de hielen zat, bleef Armstrong alles geven. Hij spurtte naar de meet als was het een eindsprint en passeerde die zonder enig triomfgebaar. Mayo had nauwelijks meegedaan aan de jacht en, hoewel hij minuten achterstand had, gunde hij Ullrich niet die paar bonificatieseconden en spurtte naar plek twee op 40 seconden.

EUFORIE

Zubeldia, Moreau, Basso en Hamilton kwamen binnen op plekken 4, 5, 6 en 7. Vino en Rubiera verloren 2 minuten op plaats 8 en 9, en de druistige Chavanel maakte de top 10 vol.
Met deze winst, geplukt uit de muil der catastrofe, vergrootte Armstrong zijn marge op Ullrich tot 1 minuut 7. Dat moest voldoende voorsprong zijn voor de beslissende slottijdrit. Hij had als een bezetene gekoerst die dag en die bezetenheid hield maar niet op.
Hij nam geen privé auto naar het hotel, maar stapte in de US Postal-bus met zijn ploegmaats. Victor Hugo Peña verklaarde: “Ik heb Lance nooit eerder zo euforisch gezien. Blij, natuurlijk, maar zoals toen! Hij rende op en neer door het gangpad en riep: ‘niemand traint als ik, niemand rijdt als ik. Die trui is van mij. Ik leef voor die trui. Het is mijn leven. Niemand neemt me die nog af. Deze klotetrui is van mij!’”

Het kost hem veel moeite, maar Lance Armstrong wint de Tour de France van 2003.

Foto: Getty Images

Tegen verslaggevers die avond zei de Amerikaan ietwat raadselachtig: “Deze Tour heeft iets te veel problemen gekend. Te vaak ging het net goed, ging het bijna mis. Ik wou dat dat een keer ophield. Veel van die problemen, daar heb ik het niet over gehad, maar er zijn veel rare dingen gebeurd die niet hadden gehoeven. Dat geval in de etappe naar Gap, dat is duidelijk, hoort erbij. Andere dingen, daar is niet over gesproken. Het is een eigenaardige crisistour geweest. Maar dit is een goeie dag!”
Na de rustdag op dinsdag, werd Hamilton beloond voor zijn sportieve actie in etappe 16. Hij won zijn eerste Tourrit in Bayonne na een verbluffende solo van 146 km. Hij werd eerst gelost uit een kopgroep, vocht zich terug, demarreerde en werd niet meer gezien. Hierna volgden twee overgangsetappes vóór de beslissende tijdrit van 49 kilometer van Pornic naar Nantes.

ARMSTRONG IN ELITEGEZELSCHAP

Na drie verstikkend warme weken openden de hemelsluizen zich in deze rit tegen de klok. Ullrich won in de eerste twee kilometer twee seconden op Armstrong. Dat opende perspectieven op de gele trui, maar hij nam te veel risico op de natte weg. Hij slipte op een rotonde en belandde in een baal hooi.
Hij zakte naar plek 4, 11 tellen langzamer dan Armstrong. De Brit David Millar zegevierde. Hij was 9 seconden sneller dan Tyler Hamilton, die sterker was geworden ondanks dat gescheurde sleutelbeen. Tot die noodlottige etappe naar Luz Ardiden was de top 3 dichter bij elkaar dan ooit zo laat in de Tour. Armstrong was eindwinnaar in Parijs met 1 minuut en 1 seconde op Jan Ullrich.

Lance Armstrong wint zijn vijfde Tour de France, voor Jan Ullrich en Alexander Vinokourov

Foto: Getty Images

De Kazak Vinokoerov completeerde het eindpodium op meer dan 4 minuten. Hamilton was vierde en zou dat nooit meer beter doen. Mayo was geen tijdrijder en werd uiteindelijk zesde, nog achter zijn ploeg- en landgenoot Zubeldia.
Zijn zwaarst bevochten overwinning in ‘s werelds grootste wielerkoers zorgde wel dat Armstrong samen met Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain tot een exclusief clubje ging horen: winnaars van vijf Rondes van Frankrijk. Maar hij heeft nooit verholen hoeveel deze honderdste jubileum Tour hem gekost had, en altijd erkend dat Der Jan het hem buitengewoon moeilijk had gemaakt.
“Niemand heeft graag stress,” zei hij. “Zo’n Tour hoop ik nooit meer mee te maken. Mocht dat me ooit weer overkomen, dan heb ik in ieder geval deze ervaring. Ik had echt schrik dat jaar, niets ging volgens plan.”
Armstrong kwam terug in 2006 en sloopte al zijn rivalen. Hij won zijn zesde Tour. Zijn naaste belager was Andreas Klöden van T-Mobile op zes minuten. Jan Ullrich kwam niet verder dan plek vier. Een zevende zege volgde een jaar later. Ditmaal was Ivan Basso tweede op bijna 5 minuten. Meteen daarna ging de Amerikaan met pensioen. Wat er daarna gebeurde is bekend.
Kroonieken is een podcast van Eurosport– geschreven door Felix Lowe en verteld door Karsten Kroon. Eindredactie is van Sander Grasman en productie door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie van Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je Karsten wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.
Wielrennen
Wielrennen | Franse media melden einde van Franse wielerploeg B&B Hotels
EEN UUR GELEDEN
Wielrennen
Wielrennen | Tietema presenteert twaalf renners TDT-Unibet Cycling Team, Rob Harmeling ploegleider
2 UUR GELEDEN