Wielrennen

Kroonieken | Toen Eugène Christophe de eerste gele trui droeg

Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Eugene Christophe

Foto: Eurosport

DoorFelix Lowe
10/06/2020 om 08:47 | Bijgewerkt 12/06/2020 om 12:28

De vorige keer blikten we terug op Brian Robinson, de eerste Britse Tour-etappewinnaar in 1958 die ook een Touretappe in 1959 won, toen hij het hele peloton wegblies en finishte met een voorsprong van 20’6”, de op drie na grootste in de Tourgeschiedenis.

In deze Kroonieken werpen we een nadere blik op de geschiedenis van de beroemdste trui in de sport: le Maillot Jaune – en de man die hem als eerste droeg, Fransman Eugène Christophe, in 1919.

In Kroonieken lees je legendarische verhalen uit de geschiedenis van het profpeloton: Van de enorme gok van Eddy Merckx op de Galibier in 1972 – via de ontvoeringen en controverse achter de eerste Zuid-Amerikaanse winst in een grote ronde – tot het WK waar de Amerikaanse ploeggenoten Greg LeMond en Jock Boyer bittere rivalen werden. Een hoop moois dus om op terug te blikken – en veel om naar uit te zien.

Wielrennen

Kroonieken | Hoe Jacques Anquetil in 1963 geschiedenis schreef met zijn Vueltazege

01/07/2020 OM 13:09

'Toen Eugène Christophe de eerste gele trui droeg' luisteren als podcast? Dat kan, via Spotify, Apple of jouw favoriete podcastaanbieder!

Golf heeft zijn Green Jacket, de Olympische Spelen hun Gouden Medailles, en de NFL zijn Super Bowl ringen. Maar niets laat zich vergelijken met de mythische Maillot Jaune van de Tour de France.

De Gele Trui wordt gedragen door de leider – en de uiteindelijke winnaar – van ’s werelds grootste wielerwedstrijd en is een prijs als geen ander. Eén dag in het geel kan een carrière maken, terwijl het verlies ervan die kan breken, zoals gebleken.

Tour de France 2015, yellow jersey

Foto: Twitter

Elk mens heeft zijn eigen favoriete gele trui-anekdote. Denk aan Thomas Voeckler die 2 keer 10 dagen stuntte als leider, of aan Laurent Fignon die op de Champs-Élysées 8 seconden te kort kwam en het geel verloor.

Of denk aan één van de vele renners die crashten in het geel of, en waarom niet, aan Raymond Poulidor die in Parijs 8 podiumplaatsen behaalde, het record, zonder ooit de leiderstrui te dragen. De biograaf van dit tricot Peter Cossins zegt:

De Maillot Jaune heeft een betekenisvolle symbolische status verworven in het Franse leven die deel uitmaakt van de jeugdherinneringen van vele Fransen, het sein is tot de start van de zomer, de vakantie, of gedenkwaardige familiemomenten.

Het ontstaan van de gele trui

Er bestaat verwarring over wanneer de eerste gele trui verscheen, voornamelijk dankzij een interview dat drievoudig Tourwinnaar Philippe Thys aan een Vlaams blad gaf toen hij 67 jaar oud was.

Thys, bijgenaamd de Basset, won de Tour in 1913, 1914 en 1920. In 1956 vertelde hij Champions et Vedettes dat zijn ploegbaas hem gevraagd had een gele trui te dragen, zodat het publiek hem kon herkennen als de leider. Eerst vond Thys dat maar niets. Hij was bang dat hij ook voor zijn tegenstanders veel zichtbaarder zou zijn en dat dat hen zou aanmoedigen tegen hem samen te werken.

Hij heeft het toch maar gedaan, en toch is er geen krant vóór de oorlog die het heeft over een gele trui speciaal voor de klassementsleider. De eerste officiële verwijzing naar een trui die de wedstrijdleider verraadt verscheen in het blad L’Auto op 10 juli 1919, tussen de 6e en 7e etappe van de eerste naoorlogse Toureditie van 1919.

“Om de leider te identificeren,” luidde de kop, “een fantastisch idee van onze hoofdredacteur!”

Teneinde de renners in staat te stellen de leider van onze grote wedstrijd rechtstreeks te herkennen te midden van het peloton, heeft onze hoofdredacteur, Henri Desgrange, zojuist besloten dat met onmiddellijke ingang de leider in het Algemeen Klassement een speciale trui zal dragen. Deze trui is besteld. Naar alle waarschijnlijkheid zal vanaf Marseille de leider van de Tour hem kunnen dragen.

Want Marseille was de startplaats van de 9e etappe op 15 juli 1919. Maar de eerste nieuwe truien lieten nóg vier dagen op zich wachten, tot de start van de 11e etappe van Grenoble naar Geneve.

Er zaten vier dagen tussen de 9e en de 11e etappe in 1919, omdat de monsterachtige etappes van die dagen steevast gevolgd werden door een zeer noodzakelijke rustdag. De kortste van de 15 etappes van dat jaar was 315 km, de langste 482 km.

Cossins zegt dat het idee een Gele Trui in te voeren – de eerste klassementstrui van het wielrennen ooit – pas opkwam na de 4e etappe. De eerste trui werd dan pas uitgereikt bij de start van etappe 11.

De logica van een speciale opvallende trui was vrij simpel: de coureurs en het publiek helpen de wedstrijdleider te herkennen tussen de eenvormige kleding van de afgematte mannen die de elementen hadden doorstaan.

Het idee kwam van Alphonse Baugé, vroeger ploegbaas van Peugeot, maar nu na de oorlog manager van het La Sportive consortium, waarin de topploegen samenwerkten.

Vóór de oorlog koersten de renners voor merkploegen met verschillende shirts, maar in 1919 reden bijna alle coureurs van naam onder de vlag van La Sportive, zegt Cossins. Hun renners droegen licht grijze truien en, zeker als het stoffig of modderig was, waren ze nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden.

Etappe 13 van de Tour van 2019, een individuele tijdrit over 27,2 km in Pau, markeerde de honderdste verjaardag van de Maillot Jaune. Een eeuw geleden kon ‘Christophe Kanarie’ pronken met zijn opvallende outfit.

De eerste man in het geel

Deze Eugène Christophe had zes jaar daarvoor, in de Tour van 1913, al eens voor een fraai verhaal georgd. Voor die Tour was hij de grote favoriet. We focussen op de Koninginnenetappe van Bayonne naar Luchon over alle grote Pyreneeën-cols: Osquich, Aubisque, Soulor, Tourmalet, Aspin en Peyresourde, over goeddeels onverharde wegen. Hij stond tweede in het klassement na de Belg Odile Defraye op ruim 4 minuten.

De start was om 03.00 ’s nachts. Christophe trok meteen ten strijde. In Argelés-Gazost, na de Soulor, had hij een uur voorsprong op Defraye. Op naar de Tourmalet. Slechts één man kon Christophe, oftewel CriCri, volgen, de Belg Philippe Thys, zij het op een paar honderd meter. De koploper stortte zich van de Tourmalet en voelde dat het sturen moeilijk ging. Hij stapte af en constateerde dat beide vorken gebroken waren. Hij huilde van woede toen zijn concurrenten hem voorbij flitsten.

In Sainte Marie de Campan aan de voet van de berg, na 10 km lopen, kon hij eigenhandig – renners mochten niet worden geholpen - de fiets repareren bij de plaatselijke smid. Omdat hij een jongetje zijn band had laten oppompen kreeg hij nog eens 3 minuten tijdstraf. Hij klom weer op de fiets en bereikte de finish in Luchon na 326 km als 7e. De Belg Philippe Thys was toen al uren binnen, nam de leiding over en zou die niet meer afstaan. Christophe eindigde als 7e op ruim 14 uur.

Fietssponsor Peugeot kon natuurlijk niet aankomen met dat verhaal over gebroken vorken, en naar alle waarschijnlijkheid hebben zij daarom het verhaal in de wereld gebracht dat Cri-Cri zou zijn aangereden door een raceauto.

Het onrecht van 1913 werd dus een beetje rechtgezet met die eerste Gele Trui in 1919. In een interview met het blad Sporting Cyclist verklaart Christophe:

Zo kort na de oorlog, lag de fietsindustrie nog in katzwijm, en de enige materiaalsponsor was La Sportive en er was bar weinig onderscheid tussen de kleding die zij leverden. In etappe 5 op 7 juli 1919 stond de etappe Les Sables d’Olonne naar Bayonne op het programma. Monsieur Baugé, een official, klaagde bij Henri Desgrange dat als hij het al moeilijk vond de diverse renners er uit te pikken, het publiek langs de weg het al helemaal niet konden. Waarom geen speciale trui voor de leider?

Volgens Cossins, in zijn boek The Yellow Jersey, antwoordde de Tourbaas: “Lieve hemel, dat lijkt me een goed idee. Wat voor kleur moet die dan hebben?”

“Weet ik niet,” zei Baugé, “maar als ik in uw positie was, zou ik zo spontaan de kleur nemen van het papier van uw krant.”

En zo ontstond de nu beroemde Gele Trui, op basis van het mosterdgele papier van hoofdsponsor van die jaren L’Auto. Hij werd voor het eerst gepresenteerd vóór de start om 02.00, op 19 juli 1919 in café L’Ascenseur in Grenoble met 325 km te gaan naar Genéve. De renner die de koers leidde toen het leiderstrui-idee opkwam, dus na etappe 4, was dezelfde als die zich twee weken later als eerste in het geel mocht laten hullen.

Na de derde etappe in Brest had Christophe de leiding overgenomen van Henri Pélissier en had die nog steeds met Grenoble vóór zich. In een hoofdartikel in L’Auto, 19 juli 1919, schreef Desgrange:

Hedenmorgen heb ik de onversaagde Christophe een prachtige gele trui overhandigd. U weet al dat onze Tourdirecteur besloten heeft dat de klassementsleider in de koers een trui zal dragen in de kleuren van L’Auto. De strijd om het bezit van deze trui zal fel zijn. Jean Alavoine en zeker Firmin Lambot zullen hem willen dragen.

Christophe had een hekel aan de dikke wollen trui en, zoals het gerucht wil, hij klaagde dat het publiek kanariegeluiden maakte als hij passeerde. Zijn bijnaam was al Cri-Cri, een vogelgeluidje, en dat maakte het alleen maar erger.

Volgens een artikel uit 1999 van Jean-Paul Ollivier werd Cri-Cri geplaagd door renners en toeschouwers met grappige opmerkingen als: “Ah, de gele trui! Wat istie mooi, die kanarie! Wat doe je nu, Madame Cri-Cri?”

Het getreiter hield niet op, ging de hele wedstrijd door.

Natuurlijk kan Christophe dit zwaar overdreven hebben, want de trui van die tijd was meer mosterdgeel dan het kanariegeel van vandaag.

Belgian racing cyclist Firmin Lambot winner of the 1919 Tour de France, 29th June 1919

Foto: Getty Images

En, wat gebeurde er verder?

Christophe martelde 3 dagen in dat vervloekte geel tot hij het verloor op de voorlaatste dag, toen hij op de bonkige kasseiweggetjes van Valenciennes in Noord-Frankrijk op hetzelfde probleem stuitte dat hem had geveld in 1913 in de Pyreneeën. Dit keer was het het wegdek dat hem torpedeerde en niet een al dan niet vermeende raceauto. Het repareren van zijn voorvork kostte Christophe bijna drie uur tijdens etappe 14 van Metz naar Duinkerken. Hij moest de trui afstaan aan de Belg Firmin Lambot.

In L’Auto van de dag erna schreef Desgrange:

Arme, arme Christophe! Blijf bedaard, mijn moedige Christophe! Alle echte sportminnaars zullen vandaag een traan laten na je ongelooflijke pech, en wij, de geschiedschrijvers van de Ronde van Frankrijk, wij zullen weten, elk jaar, als het ogenblik daar is, om de loftrompet te steken over de heroïek van gedane ritten, dat zonder de noordelijke kasseien de 13e Ronde van Frankrijk de uwe zou zijn geweest.

In de slotetappe zakte Christophe van plaats twee naar drie achter Jean Alavoine na een vervelende serie lekke banden. Ze mogen hem getreiterd hebben om zijn kanarie-look, maar zijn miserie sloeg aan bij het publiek en hem werd hetzelfde prijzengeld toegekend als Lambot, de eerste Tourwinnaar in het geel.

Het prijzengeld kwam van donaties betaald aan L’Auto. Naar verluidt was bankier Henri de Rothschild de grootste donateur met 500 Franse franken. Les Woodland rapporteerde in zijn Yellow Jersey Guide to the Tour de France, dat er 20 lijsten in de krant nodig waren om alle donateurs te noemen.

Naast deze geldinjectie brachten al die gebroken voorvorken nog iets moois mee voor Christophe. “Hij kreeg een baan aangeboden door de eigenaar van de werkplaats waar hij de reparaties had uitgevoerd, omdat zijn arbeid zo accuraat was,” zegt Cossins.

Cri-Cri ging Poulidor voor. Hij won de Tour nooit maar eindigde als tweede in 1912 en als derde in 1919. Anders dan Poulidor, die nooit geel had gedragen, droeg Christophe het weer wel in 1922, drie dagen lang, tot hij naar de achtste plek afgleed in Parijs.

Nadat Lambot het geel overnam van Christophe in 1919, werd de maillot jaune aanvankelijk geschrapt, maar werd opnieuw ingevoerd in 1920 na de 9e etappe.

Na de dood van Desgrange in 1940 vonden zijn gekalligrafeerde initialen een plekje op de Gele Trui. Aanvankelijk op de borst, later in 1969 op de mouw en nu onderaan rechts boven de taille.

Niet alleen was Christophe de eerste gele truidrager, hij was ook de eerste in die fraaie traditie van coureurs die het geel verloren door een ongeluk of pech.

De grote Gino Bartali crashte in het geel in een rivier en uit de Tour in 1937. Tien jaar later verloor Pierre Brambilla de Gele Trui in de allerlaatste etappe aan Jean Robic, die de Tour won zonder één dag in het geel. Die prestatie werd in 1968 herhaald door Jan Janssen in diens fameuze slottijdrit, waarin hij de Vlaming Herman van Springel uit de leiderstrui reed.

Beter bekend bij de huidige wielerfans is hoe Laurent Fignon in 1989 de gele trui verspeelde in de slottijdrit aan Greg LeMond met het minuscule verschil van 8 secondjes.

De gebrilde Fignon had zes jaar eerder al eens geprofiteerd van het lijden van een andere geletruidrager, toen hij zijn eerste Tour won. Landgenoot Pascal Simon had dagenlang doorgestreden met een gebroken schouderblad voordat hij de pijp aan Maarten gaf op Alpe d’Huez een paar dagen vóór Parijs.

Wat korter geleden zijn zowel Fabian Cancellara als Tony Martin uit de Tour getuimeld, maar van die twee lijkt het onwaarschijnlijk dat ze het geel hadden kunnen vasthouden in de bergen.

De legende van het geel groeit

Maar de man die het meest synoniem is met de Maillot Jaune is Eddy Merckx. Hij veroverde zijn eerste geel na de winst in zijn debuut-Tour met bijna 18 minuten. Merckx heeft het record van de meeste dagen in het geel. De Brusselaar mocht 111 keer het geel aantrekken, hetgeen, rekening houdend met halve etappes, neerkomt op 96 dagen in dat tricot.

Deze iconische trui, vertelde Merckx aan Cossins, voert me terug naar zomervakanties in mijn kindertijd. Geel is de kleur van de zongeblakerde velden rond het dorp waar onze grootouders boer waren.

Na Merckx volgt Lance Armstrong met 83 maal geel, Bernard Hinault met 79 dagen, Miguel Indurain 60 en Jacques Anquetil met 52 dagen. Chris Froome mag nog hopen op een vijfde titel en heeft tot dusverre 59 gele dagen.

Van renners die de Tour nooit op hun naam schreven is Cancellara de renner met het hoogste aantal dagen in het geel. Zijn totaal van 29 is grotendeels te danken aan zijn abonnement op de zege in de proloog.

De geschiedenis van de gele trui is niet zonder schandalen, zelfs al vóór Lance Armstrong. Volgens Cossins is de Vlaming Michel Pollentier de meest in een geel verband omstreden coureur.

Ondanks zijn triomf in Alpe d’Huez in 1978, heeft Pollentier nooit geel gedragen omdat hij uit de koers getrapt werd nadat hij had geprobeerd de dopingcontroleurs te beduvelen met de inhoud van een ballonnetje gevuld met ‘schone’ urine.

Dan is er nog het geval van drievoudig Tourwinnaar Louison Bobet, die aanvankelijk weigerde het tricot te dragen in de jaren vijftig op grond van het feit dat het van synthetisch materiaal was – gevolg van een sponsorovereenkomst – en niet van de traditionele wol.

100 jaar later: de Tour de France van 2019

Tot de start van de 106de editie en de 100ste verjaardag van de Maillot Jaune zijn er in totaal 2145 gele truien toegekend aan 286 verschillende coureurs.

Na Mike Teunisssen werd Julian Alaphilippe in 2019 de 288ste , Met zijn heroïsch optreden en een totaal van 14 gele dagen, heeft Alaphilippe, koosnaam LouLou, het aantal dagen al voorbijgestoken dat zijn verre voorganger Christophe het kanariegele trui met zoveel tegenzin droeg.

Loulou’s titanenstuk gaf hem uiteindelijk 11 dagen achtereen geel. Daarmee versloeg hij de 10 achtereenvolgende dagen van die andere Fransman Thomas Voeckler, maar die heeft die stunt twee keer gedaan, in 2004 en 2011.

Frankrijk wacht nog steeds op een Tourwinnaar sinds Hinault, maar met Voeckler in 2004 mocht het even dromen toen deze, in het geel, 10 dagen lang Armstrong trotseerde en deze prestatie herhaalde in 2011. Toen verloor hij het geel aan Andy Schleck in Alpe d’Huez, die op zijn beurt het tricot moest afstaan aan Cadel Evans.

Als die twee series van Voeckler de romance van Frankrijk met de Maillot Jaune typeren, dan schreef Alaphilippe een nieuw hoofdstuk in de rijke historie van de Tour, toen hij voor het eerst sinds Voeckler geel droeg na een aanval in Saint Etienne in etappe 8 op Quatorze Juillet.

Alaphilippe werd, heel gepast, een speciale Gele Trui met beperkte oplage overhandigd met daarop een print van Eugène Christophe na zijn tijdritzege in Pau, etappe 13.

En, gelet op de pech van zijn verre voorganger was het terecht dat hij het geel zo lang kon vasthouden. Pas in de op twee na laatste rit werd hij gepasseerd door de jeugdige Colombiaan Egan Bernal.

Wielrennen

Kroonieken | Kidnapping en controverse - de eerste Zuid-Amerikaanse winnaar van een Grote Ronde

24/06/2020 OM 11:54
Wielrennen

Kop over Kop S02E21 | De grootste mysteries van de herstart van het seizoen

18/06/2020 OM 14:41
Gerelateerde onderwerpen
Wielrennen
Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel