Luister Kroonieken ook als podcast:

Spotify | Apple
Giro d'Italia
Giro d'Italia | Filippo Ganna pakt eerste Roze Trui
EEN DAG GELEDEN
Vandenbroucke’s grandioze winst in Luik-Bastenaken-Luik beloofde de eerste van een lange reeks Monumenten te zijn, maar bleek uiteindelijk het hoogtepunt van een buitengewoon getroebleerde levensloop. We kijken terug op die schitterende zege in La Doyenne in een jaar waarin alles wat de flamboyante Belg aanraakte, zelfs zijn haar, leek te veranderen in goud.
Na twee verhalen over twee edities van Parijs-Roubaix - die van 1921 met de gebroeders Pélissier en die van 2002 met Johan Museeuw - laat deze Krooniek zijn licht schijnen over wat velen zien als de gaafste LBL van de moderne tijd, de nieuwe standaard als het gaat over wielermonumenten.
Charmant en charismatisch en toch fragiel en intens, straalde deze lange, lichtblonde Vandenbroucke enerzijds een onmetelijk zelfvertrouwen uit, anderzijds een kwellende onzekerheid. Zijn biograaf beschrijft hem als “of alles, of niks, niets daar tussenin”.
Toen hij in 1999 tekende voor Cofidis, had de toen 24-jarige al een palmares van 48 profoverwinningen op zijn naam vóór Luik-Bastenaken-Luik. Hij had niet alleen voorspeld dat hij deze koers ging winnen, maar ook hoe en waar hij de beslissende klappen zou uitdelen.
Wat volgde na deze unieke triomf was een uiterst dramatische en treurige neergang, één die zijn weerga niet kent in de wielergeschiedenis. Vandenbroucke won zijn eerste monument, het was tevens zijn laatste. Een ware vloedgolf van verslavingen, aan cocaïne, amfetamines, slaappillen, alcohol en roem hielp de voorpagina’s van de dankbare Belgische roddelpers aan breeduit gemeten materiaal.
Tien jaar na zijn doorbraak in Luik was de herrezen Kannibaal dood. “Vlaanderen én Wallonië omhelsden de boreling en hebben hem dood geknuffeld. Hij zou nooit aan de hoge verwachtingen kunnen voldoen”, luidde het rouwbericht in De Volkskrant na de dood van Vandenbroucke in 2009.
Nu, alweer een decennium later zijn zijn onvergetelijke, heerlijke, historische aanvallen op La Redoute en de Côte de Saint-Nicolas nog steeds ongeëvenaard. Nog steeds heeft niemand iets laten zien dat net zo opzienbarend is als wat de opmerkelijke, maar kwetsbare VDB toonde op die zonnige aprildag in 1999. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dit ooit iemand wel gaat lukken. Dit is het verhaal van een gevallen, gemankeerde kampioen.
Voorafgaande aan één van de grootste eendagswedstrijden van het jaar, bereidden de fans zich voor op een spetterend duel tussen de twee best-presterende coureurs van dat voorjaar: tweevoudig winnaar de Italiaan Michele Bartoli en zijn Belgische uitdager, een man in puike conditie en met een vlotte babbel.
De 28-jarige Bartoli was op zoek naar een derde winst in Luik. Eerder die week had hij de Waalse Pijl al gewonnen en leek de beste papieren te hebben voor La Doyenne. Vandenbroucke had dat voorjaar al vijf keer mogen juichen, o.a. in Omloop Het Volk en in Parijs-Nice. Hij was na Peter van Petegem als tweede geëindigd in De Ronde, was in een gril gestart in Parijs-Roubaix en daar verrassend als 7de gefinisht.
De Brit Daniel Friebe (spreek uit: friebie) , verbonden aan het blad Procycling, was de laatste journalist die Vandenbroucke had geïnterviewd vóór zijn plotselinge dood in 2009. Friebe had eerder een jaar gewerkt voor Mapei, de ploeg van Vandenbroucke van 1995 tot en met 1998. De twee kenden elkaar. Volgens Friebe had Cofidis hem over de streep getrokken met een riant contract en de status van absolute kopman. “Frank vloog bij Cofidis vanaf de start. Hij had het buitengewoon naar zijn zin en voelde zich een paar maanden onkwetsbaar op zijn fiets. Bij Mapei was hij lang niet de enige ster. Daar schitteren was minder makkelijk, maar bij de Franse ploeg was hij de onomstreden eerste man.”
Zijn zelfvertrouwen was zo groot dat hij al heel lang tevoren had aangegeven hoe hij het zou spelen in Luik. Flink aan de boom schudden op de steile Redoute en het dan afmaken op de Saint-Nicolas.
De Redoute is natuurlijk altijd een sleutelpunt in de koers”, zegt Friebe. Dat was al heel vaak bewezen. Bartoli had al twee maal gewonnen en beide keren had hij daar zijn cruciale aanval geplaatst, dus dat was niet zo verrassend.
Maar Vandenbroucke was specifieker. Eerst zou hij het peloton uitdunnen op de Redoute, vervolgens gaf hij het nummer van het huis langs de Saint-Nicolas waar hij zou demarreren. Daarmee gaf hij niet alleen zijn bedoelingen prijs aan de rivalen, maar maakte hij zichzelf ook een potentieel mikpunt van spot door fans en de pers. Hij had dit soort geinige voorspellingen wel vaker gedaan, maar nooit op zo’n enorm platform. Iedereen kon het horen.
De brutaliteit en het enorme zelfvertrouwen als van een jeugdige borderliner, deed me denken aan wat Muhammad Ali placht te zeggen vóór een match, namelijk dat hij zijn opponent neer zou slaan in de vierde of vijfde ronde”, zegt Andy McGrath in Rouleur, auteur van een langverwachte biografie van Vandenbroucke in juni 2021.
“Maar in de boksring staan slechts twee kerels. In Luik-Bastenaken-Luik, 260 km en met meer dan 160 renners aan het vertrek en zoveel variabelen, ook al ben je de favoriet, gaat het zo makkelijk mis. Dit plan uitvoeren zou een sensationele vertoning zijn, die maar één keer zou kunnen slagen.”
Een televisie reporter vroeg hem aan de start of hij ging winnen. Vandenbroucke die zowel Nederlands als Frans spreekt zei met een lachje: ”ik hoop voor Bartoli dat hij tweede wordt.”
Het script van Vandenbroucke bepaalde dat zijn Italiaanse rivaal zijn voornemen de vierde coureur te worden die LBL drie maal achtereen won vaarwel kon zeggen. De beslissende aanval was gepland bij huisnummer 256, circa 5 km van de meet. Een vooruitzicht om van te watertanden, volgens McGrath, die Bartoli en Vandenbroucke beschrijft als “twee van de meest elegante en getalenteerde coureurs van hun generatie”.
Het ontbijt van Vandenbroucke op 18 april 1999 bestond uit een grote kom pap, drie geroosterde boterhammen met bosbessenjam, en wat bananenbrood. Een paar jaar later zou hij toegeven dat hij die dag niet alleen op pap zo sterk had gereden. De Franse paardendokter Sainz had hem gedopeerd, maar VDB hield staande dat dat niets afdeed aan de glans van zijn overwinning.
Iedereen gebruikte en ik dus ook. Dat is de waarheid en het doet niets af aan de waarde van mijn overwinningen,” zei hij in zijn autobiografie , Ik Ben God Niet, in 2008. Meer specifiek over zijn zege in Luik, vertelde hij het mannenblad Ché: “Het was een faire wedstrijd. Ik heb niets gedaan dat de nummers twee, drie, vier en vijf niet ook deden die dag. We vochten met gelijke wapens.”
De 85ste editie van Luik-Bastenaken-Luik werd eigenlijk pas interessant toen de Fransman Laurent Jalabert demarreerde met nog 94 km te gaan. De nummer twee achter Bartoli van de twee voorgaande edities gold als een serieuze outsider, ofschoon de 30-jarige Jalabert kennelijk dacht dat zijn enige kans bestond uit anticiperen vóór de twee andere favorieten met elkaar in de slag gingen.
Jalabert, in de Franse kampioenstrui, reed weg met de Italiaan Stefano Garzelli nog voor de Côte de Rosier. Jalabert loste Garzelli al snel en beging toen, in de woorden van Sean Kelly, een domme move, die gedoemd was te mislukken.
Het werd warmer, het wolkendek brak. Jalabert trok zijn jasje, handschoenen en armstukken uit, maar zijn voorsprong werd nooit veel meer dan een minuut. Het peloton werd uitgedund tot 48 renners en Mapei zette hun mannen op kop voor Bartoli en Bettini vlak vóór de Redoute. Toen pas liet Cofidis zien dat ze er ook nog waren. De lont kon erin!
De spanning stijgt. Alle grote namen zijn erbij als men begint aan de 1,6 km lange Redoute. Axel Merckx is teruggekomen na een val. Nederlands kampioen Michael Boogerd neemt het voortouw. Daar is ook Frank Vandenbroucke, de man van wie de Belgen dromen dat het hun nieuwe Eddy Merckx is.
Axel, zoon van de echte Eddy Merckx, rijdt hoog tempo om andere aanvallen te verhinderen ten gunste van ploegmaat Bartoli. Figuren als Polti’s Davide Rebellin en Michael Boogerd van Rabobank zien er scherp uit naast wereldkampioen de Zwitser Oscar Camenzind voor Lampre.
In het wiel van Axel Merckx lijkt Bartoli te barsten van strijdlust. Als de klim steiler wordt en het publiek talrijker kruipt een Cofidis shirt richting het front.
Frank Vandenbroucke heeft nu het wiel van Bartoli te pakken. Kennelijk is hij de komende minuten iets van plan. Bartoli ziet om en kijkt recht in de ogen van zijn grote rivaal. Dan valt hij aan. Hij zegt iets tegen Merckx als hij hem voorbij gaat. Merkckx wijkt naar links, rijdt Vandenbroucke klem tegen de hekken.
De eerste die reageert is Boogerd. Hij leidt de jacht op het steilste stuk. Bartoli heeft het duidelijk lastig met het stijgingspercentage van 19%. Hij doet het uiterste om wat licht te scheppen tussen hem en de achtervolgers. Hij lijkt niet de Bartoli van het vorige jaar, een echt gat slaan zoals toen lukt hem nu niet.
Dan, net als Boogerd Bartoli bijhaalt, rijdt Vandenbroucke weg bij de achtervolgers en komt naast de Italiaan. Het publiek wordt gek. Schouder aan schouder sprinten de twee voor hun leven, alsof de streep op de top van de Redoute ligt.
De blonde Belg wint het duel. De top wordt bereikt. De camera zoomt in op zijn gezicht. Hij oogt sereen, heeft nog adem genoeg. Hij gaat even uit het zadel, kijkt om en overziet de aangerichte schade. Dan zwaait de camera naar het bracket. De ketting ligt op het grote blad. Later wordt duidelijk dat Vandenbroucke nooit kleiner heeft gereden dan 42 x 16, ook niet op het steilste stuk.
“Ik ging te voet de Redoute op met het oog op mijn boek over Frank”, zegt McGrath. “Je krijgt een iets andere indruk en de klim lijkt nog zwaarder dan hij is. Dat die gast op die versnelling La Redoute op is gegaan slaat je met stomheid.”
Bartoli’s moraal was gebroken. Hij reed vierkant en nog vóór de top werd hij bijgehaald door Boogerd en zijn teamgenoot Maarten den Bakker. Vandenbroucke zette zich recht en wachtte op de jachtgroep. Hij had rake klappen uitgedeeld, zeker wat betreft Bartoli.
“De aanval van Vandenbroucke leek bijna gratuit – wat spierbalrollen – maar hij kwam wel degelijk aan. Bartoli was mentaal geknakt. De gevolgen voor hem bleven niet beperkt tot alleen deze koers“, zegt Friebe. “Tot dat moment zag hij zichzelf als klassiekerman nummer 1. Zeker in Luik kwam niemand bij hem in de buurt. En dan zet zo’n Vandenbroucke hem in zijn hemd, op de Redoute rijdt hij zo van hem weg op de grote plaat. Zie het als de ultieme vernederende demonstratie. Achteraf kun je natuurlijk makkelijk zeggen dat iemand die zo te keer gaat op de Redoute iedereen op Saint-Nicolas naar huis rijdt.”
Vandenbroucke had logischerwijs geen andere keus dan even bijkomen na de Redoute. Het was immers nog 25 km naar huisnummer 256…
Vóór de volgende klim, de Sprimont, zat onze held weer met een groep van 18, onder wie zijn ploegmaat Peter Farazijn en alle grote namen met uitzondering van Jalabert, die de handdoek had gegooid na zijn mislukte ontsnapping en Andrei Tchmil, de leider in de World Cup.
Op de Côte du Sart-Tilman was men dan toch weer samen met 18. Vandenbroucke en Farazijn overlegden, terwijl werkpaard Bettini zich op kop opofferde voor Bartoli en zelfs demarreerde. Toen probeerde Marco Velo het vlak voor de top, maar een sterke Farazijn loste die problemen op.
Wie er zou gaan winnen was niet te zeggen.
Eindelijk de Saint-Nicolas, een volgebouwde slingerweg van 1.2 km met een gemiddelde stijging van 10%. Farazijn hield een hoop tempo aan voor zijn kopman. Er volgden wat halfzachte speldeprikken van Bettini, Rebellin en Camenzind.
Michael Boogerd was de eerste serieuze demarrage. Hij spurtte voorbij Bartoli, Vandenbroucke aan zijn wiel. De Nederlandse kampioen voelde dat dit zijn kans was om zijn favoriete klassieker te winnen. “Maar ik werd keihard op mijn plaats gezet. Ik reed fantastisch, maar die knaap was niet te houden”, zei hij later.
De Belg bleef zo’n 100 meter in het wiel van Boogerd en leek zijn opties te wegen. Maar toen, in een bocht, gingen zijn handen van het stuur in de beugel, zijn kont uit het zadel en accelereerde hij zo ontaard snel dat hij in een oogwenk tussen de motoren zat en de Hagenees hopeloos gelost was.
“Hij demarreerde bij huisnummer 252 en niet bij 256”, zegt McGrath, “maar laten we daar geen punt van maken, toch?”
Vandenbroucke bleef staan op de pedalen de hele verdere klim. Toen hij het zadel weer opzocht voorbij de top, had hij een gaatje van 10 seconden.
Toen Boogerd eenmaal gelost was was er geen twijfel meer. Vandenbroucke had de tijdrit in De Panne al gewonnen dat jaar. Hij hoefde alleen maar door te kachelen tot de streep. Hij breidde zijn voorsprong nog uit op dat lange stuk vals plat naar Ans waar hij de overwinning kon vieren.
VDB won in 6 uur en 25 minuten. Zijn gemiddelde was 41.1 km per uur, een record. Boogerd kwam na hem op 30’ vóór zijn land- en ploeggenoot Den Bakker op 41’. Het Mapei duo Bartoli en Bettini maakte de top vijf vol.
“Voor mij is het een droom die uitkomt”, zei de Belg zittend tegen een hek, alsof hij op het strand was. “Een coureur denkt daar altijd aan. Na Parijs-Roubaix dit voor elkaar krijgen is niet gering.” Er kon een lachje vanaf toen een soigneur hem een handdoek aanreikte. “Vandaag valt alles op zijn plaats. Ik had me dit zo voorgesteld, maar het blijft een droom die uitkomt.”
Tot op de dag van vandaag is deze overwinning van Vandenbroucke de perfecte demonstratie van een allround coureur in de geschiedenis van Luik. Niemand had toen kunnen geloven dat dit de laatste klassiekerwinst was voor deze 24-jarige, bijnaam Il Bimbo d’Oro.
Wat zei Jose de Cauwer bijvoorbeeld: ‘Het zal niet de laatste Wereldbeker-zege van Vandenbroucke zijn. Hij is een supertalent. Van hem hebben we het laatste nog niet gezien”. Maar Michel Wuyts had kort tevoren gewed met De Cauwer dat een klassiekerzege van VDB nog wel een paar jaar kon wachten. Maar hij was toen nog jong en onervaren. Wuyts, wordt hier bedoeld.
Ook het Britse journaille was lyrisch over deze, in hun ogen, nieuwe Merckx. Zoals Daniel Friebe het verwoordde: “Niet alleen zien we hier een superieur staaltje van taktiek en een ongelooflijk vermogen, het is ook de pure schoonheid van zijn manier van fietsen, die lange benen, die hoge zit. It was just poetry in motion.”
Deze triomf in Luik was, zo zou achteraf blijken, het hoogtepunt in de carrière van Il Bimbo d’Oro. (de gouden jongen) Die avond reisde hij naar huis, naar Ploegsteert, een dorp aan de Franse grens voor een ruig feestje met familie, vrienden, ploegmaats en plaatselijke fans. Hij was die typische dorpsjongen, was opgegroeid boven het dorpscafé en het hijsen en hossen was bijna net zo imponerend als zijn aanval op de Redoute.
Volgens een Cofidis ploegmaat is Vandenbroucke 3 nachten niet in bed geweest, niet de ideale voorbereiding op het verdedigen van de toppositie in het Wereldbekerklassement in de Amstel Gold Race, een week later. Hier greep Michael Boogerd er eindelijk niet naast. Hij klopte Lance Armstrong nipt, en een lodderige Vandenbroucke werd niettemin 25ste.
Hij zou vier maanden niet koersen. Een paar weken later zat hij in een Parijse cel, samen met zijn teamgenoot Philippe Gaumont voor ondervraging over hun connecties met Bernard Sainz, de beruchte Dokter Mabuse.
Hij werd vrijgesproken, maar dit was het begin van het einde. Maar eerst nog één hoeraatje. Nadat hij een interne schorsing door Cofidis had uitgediend, kwam hij terug voor de Vuelta in Augustus, nog steeds in 1999. Hij reed hier iedereen van de sokken. Hij won twee etappes, eindigde als 12de in het AK en greep de puntentrui.
Volgens Friebe was deze Vuelta het slechtste wat hem kon overkomen omdat hij superieur was. Deze Spaanse zeges volgden een paar dagen na zijn ontmoeting met Sarah Pinacci. Voor dit Italiaanse model verliet hij prompt vrouw en pasgeboren dochter en begon hij een tumultueuze relatie die hem geen enkel goed deed.
In een documentaire uit 2007 over zijn prestaties in die Vuelta, zei VDB: “Ik kwam voor mijn gevoel van een andere planeet. Misschien was dat het drama. Het ging allemaal zo makkelijk. Later heeft dat een hoop problemen gegeven …” De dopingbeschuldigingen en zijn schorsing na LBL zetten zijn Vuelta prestaties zeker in een ander licht.
Tegen de tijd van de WK in Verona, deed VDB opnieuw een greep in zijn trukendoos. Hij voorspelde dat hij de regenboogtrui ging pakken met minuten voorsprong. Dat is niet wat er gebeurde. Oscar Freire won de eerste van drie gouden medailles. De valse profeet volgde als 7de ondanks breuken in beide handen na een crash.
Die twee etappezeges in de Vuelta zouden zijn laatste zijn. Zijn loopbaan sleepte zich nog een jaar of tien voort en zou meer comebacks te zien geven dan die van Lance Armstrong bij een concert van The Spice Girls. Vandenbroucke zat contractueel vast aan Cofidis. In het jaar 2000 deed hij wat verplichte nummers, maar er werd meer gepraat over zijn nachtleven dan over zijn elegante manier van fietsen. Hij nam zelfs niet de moeite zijn LBL titel te verdedigen. Die ging in 2000 naar Paolo Bettini. Pas een decennium later in 2011 smaakte België weer de eer van een zege in Luik dankzij Philippe Gilbert. Op dat moment was Frank Vandenbroucke al dood en begraven.

Frank Vandenbroucke

Foto: Eurosport

Zijn ondergang was snel, bitter en onverwacht. Wie had kunnen denken dat hij zou sterven minder dan 10 jaar na zijn eclatante winst in Luik. Sportief gezien een enorm verlies, maar het menselijke verhaal erachter is nog tragischer.
In zijn autobiografie ‘Ik Ben God Niet’ noemt hij naar zijn overgang naar Cofidis en zijn relatie met Philippe Gaumont de katalysator van zijn zelfvernietiging en het begin van wat hij noemt ‘zijn val in de hel’. In die ploeg kon je indertijd spreken van een semi-structureel probleem wat betreft het gebruik van slaappillen en amfetamine en daar ging het mis met VDB.
Zijn familie heeft altijd naar Gaumont gewezen als de figuur die hem vertrouwd maakte met de slaappillen Stilnoct en alcohol, maar ook met de homeopatische shaman Sainz, die VDB’s goeroe en een tweede vaderfiguur werd. Later leidden Gaumont’s drugsbekentenissen tot het zogenoemde Cofidis-schandaal. Als gevolg daarvan werd de Brit David Millar in 2004 twee jaar geschorst.
Achteraf kun je stellen dat VDB beter niet naar Cofidis had kunnen gaan. Hij liet zich daar door niemand iets vertellen en voor niemand had hij enig ontzag. Slaappillen nemen met alcohol op trainingskampen en in teamhotels leidde al in 1999 tot pijnlijke scenes en tot een aantal zeer riskante nachtelijke escapades. Vroeg of laat moest de bom barsten.
We denken aan een parallel geval, aan Jan Ullrich en zijn Tourwinst in 1997, niet lang voordat iedereen de schellen van de ogen vielen. Kennelijk waren velen tot die tijd zo naief om bij bijzondere prestaties blind te zijn voor verbanden met figuren als Bernard Sainz, ofwel dokter Mabuse.
VDB mag de dans ontsprongen zijn in 1999, twee jaar later werd hij aangehouden op de snelweg voor te hard rijden. Dokter Mabuse zat naast hem en de doos van Pandora ging weer open. Zijn huis in Lebbeke werd doorzocht en er werden diverse drugs aangetroffen. Frank zei: “die zijn voor mijn hond”.
Pas in 2004, gaf hij eindelijk toe, dat hij groeihormonen, EPO, amfetamine, morfine en steroiden had gebruikt. Hij was onderhand toe aan zijn vierde ploeg na Cofidis. Hij werd weliswaar tweede na Peter van Petegem in de Ronde van Vlaanderen van 2003, maar van koersen kwam het steeds minder.
Een serie coaches is er niet in geslaagd iets van de oude glans terug te brengen. Keer op keer beloven ‘ik kom terug’ en dan zo weinig presteren, maakte hem eigenlijk tot een lachertje.
Ook naast de fiets was zijn leven een zooitje. Hij was getrouwd met Pinacci, maar toen hij na de zoveelste knallende ruzie een geweer afschoot in de lucht verliet ze hem definitief. Men beweert dat hij twee keer een zelfmoordpoging heeft gedaan – in 2004 en in 2007, en ook dat hij eens deelnam aan een koers in Italië met een vervalste licentie met een pasfoto van Tom Boonen.
Een hardnekkige knieblessure maakte in 2007 een einde aan zijn laatste poging de Giro te rijden. Toen, in oktober 2009, op vakantie in Senegal, werd hij dood gevonden in zijn hotelkamer. Zijn geval lijkt sprekend op dat van zijn al overleden vriend Marco Pantani. De autopsie gaf aan dat hij gestorven was aan longembolie. Er waren ook tegenstrijdige rapporten over drugs die naast zijn bed zijn gevonden. Boezemvriend Gaumont zou ook niet oud worden. In 2013 overleed hij aan een zware hartaanval.
Frank Vandenbroucke was 24 en een enorme belofte toen hij Luik zo eclatant won. We zijn nu 20 jaar verder en het afgelopen seizoen hebben we een aantal zeer jonge renners impressionant aan het werk gezien. We denken aan Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar, Egon Bernal en Remco Evenepoel. Is het misschien een goed idee als deze knapen de biografie van VDB lezen, geschreven door Andy McGrath, hoofdredacteur van het Engelstalige wielerblad Rouleur?
Giro d'Italia
Giro d'Italia 2021 | Voorbeschouwing en starttijden etappe 1: Turijn - Turijn
GISTEREN OM 11:01
Wielrennen
Tadej Pogacar wint Luik-Bastenaken-Luik
25/04/2021 OM 15:29