In Kroonieken lees je legendarische verhalen uit de geschiedenis van het profpeloton: Van de enorme gok van Eddy Merckx op de Galibier in 1972 – via de ontvoeringen en controverse achter de eerste Zuid-Amerikaanse winst in een grote ronde – tot het WK waar de Amerikaanse ploeggenoten Greg LeMond en Jock Boyer bittere rivalen werden. Een hoop moois dus om op terug te blikken – en veel om naar uit te zien.

Maar we beginnen met het beroemdste ‘monument’ van het wielrennen: de Hel van het Noorden.

Wereldkampioenschappen
WK Imola | Anna van der Breggen wint tijdrit, Chloe Dygert hard onderuit
24/09/2020 OM 15:10

'Toen Parijs-Roubaix twee winnaars had' liever als podcast luisteren? Dat kan, via Spotify, Appleof jouw favoriete podcast app.

Hoe kan het dat het aantal officiële winnaars van Parijs-Roubaix groter is dan het aantal keer dat deze klassieker is verreden?

De meeste fans in het wielerstadion van Roubaix zullen op eerste paasdag in april 1949 hard hebben gejuicht toen de Fransman André Mahé in de spint de Belg Frans Leenen versloeg, en zo de meest prestigieuze eendagswedstrijd op zijn naam schreef.

Ze zullen zijn onconventionele binnenkomst in het Vélodrome – via de perstribune en over een hek aan de overkant van de baan – wel een beetje raar hebben gevonden. Maar, in een tijd lang voordat de winnaar een kassei mee naar huis kreeg, zullen ze vervolgens hebben gezien hoe de opgeluchte renner uit Bretagne de door Rizla-sigaretten gesponsorde trofee omhoog hield op het hoogste podium.

Als ze het Vélodrome direct daarna hadden verlaten, hebben ze niet de kans gehad om hun afkeur te laten blijken toen een paar minuten later werd aangekondigd dat de winst in plaats van aan Mahé werd toegekend aan Serse Coppi, de Italiaanse renner die de achtervolgers had aangevoerd en op enige afstand op de derde plaats was geëindigd.

Maar dan zullen ze het de volgende dag wel op de voorpagina van de sportkrant L'Équipe hebben gelezen: “Mahé, eerste na 200 meter te ver te hebben gereden, later gediskwalificeerd.”

Hier is wat uitleg natuurlijk op zijn plaats…

Wat was er nou eigenlijk gebeurd?

Eerst een beetje context:

De grote favorieten voor Parijs-Roubaix waren in 1949 de jonge Belg Rik Van Steenbergen (de titelverdediger) en de Italiaanse superster Fausto Coppi (Serses oudere en meer illustere broer). Slechts enkele dagen vóór de koers, bij de Waalse Pijl, was er iets voorgevallen waardoor – in de woorden van journalist Peter Cossins, auteur van het boek De Monumenten – “enige wrevel” was ontstaan.

De Belg was gelost uit de kopgroep waarin Coppi zat. Maar op de een of andere manier slaagde hij erin om terug te komen vóór de eindstreep, waar hij in de sprint de rest met overmacht versloeg. Coppi beschuldigde de Belgische perswagens ervan hun landgenoot te hebben geholpen, en vervolgens waren beide mannen erop gebrand om te voorkomen dat de ander in Roubaix zou winnen. Dit bood kansen voor een aantal minder grote renners, zoals Serse en de Fransman André Mahé.

Tegen het einde van de koers van 244 kilometer naderde Mahé met zijn landgenoot Jésus-Jacques Moujica en de Belg Frans Leenen het wielerstadion van Roubaix met een kleine voorsprong op een groep achtervolgers, waaronder de jongste Coppi. In de chaos reden ze achter de volgwagens aan die weg van de route werden geleid, in plaats van dat ze de baan op gingen.

Bij de ingang van het Vélodrome waren overal mensenmassa’s die de weg versperden. Ik keek om me heen waar ik naartoe moest en werd rond de buitenmuur van het stadion geleid, richting het parkeerterrein voor de ploegwagens. Er werd later gezegd dat ik had moeten weten hoe ik de baan op moest rijden. Maar hoe kun je zoiets nog weten aan het einde van Parijs-Roubaix, als je de hele dag hebt gekoerst over zulke moeilijke wegen? Een gendarme wees me de weg, en die weg heb ik genomen.

De schuld lag inderdaad duidelijk bij de agenten, die in paniek waren geraakt toen ze de renners met 50 kilometer per uur richting het kruispunt zagen denderen, met die enorme drukte eromheen.

Jacques Goddet schreef er het volgende over in zijn redactionele commentaar in L'Équipe: “Ik bevond me net achter de drie slachtoffers, juist op het moment van het incident, en ik kan u verzekeren dat de politieagenten die op het kruispunt van de juiste route stonden, Moujica, Mahé en Leenen met duidelijke armgebaren verkeerd hebben gestuurd, waardoor Parijs-Roubaix dit jaar volledig betekenisloos is geworden.”

Moujica, de beste sprinter van het drietal, realiseerde zich dat ze fout zaten en remde, maar zijn pedaal brak af. Mahé en Leenen zochten intussen naar een uitweg uit de chaos. Uiteindelijk werden ze een trap op gewezen naar de perstribune, waar ze naar beneden konden klauteren en aan de overkant van de normale ingang de baan op konden.

De paniek was voorbij, en Mahé versloeg Leenen in de sprint. Zo behaalde hij de grootste zege van zijn carrière – maar ook die met de grootste kanttekening. Minder dan een minuut later, terwijl Mahé zijn overwinning nog aan het vieren was, leidde Serse Coppi als ‘beste van de rest’ een selecte groep volgers over de eindstreep.

De koers zat erop, maar het gedoe was pas net begonnen.

Coppi wordt aangewezen als winnaar

Toen ze hoorden over de vermeende sluipweg van Mahé naar de finish, diende Coppi’s Italiaanse ploeg Bianchi-Ursus een officiële klacht in, op grond van artikel 156 van het UCI-reglement, waarin stond dat “de oorspronkelijke route op reguliere wijze moest worden gevolgd”.

Mahé, die voor de rivaliserende Franse ploeg Stella-Dunlop reed, had amper zijn ereronde volbracht toen door de luidspreker werd aangekondigd dat Serse Coppi de winnaar was.

Maar de regels konden duidelijk op verschillende manieren worden uitgelegd, aangezien in artikel 156 ook stond dat “de renners aanwijzingen van de wedstrijdfunctionarissen en wetshandhavers moesten opvolgen”.

In dit geval hadden de politiemannen de kopgroep duidelijk weggeleid van de oorspronkelijke route, waardoor hun rit ironisch genoeg 200 meter langer was geworden.

Hoewel L'Équipe de officiële uitslag wel moest accepteren, was de Franse sportkrant verbijsterd door het besluit. Onder het mom van compensatie keerde het dagblad een geldbedrag uit aan Mahé, Leenen en Moujica dat vergelijkbaar was met de verdiensten van de top drie van de koers. Dit was echter een schrale troost voor de man die dacht dat hij Parijs-Roubaix had gewonnen.

André Mahé, winnaar van Parijs-Roubaix in 1949

Foto: Eurosport

“Ik werd zelfs ondervraagd door de Franse wielerfederatie,” vertelde Mahé later aan Les Woodland, auteur van het boek Paris-Roubaix: The Inside Story.

Het voelde alsof ik veroordeeld was. Blijkbaar vonden ze dat ik op de een of andere manier vals had gespeeld. Ik moest me verantwoorden, terwijl het enige wat ik had gedaan was de route-aanwijzingen volgen.

Vijf dagen later herzag de Franse wielerfederatie echter haar beslissing en werd Mahé toch weer tot winnaar uitgeroepen, met Leenen op de tweede plaats. De Italianen klaagden vervolgens bij de UCI en de discussie hield aan tot augustus, toen de internationale wielerbond, ten einde raad, de wedstrijd ongeldig verklaarde en de definitieve beslissing uitstelde tot hun jaarlijkse bijeenkomst in Zürich in november.

Wat was de rol van Fausto Coppi?

Fausto was niet alleen een grote steun voor Serse op de dag zelf; ook daarna speelde hij een belangrijke rol in de grootste overwinning van zijn broers korte carrière. De oudere Coppi had al twee keer de Ronde van Italië gewonnen en drie keer Milaan-San Remo. Hij was het die Serse aanspoorde om het resultaat te betwisten.

De twee Coppi’s, met een leeftijdsverschil van vier jaar, waren onafscheidelijk. Terwijl Fausto verlegen en gereserveerd was, was Serse de personificatie van la dolce vita: een rokkenjager, van wie werd gezegd dat hij zeer goed geschapen was, en die dronk, rookte, danste en zong. “Een vrolijker maar lelijker versie van Fausto,” aldus een Italiaanse journalist uit die tijd.

Als het op fietsen aankwam, was Serse in elk geval de tegenpool van zijn broer. Een accordeon, een eend en een giraf – met al die dingen werd Serse vergeleken als hij op zijn fiets zat. Volgens John Foot, auteur van het boek Pedalare! Pedalare!, werd over Coppi junior gezegd dat hij de enige profwielrenner ter wereld was die niet wist hoe hij moest fietsen.

Een man loopt langs een muurtekening van de Italiaanse wielerlegendes Fausto en Serse Coppi in Castellania, vlakbij Tortona in Noord-Italië, op 15 november 2016. / AFP / MARCO BERTORELLO

Foto: Eurosport

“Het was ondenkbaar dat Serse Coppi ooit Parijs-Roubaix zou winnen,” zegt Herbie Sykes, kenner van het Italiaanse wielrennen, in het boek To Hell on a Bike: Riding Paris-Roubaix – The Toughest Race in Cycling van Iain MacGregor. “Hij was Serse – hij was een prima knecht, daarover bestaat geen twijfel – maar je kon hem met de beste wil van de wereld nog geen potentiële klassiekerwinnaar noemen.”

En toch schijnt op die dag, toen Fausto en Van Steenbergen vooral elkáár onschadelijk wilden maken, Coppi zijn broer te hebben toegestaan om in de aanval te gaan. Volgens Mahé “gaf hij hem zelfs een duwtje om hem weg te laten komen”.

Toen Fausto ontdekte wat er bij de finish was gebeurd, wendde hij zijn aanzienlijke invloed aan om de wedstrijdjury onder druk te zetten om het resultaat te veranderen en Serse tot winnaar uit te roepen. En toen de Franse wielerfederatie Mahé vijf dagen later de zege teruggaf, zette Coppi zijn hakken in het zand en dreigde hij de Tour de France in juli van datzelfde jaar en Parijs-Roubaix in 1950 te boycotten.

Hoewel de uiteindelijke beslissing van de UCI pas in november viel, wordt algemeen aangenomen dat Fausto Coppi, die veel geld in het laatje bracht voor een grote ronde als de Tour, al eerder toezeggingen kreeg dat Serse zijn titel niet zou kwijtraken.

Er was ook een politieke plotwending

De controverse vond plaats kort vóór een verkiezing voor het voorzitterschap van de UCI, waardoor de hele situatie nog ingewikkelder werd. Kandidaten wilden immers de landen die lid waren van de bond te vriend houden.

Er werd gezegd dat België partij had gekozen voor Italië om de Fransen dwars te zitten. Dit bracht UCI-voorzitter Archille Joinard in een lastig parket, aangezien hij herkozen wilde worden en de Italiaanse stemmen nodig had. Fausto voerde de druk op door tegen journalisten te zeggen dat hij verwachtte dat Serse “zijn overwinning wel zou krijgen”. Volgens Sykes “stonden de Italianen daardoor erg sterk”.

Dan was er verder nog de pas geïntroduceerde Challenge Desgrange-Colombo, een wielercompetitie die het hele seizoen duurde en die van 1948 tot en met 1958 heeft bestaan. Deze competitie was bedacht door de kranten L'Équipe (opgericht door Henri Desgrange) en La Gazzetta dello Sport (geleid door Emilio Colombo). Het was een voorloper van de wereldranglijst, waarbij in alle belangrijke koersen op de jaarkalender punten konden worden gescoord.

Alsof alles nog niet genoeg politiek getint was in het naoorlogse Europa, stimuleerde deze competitie renners van bepaalde landen om hun vleugels uit te slaan. De grote Italiaanse sterren begonnen wedstrijden in Frankrijk te rijden om punten binnen te halen en Coppi, de grootste renner van allemaal, zou in juli gaan starten in zijn allereerste Tour de France, na in de lente voor het eerst de kasseien van Roubaix te hebben bereden.

Als je dit alles in gedachten houdt, was het misschien wel onvermijdelijk dat de UCI met een oplossing kwam waarvan ze hoopten dat die iedereen tevreden zou stellen – één waarbij de namen van André Mahé en Serse Coppi als gedeelde winnaars op een bronzen plaatje in de doucheruimtes van het Vélodrome van Roubaix werden gegraveerd.

“Ze hebben het probleem omzeild,” zegt Sykes, die vond dat ze Mahé “tekort hadden gedaan”.

Mahé en de Franse federatie zagen het als verraad, maar ze móesten het wel slikken. Jaren later was Mahé er nog verbitterd over, en hij heeft altijd volgehouden dat hij Parijs-Roubaix eerlijk had gewonnen.

Wat is er van de hoofdrolspelers geworden?

Ondanks zijn dreigement reed Fausto Coppi dat jaar zijn eerste Tour de France uit en versloeg hij zijn landgenoot en rivaal Gino Bartali in de strijd om de gele trui. Zo behaalde hij als eerste in de geschiedenis de dubbel – winst in de Giro en de Tour – en natuurlijk keerde hij in 1950 terug naar Parijs-Roubaix, waar hij won na een van zijn verbijsterende lange solo’s.

Met geen van deze zeges was Il Campionissimo echter zo blij als met die ene overwinning waaraan hij zijn jongere broer in 1949 had geholpen. “Fausto hield hartstochtelijk van zijn jongere, minder getalenteerde broer, die door de natuur een beetje was verwaarloosd en die was opgegroeid in de enorme schaduw van zijn oudere broer,” schreef de Franse journalist Olivier Dazat.

De zege van de kleine Serse bezorgde Fausto de grootste vreugde in zijn carrière. Gek genoeg was het alsof dit zijn mooiste triomf was.

Italiaans wielrenner Fausto Coppi (R) poseert met zijn broer Serse Coppi (C), die net Parijs-Roubaix had gewonnen, op 18 april 1949. Fausto Coppi (1919-1960), een van 's werelds bekendste wielrenners, overleed op 40 jarige leeftijd aan malaria.

Foto: Eurosport

Helaas gebeurde er twee jaar later een drama. In juni 1951 overleed Serse op slechts 28-jarige leeftijd aan een hersenbloeding, nadat zijn voorwiel in Turijn in een trambaan was blijven steken tijdens de Ronde van Piëmont. Nadat hij zijn broer in zijn armen had zien sterven, kon Fausto drie dagen niet eten en zwoor hij te stoppen met wielrennen.

De Tour begon vier dagen daarna. Coppi startte toch, met een rode helm op zijn hoofd, maar zijn hoofd stond er niet naar en hij finishte uiteindelijk als tiende. Hij zou de Giro (tweemaal) en de Tour opnieuw winnen, maar zonder zijn talisman aan zijn zijde zou hij nooit meer dezelfde renner zijn. Na zijn dood door malaria in 1960 werd Fausto herenigd met Serse in een graf in hun geboorteplaats Castellania (zo’n 100 kilometer ten zuidoosten van Turijn).

Mahé daarentegen leefde nog tot 2010, toen hij op 90-jarige leeftijd in zijn huis in Bretagne overleed. Hij had in 1950 Parijs-Tours nog gewonnen en was in 1952 als derde gefinisht in Roubaix. Maar hij heeft altijd volgehouden dat de UCI was gezwicht voor de politieke druk van Serses beroemde broer:

Coppi was er op gebrand om zijn broertje een grote overwinning te bezorgen. Hij was een groot kampioen, Coppi, maar wat hij deed – zo protesteren om zijn broer aan een zege te helpen – was een kampioen onwaardig. Dat was een lage streek. Een kampioen als hij had niet zo diep moeten zinken. Ik heb het er nooit met hem over gehad. Nooit. Waarom zou ik?

Is er daarna ooit nog zoiets gebeurd?

Interessant genoeg is Parijs-Roubaix niet de enige van de vijf grote klassiekers – de zogenaamde ‘monumenten’ – die meer winnaars kent dan het aantal verreden edities. Zoals Cillian Kelly, statistiekenkoning en mederedacteur van The Road Book, Cycling Almanack 2018, uitlegt, is er in 1957 iets vergelijkbaars gebeurd in Luik-Bastenaken-Luik. “Germain Derycke won, maar werd gediskwalificeerd omdat hij over een gesloten spoorwegovergang was gegaan.”

“De zege werd toegekend aan andere Belg, Frans Schoubben, maar na enkele boze protesten werd Derycke in ere hersteld. Hierna volgden weer klachten van Schoubben, en uiteindelijk werden ze maar allebei tot winnaar uitgeroepen.”

Kelly herinnert zich ook het bizarre slot van het Belgische kampioenschap voor nieuwelingen in 1986, toen de wedstrijdofficials – bij gebrek aan fotofinish-apparatuur – niet konden vaststellen wie de millimetersprint tussen Wilfried Nelissen en Serge Baguet had gewonnen. Wellicht geïnspireerd door het strafschoppenconcept uit het voetbal “lieten ze het tweetal de laatste kilometer opnieuw rijden, één tegen één. Nelissen won.”

Zou in het moderne wielrennen hetzelfde kunnen gebeuren in het Vélodrome van Roubaix?

In één woord: nee.

Het is niet zo dat renners niet meer verkeerd kunnen rijden; in 2017 overkwam dit Wout Poels nog in de finale van een etappe in de Ronde van Italië. Maar dat de organisatie zich er vanaf maakt met gedeelde winnaars, dat zou vandaag de dag niet meer worden geaccepteerd. De fans van tegenwoordig zouden dat niet meer laten gebeuren.

“Er zijn zoveel meer ogen op de koers gericht nu,” zegt Kelly. In 1949 hoorden fans pas in de kranten van de volgende dag over het lot van Mahé.

“Nu ziet iedereen alles meteen. En zoals we in het recente verleden hebben gezien, kunnen beelden die op sociale media worden geplaatst behoorlijke invloed hebben.” Denk aan de diskwalificaties van Vincenzo Nibali en Romain Bardet in twee afzonderlijke incidenten met “plakbidons”.

“Koersorganisatoren komen niet meer weg met het omzeilen van de regels, doordat we tegenwoordig allemaal amateurscheidsrechter zijn,” aldus Kelly. “Ze zouden worden gedwongen om een keuze te maken.”

Cossins denkt dat Mahé in onze tijd zijn zege misschien niet had mogen houden, omdat hij de officiële route niet had voltooid. “Maar misschien heeft het wel twee kanten,” zegt hij. “Die koers uit 1949, en daarmee de naam van Mahé, herinneren we ons juist vanwege de gebeurtenissen in die finale. Door het voorval werd het een uitzonderlijke Parijs-Roubaix die we niet snel zullen vergeten. Ik ben er niet zo zeker van dat we Mahés naam nog zouden kennen als het niet was gebeurd.”

Dus misschien had de oorspronkelijke winnaar van Parijs-Roubaix van 70 jaar geleden toch tevreden moeten zijn: de controverse heeft hem immers onsterfelijk gemaakt. Maar ja, leg dat maar eens uit aan André Mahé, die gedoemd is om voor altijd een douche in Roubaix te delen met Serse Coppi.

Dit was de eerste aflevering van Kroonieken, door Eurosport – geschreven door Felix Lowe en verteld door Toon Kroon, de podcast wordt ingesproken door Karsten Kroon. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook.

In de volgende aflevering blikken we terug op de zege van Bernard Hinault in Luik-Bastenaken-Luik in 1980: het was een helletocht voor de halfbevroren Fransman, met sneeuwstormen en ijzige kou.

Dit was de eerste aflevering van een nieuwe serie – dus als je hebt genoten van deze etappe uit de wielergeschiedenis, abonneer je dan, vertel het door, en beoordeel ons bij jouw podcastaanbieder.

Wereldkampioenschappen
WK Imola | Anna Van Der Breggen wint tijdrit, Chloe Dygert hard onderuit
24/09/2020 OM 14:55
Tour de France
Tour de France | Pogacar grijpt op onwaarschijnlijke wijze de macht in tijdrit
19/09/2020 OM 21:58