Het verhaal van Rui Costa is er niet een van miskend talent. Nee, bij de Portugese spelmaker - bijnaam: Il Maestro - heeft er nooit enige twijfel bestaan over zijn voetballend vermogen. Rui Costa is techniek. Een steekpass die op de millimeter nauwkeurig is aangesneden. Een aanname waarmee hij achteloos drie tegenstanders een paar tellen het bos instuurt. Een kapbeweging die een geheel ander soort speelveld doet ontvouwen.
Op vijfjarige leeftijd wordt Costa al ontdekt. Zijn ontdekker? De grootste speler die het Portugees tot dat punt heeft gekend. Het is niemand minder dan Eusébio die in de dribbels van de vijfjarige Manuel Rui een toekomstig topvoetballer ziet. Nog in diezelfde week doet het kleine ventje voor het eerst mee op de training van de club waar hij tot superster zou uitgroeien, Benfica.
Tokio 2020
Olympische Teams van Toen: Argentinië 2004
25/05/2020 OM 10:13

Rui Costa bij Benfica

Foto: Getty Images

Na de jeugdopleiding als gekoesterde technische parel te zijn doorlopen in Lissabon, speelt Costa’s eerste profseizoen zich af in een Noord-Portugees provinciestadje. Op achttienjarige leeftijd wordt hij een jaar verhuurd aan tweedeklasser Fafe. Maar nog voordat hij in de zomer van 1991 definitief als clubspeler bij Benfica terugkeert, vindt de grote doorbraak van Costa al plaats. Hij is op het WK-onder-de-21 de grote uitblinker van een gouden Portugese generatie, waar hij samen met Luís Figo, João Pinto en Capucho een zeldzaam getalenteerde voorhoede vormt. Costa maakt de winnende treffer in de met 1-0 gewonnen halve finale, en schiet in de penaltyserie in de finale tegen Brazilië de beslissende strafschop raak. Het zou een voorbode blijken van een terugkerend fenomeen. Waar Costa bij zijn clubs vooral beslissend is met individuele acties, spelinzichten en steekpasses, laat hij bij de nationale ploeg zien ook in staat te zijn tot het maken van belangrijke goals. Eenmaal terug bij Benfica is Costa een gearriveerde ster. In 1993/94, zijn laatste seizoen in Portugal voor de overstap naar de Serie A, leidt Costa samen met partner-in-crime João Pinto zijn Benfica naar de enige landstitel die de club in de periode tussen 1992 en 2005 zou behalen.

Costa en Figo bij Portugese nationale ploeg

Foto: Getty Images

Ondanks de landstitel blijft Benfica kampen met grote financiële problemen. De ster moet daarom verkocht worden. Costa tekent bij Fiorentina. De samenwerking blijkt, zowel voor de Portugees als voor La Viola, een schot in de roos. Costa vormt - onder toptrainers Claudio Ranieri en Giovanni Trappatoni - samen met de Argentijnse spits Gabriel Batistuta jarenlang een van de allerbeste aangever-afmaker-duo’s in het Europese topvoetbal. Bij de Italiaanse subtopper groeit Costa uit tot een van ‘s werelds beste creatievelingen. Dat hij in 2001, terwijl Fiorentina zich al in hevige financiële nood begeeft, zijn ploeg - inmiddels gecoacht door Fatih Terim - naar bekerwinst leidt, wordt in Toscane nog altijd gezien als een van de grootste prestaties in de clubgeschiedenis.

Costa en Batistuta

Foto: Getty Images

Na zeven illustere seizoenen in het paars van Firenze, volgt de transfer naar de club waar we - door zijn vele successen daar - Costa het meest zijn gaan associëren, AC Milan. In 2001 tellen de Rossoneri een toentertijd duizelingwekkend bedrag van honderd miljoen gulden (45 miljoen euro) neer voor de komst van de Portugese smaakmaker. Ook dit huwelijk met Costa blijkt een voltreffer. In Milaan vormt hij, als voorste ‘tien’ in een ruit, een van de beste middenvelden die het moderne voetbal heeft gekend, met Andrea Pirlo als vormgever ‘op zes’, Gennaro Gattuso als balafpakker en Clarence Seedorf als allround box-to-box-pendelaar (en Massimo Ambrosini als immer betrouwbare back-up). In 2003, onder leiding van Carlo Ancelotti, wint Milan na strafschoppen de volledig Italiaanse Champions League-finale van Juventus.
Costa vormt bij Milan het sterkste argument tegen het gebruik van doelpunten als graadmeter voor de prestaties van een creatieveling. In 192 officiële duels voor de Italiaanse grootmacht scoort hij slechts 11 keer, wat ongeveer neerkomt op één goal per seizoenshelft. Costa is als geslepen ‘tien’ in technisch en tactisch opzicht zo dominant, zo in controle, dat hij het maken van goals aan anderen zoals Andriy Shevchenko, Filippo Inzaghi en Kaká kan overlaten. Échte stijl laat zich namelijk niet in cijfers uitdrukken.
Tokio 2020
Olympische Teams van Toen: Nigeria 1996
27/04/2020 OM 10:22
Ballon d'Or
Ballon d'Or Féminin | Martens ziet teamgenoot Putellas prestigieuze prijs winnen
GISTEREN OM 09:49