Luister dit artikel hier als podcast:
Zelden valt het apogeum van een coureur samen met het punt waarop zijn loopbaan abrupt plaats maakt voor een hopeloze neergang. Het is Floyd Landis overkomen. De imponerende winst van Floyd Landis in etappe 17 van de Tour van 2006 is een voorbeeld. Een paar dagen later - tot dan leek hij onaantastbaar in het geel- bleek waar deze ongelooflijke zege in Morzine aan te danken was. De Amerikaan is nooit meer teruggekomen na zijn dopingschorsing.
Giro d'Italia
Giro d'Italia | Egan Bernal: 'Ik kan niet beschrijven hoe ik me voel'
31/05/2021 OM 09:09
Dan is er de hoofdrolspeler van een recente Krooniek: De Belgische kwajongen Frank Vandenbroucke en zijn spectaculaire winst in LBL in 1999 die het moment markeerde waarop de jeugdige Icarus, in zijn overmoed onderweg naar de zon, zijn eerste veren begon te verliezen.
Slechts een paar maanden later zien we dan ook een hoogvlieger als Pantani te dicht bij diezelfde zon komen en in zee storten.

Bewijsdrang

Op een vrijdagmiddag zetten 5 miljoen Italianen hun TV aan om de laatste 40 minuten te zien van etappe 20 om de nieuwste verwoestende triomf van dat kleine kale kereltje in het roze maar niet te missen.
Pantani kon het niet laten. Hij had al drie van de vier aankomsten bergop op zak. Maar op de slingerweg naar Madonna di Campiglio verpletterde hij iedereen. Met nog twee etappes te gaan, had hij een voorsprong van ruim vijf en een halve minuut. Zijn tweede Girozege op rij was zo goed als zeker binnen.
Marco’s heerschappij had iets onwrikbaars, iets mechanisch, zelfs iets onmenselijks, schrijft Matt Rendell in zijn biografie van de Italiaan.
Maar Pantani had het zo hoog in zijn bol dat hij dacht zelfs de dopingjagers van de UCI te kunnen kloppen. Op die historische zaterdagmorgen, de dag van de voorlaatste etappe, werd de leider van de koers uit de Giro gezet nadat een bloedtest had aangetoond dat hij een hematocriet niveau had boven de 50% drempel.
Hij mocht een tijdje niet aan wedstrijden deelnemen voor zijn eigen veiligheid. Het was geen schorsing, er was zelfs geen aanklacht. Maar voor Marco was het letterlijk een doodklap.
Hoe iemands hoogtepunt zijn neergang inluidde.

Il Pirata

Marco Pantani, geboren in 1970, 1,72 m lang en 57 kilo zwaar, werd prof in 1992. Hij had toen nog fraai bruin krulhaar. Zijn eerste overwinningen kwamen pas twee jaar later toen hij twee etappes in zijn eerste Giro pakte. Datzelfde jaar won hij de Witte Trui, de jongerentrui, in de Tour. Hij was toen 24.
Het jaar erna won hij in Alpe d’Huez. De klim erheen reed hij in een recordtijd, die 20 jaar later nog staat. Hij miste het hele seizoen 1996 als gevolg van een bijna fatale botsing met een auto in Milaan-Turijn.
Hij kwam miraculeus terug en won in 1997 een tweede maal in Alpe d’Huez. Hij eindigde in de Tour als derde na Richard Virenque en Jan Ullrich. De Piraat - zo genoemd vanwege zijn nu glimmende schedel, zijn typische bandana, geitensik en oorringen – was onverslaanbaar. Hij won Giro én Tour. Het Italiaanse wielrennen had na een impasse van jaren eindelijk weer een klomp goud in handen.
Op het gebied van apparatuur, kleding, training en dergelijke is de wielersport rond de eeuwwisseling ingrijpend gemoderniseerd, maar in figuren als de eigengereide Claudio Chiapucci en zijn lichtvoetige ploegmaat – bij Carrera – Pantani, beschikte het Italiaanse cyclisme over twee onberekenbare rasklimmers die de klok leken terug te draaien. Pantani was een soort nieuwe Fausto Coppi. Hij was zo licht, zo fragiel, zo duidelijk beschadigd, en toch zo machtig als er bergen te bedwingen waren. Pantanimania maakte zich rond 1995 meester van Italië. Zijn persoonlijke en zijn openbare leven raakten in elkaar verwikkeld. Als hij op televisie was, werden kijkcijferrecords gebroken. Zijn marktwaarde steeg spectaculair.
Vrijdag 4 juni was niet alleen gans Italië aan de buis gekluisterd, ook de Britse journalist Matt Rendell keek gefascineerd:
Iedereen keek in een soort infantiele extase naar die koers. Wanneer komt de demarrage? Ik keek naar een Superman, iemand met bovenmenselijke vermogens.
Een jaar eerder was de Tour overhoop gehaald door het Festina schandaal. Maar dat was de Ronde van Frankrijk. In Italië was de wereld een stuk normaler en coureurs als Pantani konden verdwaasde fans nog wel bedotten.
Rendell getuigt: Het was een legale, natuurlijke high. Dat was het natuurlijk niet. Deze high steunde op doping. De fan zelf was gedrogeerd. Je verkeerde in een staat van euforie. De gedachte dat hier iets raars speelde, kwam niet bij je op.

Giro d'Italia 1999

De Giro van 1999 ging van start in Agrigento, Sicilie. Na vijf dagen nam de Fransman Laurent Jalabert na winst in de Calabrische heuvels de roze trui over van de Nederlander Jeroen Blijlevens. Die hield hij niet lang. De finish van etappe 8 lag op de Gran Sasso, de hoogste col in de Apennijnen. Hier gaf Pantani zijn visitekaartje af, in ruil voor de leiderstrui, met een fraaie solo overwinning.
De volgende etappe was de tijdrit van 32 km in Ancona. Jalabert pakte de leiding terug. Maar dat was niet zo opzienbarend. Wat opzien baarde was de derde plaats voor die schriele berggeit Pantani. Hij ging sneller dan ettelijke gevestigde tijdrijders! Hoe kon dat?
Minder dan een jaar eerder, het jaar van het Festina schandaal in de Tour, had Il Pirata die Tour gewonnen. Hij werd toen op het schild geheven als de redder van de wielersport. Deze tijdritprestatie, naast die winst op de Gran Sasso, deed slechts een enkeling de wenkbrauwen fronsen. De rest zat aan de Botox.
Na vijf dagen in zijn normale Mercatone Uno outfit, kreeg Pantani La Maglia Rosa terug, toen hij na de jonge Paolo Savoldelli tweede werd in de eerste van drie bergetappes in de Alpen. Een dag later bemachtigde hij zijn fraaiste, meest aansprekende zege na een lange solo op de klim naar het Maria Heiligdom Oropa.
Het was etappe 15. Jalabert wilde de leiderstrui terug en was in de aanval gegaan. Met nog 8 km te gaan reed Pantani zijn ketting vast. Hij moest het zelf repareren. Na hulp van vijf ploegmaten, scheurde hij naar voren dwars door het peloton. Tegen de tijd dat hij Jalabert in het vizier had, had hij al 48 renners ingehaald.
De totaal verraste Fransman probeerde tevergeefs het wiel te houden van een ontketende Elefantino, die de streep kruiste met 21 seconden voorsprong. “Als ik niet opzij was gegaan, was hij finaal over me heen gereden,” zou Jalabert gezegd hebben. Pantani verklaarde zijn gebrek aan een zegegebaar toen hij over de streep ging uit het feit dat hij niet zeker wist of hij gewonnen had.
De kranten beschreven hem als een ‘vampier’. De sinistere verwijzing naar ‘bloed’ zou achteraf een veeg teken zijn.
Jalabert won de volgende etappe, een vlakke rit naar Lumezzane. Volgde een tijdrit in Treviso, waarin hij 57’ op zijn rivaal veroverde. Maar toen won Il Pirata weer de bergrit, etappe 19, naar Alpe di Pampeago in de Dolomieten. Hij verstevigde zijn greep op de leiderstrui, maar ook op de puntentrui en de bergtrui. De honger van Il Pirata was onverzadigbaar.
En dan etappe 20 naar Madonna di Campiglio. Op de alleszins menselijke stijgingspercentages – ca 7 % - van de slotklim dachten de twee koplopers Pascal Richard uit Zwitserland en Hernan Buenahora uit Colombia dat Pantani zich veilig voelde en ook een ander iets zou gunnen.
De wens was de vader van de gedachte. Buenahora had net Olympisch kampioen Richard gelost, toen Pantani demarreerde uit de groep der favorieten. Gilberto Simoni probeerde tevergeefs hem te volgen. Il Pirata reed de laatste 4 km uit het zadel, haalde Buenahora bij en scheurde hem voorbij.
Voor iedereen, behalve Pantani ging het om schade beperken. De Piraat was op een andere planeet. Naast de zege, zijn vierde, nam hij nog eens 67’ op de rivalen. Zijn voorsprong was nu 5’38’’. Er waren nog twee etappes te gaan.
Pascal Richard finishte op plek 20. Hij verweet Pantani dat hij niemand ook maar een kruimel van zijn rijke dis gunde. Pantani reageerde simpelweg: “Als ik hem niet had verslagen had een ander het wel gedaan.”
Zelfs de Italiaanse media konden de woorden van Richard wel waarderen. De leider won wel erg veel. Een trotse Pantani gaf geen krimp. Ik ben niet het type dat bij Jalabert in het wiel gaat zitten, dus vertrek ik. En zodra ik alleen ben voel ik me nog beter. Ik was in staat van genade.
Toch heerste in bredere kring het idee dat De Piraat het te bont maakte. Mat Rendell zei: Sport in het algemeen en de wielersport in het bijzonder is een commercieel spel van geven en nemen, maar Marco volgde zijn eigen regels. Hij was dwangmatig en obsessief. Hij was God. Zijn haan moest kraaien.
Voor de Italiaanse fans was deze Giro een sensatie. Wat de Piraat presteerde behoorde tot het fraaiste wat de wielersport ooit te zien had gegeven. Maar voor veel anderen – vooral voor die renners die nog iets wilden overhouden aan deze Giro – werd het allemaal wat oninteressant.

Dronken van Pantani

Die avond had La Gazetta dello sport haar kop op de voorpagina al klaar: “Inebriati da Pantani” – Dronken van Pantani. Terwijl het busje met deze krant de berg op reed naar Madonna di Campliglio, was Pantani – met schande overladen - bezig te vertrekken uit het hotel, niet naar de start van etappe 21 voor de Gavia en de Mortirolo, maar naar huis, naar Cesenatico, waar hij kon zien op televisie hoe een ander er met zijn roze trui vandoor ging.
Na zijn overwinning die vrijdag checkten Pantani en zijn team Mercatone Uno in bij Hotel Touring in Madonna di Campiglio. Dankzij de vele vraagtekens bij een overwinning die hij mogelijk niet had verdiend, zag de Piraat er niet vrolijk uit. Zelfs iemand uit zijn eigen gevolg vroeg: “Hoe heb je dat voor mekaar gekregen? “
De doping-testers van de Giro zaten in het nabije Hotel Majestic. Er waren die ochtend 15 random tests afgenomen – allemaal negatief – en het gerucht ging dat er de volgende morgen nog eens 20 tests afgenomen zouden worden.
Pantani zat nog na middernacht achter een bord rijst in het restaurant. Een vriend vroeg hem of hij klaar was voor de test. Hij zei: “Natuurlijk zijn we klaar. Ik ben niet achterlijk. De Giro heb ik al op zak. Maar oké, voor alle zekerheid, laten we maar even kijken.” Vervolgens gebruikte hij zijn eigen bloedcelmeter. Die gaf een hematocrietwaarde aan van 48.6 procent. Gevaarlijk hoog, maar nog binnen de toegestane limiet van 50%. “Je ziet het, keurig binnen de regels.”
Pantani verwees naar zijn gebruik van EPO, een synthetisch eiwit, normaal gevonden in de nieren, dat het zuurstoftransport-vermogen van het bloed verhoogt, waardoor een coureur een inspanning langer volhoudt.
Er bestond nog geen test die EPO aantoonde, maar een verhoogd hematocrietniveau werd beschouwd als bewijs dat er EPO in het spel was. Het arbitraire maximum dat men toen hanteerde was 50%. Als je bloed ‘dikker’ was kon dat leiden tot een hartaanval. De EPO test was dus duidelijk bedoeld om de sporters te beschermen, maar het was ook een waarschuwing aan de valsspelers.
De volgende morgen om 7.15 werden Pantani en nog negen renners gewekt. Om 7.46 werd hij getest. De ploegarts had de avond ervoor stevig doorgezakt en was niet aanwezig. Pantani had 52%. Hij omschreef de test later als “eerder een hinderlaag dan een medische controle.” Om 9.40 kreeg hij het resultaat te horen. Het resultaat werd openbaar gemaakt om 10.12., 38 minuten voor de start van etappe 21.

De Val

In overeenstemming met het reglement - dat hij zelf had onderschreven - werd De Piraat 15 dagen geschorst. In opperste verwarring trok de hele Mercatone Uno ploeg zich terug. De onttroonde leider beweerde dat hij het slachtoffer was van een of andere samenzwering en mepte zijn hand kapot tegen een hotelraam. Hij verliet het hotel om 13.02.
Een beduusde, ongeschoren Pantani, zijn bloedende hand in het verband, omstuwd door een menigte verslaggevers en camera’s, werd door politiemensen naar de ploegauto geëscorteerd. Hij zei dat er “iets vreemds” aan de gang was. Hij was nu wel erg hardhandig gevloerd. “Ik kan deze keer niet meer overeind komen.” Hij verwees naar ernstige blessures in het verleden.
Pantani werd naar Imola gereden door zijn sportdirecteur Giuseppe Martinelli. Ze beweerden dat ze een ziekenhuis hadden gezocht voor een onafhankelijke bloedtest, die zou zijn uitgekomen op 47 á 48%. Mercatone Uno deed een persbericht uitgaan waarin de competentie van de UCI testers in twijfel getrokken werd. Maar Giorgio Squinzi, eigenaar van de Mapeiploeg, wilde daar niet van horen. Hij hield het erop dat er eindelijk “goddelijke en menselijke gerechtigheid” was geschied.
Dit fenomeen moest vroeg of laat ontploffen, zei hij. Ik heb de UCI vier jaar geleden al gewaarschuwd. Dit bedrog, deze hypocrisie moet stoppen. De hematocrietwaarde van mijn renners ligt nu gemiddeld vijf punten lager dan aan het begin van deze Giro. Als die lui twee dagen vóór het einde 50% hebben, betekent dat dat ze gepakt hebben. Als ze dat ontkennen liegen ze!
Als onafhankelijke tests aantoonden dat er inderdaad geen fouten gemaakt waren, dan maakte dat geen eind aan de complottheorie die wilde dat de beroemdste Italiaanse sporter geen tweede Giro titel zou winnen. Uiteindelijk werd duidelijk dat het team van Pantani niet alleen wist dat hun leider getest zou worden in de morgen, veel van zijn ploegmaats hadden geruchten opgevangen dat Pantani zou worden gediskwalificeerd.
Als de ploeg wist van de test, waarom moest de arts, net voor zo’n belangrijke etappe, dan zonodig gaan stappen tot in de kleine uurtjes? Net als de meeste renners was Pantani zeer goed op de hoogte van allerlei trucks om het hematocrietniveau omlaag te brengen, bijvoorbeeld een injectie met een zoutoplossing. Dat kostte ongeveer 20 minuten. Daar had hij ervaring mee. Vermoedelijk was hij daarom te laat geweest voor een onaangekondigde test een jaar eerder.
Het kwam aan op timing, zegt Rendell. De dokter was er niet om hem een infuus met een zoutoplossing te geven. Dus vermoedelijk dronk hij zoveel hij kon. Maar terwijl hij wachtte op de testers, werd er water uit zijn bloed naar zijn blaas gedreven en begon zijn hematocriet te stijgen.
Wat er precies is gebeurd die ochtend, zal wel altijd een mysterie blijven. Er zijn zoveel tegenstrijdige verklaringen, en de enige die categorische klaarheid zou kunnen brengen is niet langer onder ons. Maar er was duidelijk sprake van groeiende frustratie bij een aantal grote sponsors over Pantani’s dominantie dat jaar. Er waren zelfs geruchten over betrokkenheid van gokkantoren en de mafia. Jaren later heeft een mafia informant beweerd dat de Napolitaanse Camorra de hele zaak heeft georganiseerd als deel van een enorm gokschandaal.
Eén ding staat buiten kijf: Il Pirata zou nooit meer dezelfde coureur – of persoon – zijn.

Bijval

De Koninginne-etappe met 4 cols, de Tonale, Gavia, Mortirolo en Valico di Santa Cristina en de slotklim naar Aprica leek wel speciaal ontworpen om de tirannie van Il Pirata te bestendigen. De tiran schitterde door afwezigheid en Italianen gaven her en der uitdrukking aan hun ongeloof dat hun nationale sportheld prestatieverhogende drugs zou hebben genomen.
Pantani’s collega’s toonden solidariteit. Paolo Savoldelli, de nieuwe leider, weigerde het roze aan te trekken. Daarmee spiegelde hij zich aan de actie van Felice Gimondi toen Eddy Merckx 30 jaar geleden uit de Giro werd geschopt. “Voor mij is Marco schoon,” zei Savoldelli. Zijn eigen hematocriet niveaus waren ook al krankzinnig hoog geweest die Giro.
En zo, in de woorden van de eminente Italiaanse journalist Gianni Mina, “werd de koers afgewerkt als een kip zonder kop … in een begrafenis tempo”.
Spanje’s Roberto Heras won die laatste bergetappe in Aprica vóór de Italianen Simoni en Ivan Gotti, die de beslissende forcing hadden gevoerd op de Mortirolo. Op de top was een aantal tifosi te zien met een spandoek die hoopten een vijfde zege te zien van hun idool: “Pirata – farci sognare” – Piraat, laat ons dromen. Kennelijk hadden die het nieuws nog niet vernomen.
Savoldelli werd vierde, maar wel op 4 minuten. Dus was het Gotti die de afgelopen 3 weken wel constant, maar niet spectaculair had gekoerst, die de leiding overnam.

Op de slotdag in Milaan droeg Gotti de Maglia Rosa met een marge van 3’35’’ in het Algemeen Klassement op Savoldelli. Simoni werd derde, op een seconde na Gotti. Jalabert en Heras completeerden de top vijf. In diezelfde Giro had Pantani opgegeven na een vroege aanrijding met een zwarte kat.
Gotti, zo voelden de Italianen het, had de triomf cadeau gekregen. Toen hij de Roze Trui kreeg aangereikt in Aprica werd er harder gefloten dan gejuicht. Men zat eigenlijk te kijken naar de uitreiking van de tweede prijs.
De roze Gotti werd niet genoemd in de krantekoppen. La Stampa bijv kopte: “Dit is het einde van de wielersport zoals we die kennen”.
Velen zagen de top tien van de editie 1999 als een klap in het gezicht van Pantani en zijn fans. Allemaal waren ze besmet met het dopingvirus. Als Pantani vieze handen had, hadden ze die allemaal.
Slechts een paar dagen later werden vier renners uit de Ronde van Zwitserland verbannen met een te hoge hematocriet. Kennelijk had men niets geleerd.

De Teloorgang

Op 9 juni 1999, twee dagen nadat Gotti was gehuldigd als Girowinnaar, gaf Pantani een surrealistische persconferentie waarin niemand de enig wezenlijke vraag stelde: “Heb jij EPO gebruikt?”
Rond dezelfde tijd gaf hij een stuntelig TV interview met Gianni Mina, dat ook al niet bijdroeg tot het tot zwijgen brengen van zijn kwaadsprekers.
Boosheid, frustratie, schaamte zijn . zijn … is wat ik .. eh .. voel. Dat ik …. dat ik …de Giro gewonnen had, eh ….volgens mij …..op een eerlijke manier, na zoveel werk ….. Om dan zo’n vonnis over je heen te krijgen is absoluut …een koude douche en …. Je staat ineens voor een muur, iets raakt je in je …in je …moraal ….in je ziel. Nee, dat valt niet mee….. Het is niet dat het gebeurd is …gebeurd is… Het voelt als een ongeluk, maar …. Moraal …..ik geloof dat ik van ver moet terugkomen.
In een meer samenhangend interview ontkende Pantani later categorisch dat hij iets te maken had met doping: “Daar is geen sprake van. Ik ben schoon. Mijn geweten is zuiver. Ik heb tijd nodig om na te denken. Ik begrijp niet hoe dit is gebeurd. Voor ik weer op de fiets stap, moet ik dat weten. Om te winnen heb ik geen apotheek nodig, maar bergen.”
Dit soort preventieve schorsingen zijn geen uitzondering in het wielrennen. Claudio Chiappucci had de Giro van 1997 gemist om dezelfde reden. Pantani’s eigen teamgenoot Riccardo Forconi was niet bij de zege van zijn kopman in 1998 vanwege een schorsing. Maar deze figuren haalden bij lange na niet de wereldaandacht die Pantani’s diskwalificatie kreeg.
Volgens de regels had Pantani twee weken later weer mogen fietsen. Hij had dus best zijn Tourtitel van 1998 kunnen verdedigen, net zoals Merckx dat gedaan had in de Giro van 1969. Maar de voortekenen leken niet gunstig voor de Piraat. Hij had sowieso last van een minderwaardigheidscomplex, een zwak ego en manisch-depressieve kanten.
Zoals ik Marco ken, zal hij nooit herstellen van zijn schande, zei zijn sportdirecteur Martinelli. Pantani verstopte zich en zocht zijn heil in grote hoeveelheden cocaïne en zelfmedelijden. Een glorieuze comeback in de Tour was geen optie.

Soap

Wat volgde was een eindeloze en pijnlijke soap. Il Pirata werd voor rechters gesleept voor sportieve fraude en werd belegerd door media, wielerofficials en onderzoeksmagistraten. Er werd wel weer gefietst en soms zelfs gewonnen, bijvoorbeeld in de Tour van 2000 op de Mont Ventoux en twee dagen later op Courchevel. Maar er waren ook nieuwe dopingbeschuldigingen, verdergaand forensisch onderzoek en een langdurige schorsing. Die Toursuccessen in 2000 was de laatste keer dat de Piraat als de nummer 1 op een podium stond. In vier van de zes starts in een Grote Ronde werd de eindstreep niet gehaald.
Binnen een jaar na zijn laatste Giro optreden in 2003 was Marco Pantani dood.
Tenslotte kon Pantani niet meer op tegen depressie en verslaving. Het niveau van zijn overwinningen in Oropa of Madonna di Campiglio heeft hij nooit meer gehaald. Zelfs zijn winst op de Ventoux was duidelijk een cadeautje van superschurk Lance Armstrong. De Texaan dreef vaak de spot met de kleine Italiaan door hem ‘Elefantino’ te noemen, ‘olifantje’ met verwijzing naar Pantani’s flaporen die hij later chirurgisch heeft laten behandelen.
Je kon zien dat Pantani niet langer koerste voor roem, maar eerder uit woede. Hij vond dat hij er willekeurig was uitgepikt en ten voorbeeld gesteld, ongeveer zoals Armstrong dat later ook vond. In februari 2004, op Valentijns Dag werd hij dood gevonden in een hotelkamer in Rimini na een cokefestijn. Hij was pas 34.
Het in-memoriam geschreven door de recent overleden peetvader van de wielerpers, Gianni Mura, verklaarde hoe de neergang van Pantani terug gevoerd kon worden op zijn vierde en laatste eclatante zege in de Giro van 1999:
“Het overlijden van Marco Pantani begon die morgen in 1999, in Madonna di Campiglio. Hij accepteerde de positieve uitslag niet, hij accepteerde nooit iets wat hem overkwam. Menige andere coureur die betrapt was op doping zat zijn schorsing uit en begon opnieuw. Hij niet. Hij, de Grote Bergkoning, specialiseerde zich in de afdaling. De afdaling naar de Hel, naar het kunstmatige paradijs, naar het zich afsluiten voor de publieke opinie, journalisten, rechters.
Hij raakte steeds meer geïsoleerd, zijn solo aanvallen werden zeldzamer. En steeds maar weer, in de ene krant dan wel de andere TV show, werd er geroepen: Marco kom terug. Die roep was terecht, omdat het wielrennen zonder Pantani was, en is, soep zonder smaak. Je kijkt naar een toneelstuk zonder hoofdrolspeler, vol acteurs die wel willen maar niet in staat zijn het publiek in vervoering te brengen. Pantani kon dat heel goed, dat was zijn grote specialiteit.

Een klimmende Pantani was als een trapezeacrobaat zonder vangnet. Een ritueel met welhaast mystieke ritmes. Hij was als een samurai. De ánderen werden vernietigd.

Mura schreef zijn stuk op de avond van Pantani’s overlijden en eindigt met de volgende ontroerende woorden: ”Waarschijnlijk zal hij een mythe worden, zoals altijd gebeurt als iemand jong sterft, of als we niet begrijpen waarom iemand gestorven is. Ik had hem liever oud zien worden, en dan een glas Sangiovese met hem gedronken, daar ergens boven in de bergen.”
Het lot van Marco Pantani bewijst dat iemand tyran én martelaar kan zijn, zowel held als crimineel, één van de grootste wielerhelden én eerste klas zwendelaar, een figuur zo dominant en tegelijkertijd zo kwetsbaar en onzeker.
Dat verklaart misschien waarom hij nog steeds zo aanbeden wordt door velen, terwijl bijvoorbeeld figuren als Lance Armstrong helemaal geschrapt zijn uit de geschiedenisboeken.
Kroonieken is een podcast van Eurosport– geschreven door Felix Lowe, vertaald door Toon Kroon, als podcast vertled door Karsten Kroon en geproduceerd door Fabian Kollau. Meer stukjes wielerhistorie door Felix zijn te vinden op Twitter via @SaddleBlaze. Als je Karsten wilt volgen kan dat via @karstenkroon op Twitter. Eurosport volg je via @Eurosport_NL. Bovendien vind je ons op Instagram en Facebook. Alle afleveringen van Kroonieken zijn ook te lezen als artikel op eurosport.nl
Dit was de achtste aflevering van het tweede seizoen – dus als je hebt genoten van deze etappe uit de wielergeschiedenis, meld je dan aan, vertel het door, en beoordeel ons bij jouw podcastaanbieder. Tot volgende keer, als we het gaan hebben over twee legendarische beklimmingen naar het skioord Sestriere
Giro d'Italia
Giro d'Italia | Egan Bernal: 'Ik kan niet beschrijven hoe ik me voel'
31/05/2021 OM 09:08
Giro d'Italia
Giro d'Italia | Bernal wint het roze, Ganna de slottijdrit; Bouwman wordt 12e
30/05/2021 OM 15:25