Wielrennen

Kroonieken | Hoe Jacques Anquetil in 1963 geschiedenis schreef met zijn Vueltazege

Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel

Jacques Anquetil

Foto: Getty Images

DoorFelix Lowe
01/07/2020 om 13:09 | Bijgewerkt 01/07/2020 om 15:42

De vorige keer keken we terug op combines, steenpuisten en ontvoeringen die speelden rond de eerste Zuid-Amerikaan die een Grote Ronde won -Luis ‘Lucho’ Herrera. Ditmaal fietsen we mee met de eerste coureur die alle drie de Grote Wielerrondes won, de man die beschouwd werd als de beste tijdrijder van zijn generatie, Fransman Jacques Anquetil onderweg naar zijn Vuelta a España zege in 1963

De Brit Chris Froome werd met zijn Vueltazege van 2017 pas de derde coureur die in één seizoen zowel de Tour als de Vuelta won. Dit werd voor het laatst gepresteerd in 1978 door Bernard Hinault. Daarvóór moeten we teruggaan naar 1963 toen Jacques Anquetil de eerste in dit roemruchte rijtje werd.

Luister dit artikel hier als podcast - verteld door Karsten Kroon (of op Spotify of je favoriete podcast app)

Ronde van de Ain

Tour de l'Ain | Winst Bagioli bij rentree Dumoulin

07/08/2020 OM 13:51

Soundcloud

Anquetil is de eerste coureur die de Tour vijf keer won. Hij triomfeerde in de Giro twee keer en in de Vuelta één keer. Hij wordt vaak gezien als de meest volmaakte pedaleermachine in de wielerhistorie.

Hij reed als coureur zo berekenend dat iemand hem eens beschreef als een renner die koerste ‘als een verzekeringsagent’.

De blauwdruk van zijn succes bestond eruit dat hij zijn tegenstanders in de bergen in bedwang hield en ze vervolgens in de tijdritten vermorzelde, een tactiek die 40 jaar na hem werd geïmiteerd door Miguel Indurain, die zelf de laatste is die officieel de Ronde vijf keer op zijn naam schreef. Anquetil ’s handelsmerk is de tijdrit – rug vlak, tenen schuin naar de grond- en zou worden nagevolgd door hele generaties wielrenners.

De prestatie van de 19-jarige Jacques Anquetil in een tijdrit in Rouen in 1953 was zo fenomenaal dat pionier radioreporter Alex Virot zich hardop afvroeg of de kilometer in de Normandische hoofdstad misschien 900 meter was.

Zijn biograaf Paul Fournel zegt dat Anquetil – bijgenaamd Monsieur Chrono – in de wieg was gelegd als tijdrijder:

Hij had een monster van een motor, verstopt in een mager lichaam. Bij hem lag de verhouding vermogen – gewicht ideaal. Lang voor de uitvinding van de windtunnel, had hij al de perfekte aerodynamische houding gevonden. En, last but not least, hij kon afzien als geen ander.

Volgens Fournel zei Cyrille Guimard, de legendarische Franse ploegleider – zijn carrière heeft die van Anquetil kort overlapt -: “Ik heb hem jarenlang aangezien voor een tovenaar die het Grote Geheim gevonden had.”

Zijn superieure talent heeft hem niet alleen acht Grote Ronde titels opgeleverd. De Grand Prix de Nations – zie dat maar als het wereldkampioenschap tijdrijden – heeft hij tussen 1953 en 1966 negen keer gewonnen, een verbijsterend aantal.

Hij verslond niet alleen overwinningen. Anquetil had trek op meer terreinen – fietsen, eten, vrouwen. Le vélo, la cuisine, l’amour.

Hij stond erom bekend dat hij zijn bidons vulde met Pernod of champagne.

“Ik heb één keer water geprobeerd, ik werd prompt misselijk.” Anquetil was een notoire lekkerbek die met name hield van gepeperde tartaar, zwezerik in een romige spinaziesaus en langoustine met dikke klodders mayonaise. Op wedstrijddagen nam hij nog net geen foie gras, maar stak wel een klein sigaartje op vóór een wedstrijd om journalisten te provoceren.

Deze man zei ooit:

De beste voorbereiding op een koers is een goed stuk fazant, een glas champagne en een vrouw.

Wat vrouwen betreft had Anquetil een ongebruikelijke visie: hij had een affaire én een kind met zijn stiefdochter (haar moeder, zijn vrouw, had geen bezwaar) en vervolgens had hij een liefdeskind met de vrouw van zijn stiefzoon, die het tweede kind was van zijn vrouw.

Anquetil, Alleen

Ondanks zijn voorkeur voor deze ontspannen familiepatroon en het feit dat hij de Patron was van het peloton was Anquetil het spreekwoordelijke eiland, wat naadloos past bij zijn enorme vermogen als eenzame tijdrijder.

De titel van Paul Fournel’s biografie Anquetil Tout Seul (Anquetil Helemaal Alleen) geeft het enigma fraai weer, en in het voorwoord vangt de schrijver de gratie van deze man op zijn fiets in detail.

Zijn pedaaltred was een leugen. Je zag gemak en gratie, je zag een vogel in de vlucht of een balletdanser te midden van houthakkers, pedaalstampers, dwangarbeiders, een overdaad aan mannelijkheid. Hij trapte blond, soepele enkels, tenen naar beneden, de rug gebogen, de armen in een rechte hoek, het gelaat naar voren gericht.

Anquetil was synoniem met zijn sport, dankzij een door God gegeven pedaaltred. Fournel stelt zich voor hoe hij denkt: “Ik hou niet van de fiets, de fiets houdt van mij. Hij zal de prijs betalen.”

Hij was als geen ander gemaakt voor de fiets. Nooit waren mens en machine zo harmonieus één als deze mens en deze machine. Op de weg zag je alleen hem, een silhouet tegen de blauwe lucht. Je zag hem, en je vergat het peloton, massa en kracht vereend. Hoe schoon is de eenzame fietser!

Deze ijzige, berekende, bijna emotieloze brille zette Anquetil apart van de meer populaire renners van zijn generatie, bovenal van Raymond Poulidor

Het verhaal van 1963

Nadat Anquetil zijn eerste twee Tourzeges in 1957 en 1961 op zak had en zijn eerste Giro (ook in 1961) stond de Tour-Vuelta dubbel op zijn verlanglijstje van 1962. De Ronde van Spanje werd toen nog vóór de Tour verreden rond 1 mei. Maar hij stapte uit de Vuelta met nog twee dagen te gaan; zijn Duitse ploegmaat bij Saint-Raphaël Rudi Altig had de leiderstrui.

Sommige reporters zeggen dat hij ziek was geworden, anderen dat hij gefrustreerd was omdat hij Altig niet had kunnen kloppen. Etappe 15 was een individuele tijdrit van 82 km van Bayonne naar San Sebastian. Met een tijd van 2 uur 17’07” klopte Altig ploegmaat Anquetil met 1 seconde, kennelijk reden genoeg voor de Fransman om op te geven.

Desondanks won hij een paar maanden later in Juli zijn derde Tour de France.

Het seizoen 1963 begon goed. Anquetil won Parijs- Nice (vóór Altig, een zoete wraak) en het Criterium National de la Route, zodat hij aan de start stond in Spanje als de grote favoriet voor de Vuelta die op 1 mei startte in Gijón.

Vuelta Winst

Hij won niet de openingsrit 1a, een rit over 45 km van Gijón naar Mieres, maar na etappe 1b, een tijdrit over 52 km terug naar Gijón diezelfde middag kon hij de rode leiderstrui aantrekken.

Zijn naaste belager verloor maar liefst 2’40”, zodat hij een royale voorsprong had die hij na veertien dagen nog steeds had.

Mogelijk om Anquetil te verlokken tot deelname na zijn opstappen het jaar ervoor, had men de route niet bijzonder lastig gemaakt en, met 2442 km lang, was het de kortste Vuelta ooit.

Dat speelde wel in zijn voordeel. Wereldkampioen en voormalig Vueltawinnaar Jean Stablinski was wegkapitein en met knechten als etappewinnaars Bas Maliepaard, Guy Ignolin en Seamus Elliott, was Anquetil ‘s ploeg Saint-Raphaël duidelijk het sterkst.

Anquetil ‘s enige zorg diende zich halverwege de koers aan toen hij een voedselvergiftiging opliep, die hem alle wind uit de zeilen nam. Die leidde waarschijnlijk tot de grootste verrassing van deze editie: Monsieur Chrono werd geklopt in de tweede tijdrit – 52 km van Sitges naar Tarragona – door de Spanjaard Miguel Pacheco met een marge van 26”.

Na die eerste tijdrit, etappe 1b – heeft Anquetil pas weer met de bloemen mogen zwaaien bij de eindhuldiging in Madrid. Zijn ploeg had voldoende overwicht en hij zelf voldoende kracht. Hij had 3’06” op de Spanjaard José Martín Colmenarejo en 3’32” op Pacheco.

De Nederlander Bas Maliepaard was vierde en won de groene puntentrui. Stablinski eindigde op 9, dus Saint-Raphaël won het ploegenklassement met gemak.

Jacques Anquetil

Foto: AFP

En dus werd Anquetil, met weinig fanfare, in de 18de Vuelta de eerste Grote Naam op de erelijst van deze Grote Ronde. Hij werd ook de eerste renner die nu alle drie de Grote Ronden op zijn naam had.

Het was grandioos omdat het hier de eerste helft van een Grote Ronde dubbel betrof, zegt Fournel. Het was grandioos vanwege de ontgoocheling van 1962. Het was grandioos omdat Anquetil’s ploeg grandioos was. Het was grandioos omdat Pacheco Anquetil had verslagen in de rit tegen het horloge. Maar het was niet zo grandioos omdat deze Vuelta net zo saai was als de Tour van 1961.

Het verschil werd duidelijk gemáakt door de ploeg van Anquetil die fungeerde als een muur die de onmiskenbare waarheid verhulde: de Fransman was niet op zijn best. In dit opzicht was de zege volgens Fournel niet zo gemakkelijk als die leek op papier:

Het team was perfekt – met dank aan Mr Stablinski, wereldkampioen en toegewijde gregario – maar de baas was niet echt op zijn best. Hij verborg zijn zwakheden, zoals gebruikelijk, door ultra-dominant te ogen en zo elke serieuze uitdager af te schrikken. In werkelijkheid moest hij tot het uiterste gaan in de bergen en zelfs in de contre-le-montre.

Maar winnen is winnen, en zo is het.

Wat gebeurde er verder?

Vijf weken later, verscheen Anquetil bij de Tourstart als de favoriet. Zijn overwinning in de Dauphiné had zijn vormbehoud laten zien.

De Tourorganisatie 1963 had de twee tijdritten teruggebracht tot 25 km en 54 km, ten gunste van de klimgeiten en om de Anquetil- hegemonie te verzwakken. Anquetil reageerde met een masterclass klimmen. Hij zegevierde in bergetappes in de Pyreneeën én de Alpen en in de beide tijdritten.

Anquetil kon niet klimmen? Aha, misverstand. Zeker, hij was geen Bahamontes in de bergen, maar zijn vertrouwen op een groot verschil in de tijdrit en dan rustig aan doen in de bergen was een zorgvuldige rekensom: Monsieur Jacques was het soort coureur dat het niet nodig vond harder te rijden dan nodig was voor de zege.

Tegen de tijd dat de Tour in Parijs aankwam had Anquetil 3’35” op Federico Bahamontes en had hij de eerste Vuelta-Tour dubbel op zak. Een paar weken later werd hij door L’Equipe benoemd tot Frankrijk’s kampioen der kampioenen hoewel hij bij de Franse NK eindigde na Stablinski en Ignolin.

In de Tour een jaar later, 1964, voorspelde een waarzegster dat Anquetil zou sterven rond de 13e dag. Dat bericht beroerde hem dusdanig dat hij pas bereid was zijn kamer te verlaten op de rustdag in Andorra (dag 13) toen een sponsor een barbecue organiseerde.

Hier werd, naar verluidt, zwaar doorgezakt door Anquetil en hij at zoveel slecht geroosterd lamsvlees dat hij ziek werd. De volgende dag in de etappe naar Toulouse, werd hij gelost in de eerste haarspelden van de Port d’Envalira en kreunde hij tegen zijn ploegbaas dat hij dacht dat hij doodging.

Op de top gaf deze hem een bidon met champagne – het baat of het schaadt- in de hoop dat dat zijn spijsvertering zou herstellen. Het werkte. Anquetil kwam terug bij zijn naaste belager Poulidor en bleef aan boord tot en met Parijs voor zijn vijfde Tourzege, een record.

Als dat geen aanleiding is voor een rondje champagne. Santé!

Wielrennen

Tour de l'Ain | Roglic de sterkste in 2e etappe

19 UUR GELEDEN
Wielrennen

Ronde van Polen | Emotionele overwinning Remco Evenepoel

19 UUR GELEDEN
Gerelateerde onderwerpen
WielrennenChris FroomeJacques Anquetil
Deel dit via
Kopiëren
Deel dit artikel