In aflevering 1: hoe Juan Román Riquelme in 2005/06 als laatste enganche in het moderne topvoetbal het nietige Villarreal bijna tot de Champions League-finale leidde.

Het kon eigenlijk niet anders. Een rubriek over de fijnproever-spelers uit onze jeugd dien je nu eenmaal te beginnen met hét onbegrepen genie, dé laatste ‘luie’ spelmaker van het moderne topvoetbal: Juan Román Riquelme.

Voetbal
Eurosport Olympische Teams van Toen: Nigeria 1996
27/04/2020 OM 10:10

Riquelme is een van de laatste van zijn soort. Een pure - maar dan ook echt pure - nummer tien. Romy, zoals de aanhangers van Boca Juniors hun clubheld liefkozend noemden, deed alles op techniek. Hij was de koning van de ‘oeh’-opwekkende aanname, van de adem-stokkende steekpass, van de scoringskans ontdekken voor een ploeggenoot voordat iemand anders het op het veld zou zien. Een dodelijke vrije trap-specialist en qua tactisch spelinzicht niet af te troeven.

En dat alles op wandeltempo. En het is precies dat wat ervoor zorgt dat we geen spelers als Riquelme meer zien. Hij had een hekel aan het vuile werk. Meeverdedigen was voor de technisch minder-begaafden. Alleen al om de gedachte dat hij, zoals een aanvaller bij een moderne topploeg als Liverpool of RB Leipzig, de longen uit zijn lijf zou lopen om als ‘voorste verdediger’ vanuit het teambelang bij de pressing, zou Riquelme hartelijk om hebben gelachen. Alhoewel - een lachebekje was Romy niet. Zijn zware wenkbrauwen bleven doorgaans in één rechte lijn boven zijn gekwelde blik. Een rondje langs de artikelen uit de Spaanse kranten in zijn tijd bij Barcelona (2002/03) en Villarreal (2003-2007) leert ons dat Riquelme, die vooral bekend stond om zijn zwijgzame karakter, niet de allermakkelijkste was. Met elke trainer in Europa lag hij uiteindelijk vroeg of laat in de clinch. Was het niet zijn wisselvalligheid, dan was het wel zijn gebrek aan werklust op trainingen waar Riquelme’s coaches zich aan stoorden.

Maar waar de meeste trainers uiteindelijk toch zwichten voor zijn technische genialiteit, moest Louis van Gaal in 2002 bij Barça niets van de Argentijn hebben. ‘Een politieke aankoop’ door het bestuur, zou Van Gaal hem later noemen. De Nederlandse oefenmeester was niet onder de indruk van het toentertijd grote transferbedrag dat de Catalanen (11 miljoen euro) voor de balvirtuoos van Boca hadden neergeteld, en nam hem het gehele seizoen nooit echt serieus. Riquelme moest het vooral hebben van invalbeurten. Mócht hij een keer starten in de basis, dan was dat als hangende buitenspeler - een rol waarin zijn gebrek aan loopvermogen nog sneller een probleem werd.

Riquelme tijdens zijn periode bij Barcelona

Foto: Eurosport

Subtopper Villarreal bood uitkomst. De Gele Onderzeeër huurde Riquelme in 2003 voor twee seizoenen, en zou hem in 2005 definitief overnemen van Barça. In zijn tweede seizoen kreeg hij te maken met Manuel Pellegrini als trainer. Hoewel Riquelme zijn vertrek in 2007 zou toeschrijven aan voortslepende ruzies met de Chileense trainer, was het een tactische beslissing van Pellegrini die Riquelme tussen 2004 en 2006 zijn twee effectiefste seizoenen uit zijn loopbaan zou opleveren. Pellegrini koos namelijk voor een klassiek-Argentijns systeem, zodat de kwaliteiten van zijn superster het best tot uiting zouden komen. In een 4-3-1-2-systeem mocht Riquelme als enganche - de Argentijnse tactische term voor een vrije nummer tien achter twee spitsen, geruggensteund door drie verdedigend ingestelde middenvelders - zich volledig richten op dat waar hij zo goed in was, via zijn bovenmenselijke techniek en spelinzicht medespelers in gevaarlijke posities aangespeeld krijgen.

Speelwijze Villarreal in het seizoen 2005/06

Foto: Eurosport

Met technici als Marcos Senna en een piepjonge Santi Cazorla achter hem op een viermansmiddenveld en de roemruchte Diego Forlán als een van de spitsen voor hem, transformeerde Riquelme zijn Villarreal van leuk spelende middenmoter tot extreem stijlvolle subtopper. In 2004/05 eindigde de gele brigade op een derde plek in LaLiga, de beste competitie-prestatie uit de clubgeschiedenis.

Een jaar later zou de club vooral hoge ogen gooien op het internationale toneel. Waar het in het voorgaande seizoen nog uitgeschakeld werd door AZ in de UEFA Cup, was het door Riquelme geleide Villarreal héél dichtbij een plekje in de Champions League-finale van 2005/06. Nadat het in de heenronde van de halve finale met 1-0 had verloren op Highbury van een Arsenal geleid door Thierry Henry, Dennis Bergkamp en Robèrt Pires, domineerde Villarreal de return in het eigen El Madrigal. Één probleempje: de bal ging er maar niet in.

Maar de redding leek nabij: linksback Gaël Clichy maakte een onhandige overtreding op spits José Mari in de blessuretijd - de bal ging op de stip. Niemand minder dan Riquelme mocht voor een allesbeslissende verlenging gaan zorgen. Het ritueel bleef voor Romy hetzelfde als altijd: staren richting het midden van het doel, een gevoelige kus op de bal, het precieze neerleggen op de penaltystip, de karakteristiek lange aanloop. Maar het resultaat was er dit keer niet: waar Riquelme gedurende zijn loopbaan de ene na de andere penalty er overtuigend injoeg, produceerde hij op het moment suprême een zwak rollertje richting rechterhoek. Goalie Jens Lehmann pakte de bal, Arsenal ging naar de finale.

De gemiste penalty van Riquelme tijdens de halve finale tussen Villareal en Arsenal

Foto: Eurosport

Hoewel Riquelme in zijn afbouwdagen bij Boca Juniors sportieve wraak zou nemen door een derde Copa Libertadores - de Latijns-Amerikaanse Champions League - te winnen en als dispensatiespeler goud te pakken met Argentinië op de Olympische Spelen van 2008, blijft 2005/06 het ‘wat als’-seizoen voor Riquelme. Als dé grote stilist droeg hij een stilistenteam bijna naar de moeder aller wedstrijden, ware het niet voor één gemiste strafschop. Het soort poëtisch lijden dat bij een stijlvol cultheld als Riquelme misschien wel beter past dan een ‘eind goed, al goed’-slot.

Voetbal
Ode aan de Stilist: Rui Costa
09/07/2020 OM 13:26
Voetbal
Ode aan de Stilist: Yaya Touré
06/07/2020 OM 11:17